column

In Nederland is wit het uitgangspunt, de rest moet zich daartoe verhouden

James Kennedy Beeld Jörgen Caris

De demonstraties bij de intocht van Sinterklaas zijn weer een aanleiding om je af te vragen hoe racistisch Nederland is. En wat houdt racisme in? 

Ik krijg soms de indruk dat Nederlanders mensen van een andere nationaliteit of achtergrond in principe accepteren, maar hun uitingen wel aan banden willen leggen. Ze mogen eigenlijk niet protesteren en zeker niet provoceren.

Maar voordat ik anderen beoordeel, moet ik eerst bij mezelf beginnen. Ik ben groot geworden in een omgeving waar racisme principieel werd afgekeurd, het middenwesten van de VS tijdens de jaren zestig en zeventig. De hoogtijdagen van de rassenleer en het rechtvaardigen van etnische discriminatie waren echt voorbij.

In onze noordelijke staat Iowa vonden we de opvatting van zuidelijke witten dat zwarten geen stemrecht of burgerrechten zouden moeten hebben verkeerd en ronduit achterlijk. In de kerk en op de christelijke school werd ons steevast geleerd dat God alle mensen – ongeacht ras – even lief had en dat bleek ook uit de aandacht voor internationale zending. Mijn kerk gaf structurele financiële steun aan arme zwarten in Alabama en aan indianen in New Mexico, om zo hun kansen in het leven te vergroten. Dit alles in een Nederlands-Amerikaans stadje dat vrijwel helemaal wit was, met uitzondering van enkele universiteitsstudenten.

Stereotypen

De vanzelfsprekende witheid van mijn omgeving had ook een andere kant. Veel scholieren grapten over anderen met raciale stereotypen. Volwassenen waren vrij snel geïrriteerd door de eisen van burgerrechtenactivisten. Martin Luther King wist van geen ophouden; velen zagen hem als oproerkraaier en de mensen na hem waren nog erger. 

Het ontstaan van de militante American Indian Movement, met acties op de Pine Ridge Reservation in het naburige South Dakota, kon op weinig sympathie rekenen. De indianen werden gezien als een problematisch volk, dat zijn zaken maar niet op orde kreeg en ze moesten de witten niet verantwoordelijk stellen voor hun situatie. Ik herinner mij op school serieuze pogingen om ook het verhaal van deze native Americans goed te vertolken, maar ik weet niet of het veel invloed heeft gehad.

Vluchtelingen uit Laos en Vietnam kregen permanent onderdak in mijn dorp, maar bleven voor velen vreemdelingen wegens hun taal en uiterlijk.

Ik merkte deze invloed van mijn omgeving toen ik als student een hele zomer vrijwilligerswerk deed in hartje Boston, met de groep Christians for Urban Justice. We woonden als groep aan de westkant van Washington Street, net in de zwarte buurt. Ten oosten, tot Dorchester Avenue, lag een gemengde buurt en daarachter een witte buurt.

Boston was destijds een zeer gesegregeerde stad en dat paste binnen mijn eigen morele geografie; ik had het gevoel in een onveilig buitenland te verkeren. Witte buurten waren veilig en welvarend, daar voelde ik me thuis, terwijl zwarte buurten armzalig en gewelddadig waren, plaatsen om te mijden. Die zomer hielp me om daar anders over te denken. Maar het heeft jaren geduurd voordat ik er ook anders over ging voelen, en soms vraag ik me af of ik die gevoelens helemaal achter me zal kunnen laten.

Omarmen

Amerikaans racisme, of hoe het ook mag heten, heeft diepe sporen getrokken op een manier die onvergelijkbaar is met de Nederlandse situatie. Maar ik zie wel een belangrijke overeenkomst tussen Nederland en het Iowa van mijn jeugd: wit is normaal. Wit is het uitgangspunt, de rest moet zich daartoe verhouden. 

Iedereen als gelijke zien en welkom heten is prachtig en zo hoort het ook. Zolang mensen met andere achtergronden het Nederlandse cultuurpatroon volledig omarmen is er niets aan de hand. Diversiteit is goed, mits natuurlijk de beste kandidaat gekozen wordt en mits deze persoon goed bij het team past. Alles mag, als de vertrouwde norm maar gehanteerd blijft.

Je hoeft Nederlanders niet ronduit van racisme te betichten om tegelijkertijd te concluderen dat dit land zelfvoldaan is en andere culturen afmeet aan de eigen onwrikbare normen. En dat dit negatieve gevolgen heeft voor mensen die buiten de norm lijken te liggen.

Lees hier meer columns van James Kennedy.

Lees ook:

Deze twee documentaires tekenen een scherp beeld van de Nederlandse intolerantie

‘Sylvana, demon of diva?’ Hij biedt weinig keuze, de titel van deze documentaire. ‘Sylvana, doordacht of doorgeschoten?’ had ook gekund. Of ‘Sylvana, democraat of drammer?’. Ze is hoe dan ook een uitgesproken fenomeen, Sylvana Simons. En bij de EO was een tweede documentaire te zien over een volhardende vrouw die niet wil zwijgen, ondanks felle tegenstand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden