null Beeld

ColumnHans Goslinga

In het verbeten politieke klimaat van nu zou premier Johan Remkes geen slechte keuze zijn

Toen zich in de slepende kabinetsformatie van 1977 twee oudere heren aandienden om de boel vlot te trekken, grapte RVD-chef Gijs van der Wiel: ‘Als deze twee er niet uit komen, moeten de graven open’. Deze geschiedenis komt terug, nu zich in Den Haag steeds meer zeventigers melden om de impasse in de formatie te doorbreken of de onmachtige politieke leiders bij te staan.

De redders in nood van destijds, de commissarissen van de koningin Vrolijk en Verdam, waren bijna of net even in de zestig, maar na de opstand van de jongeren in de jaren zestig leken zij stokoud. Hun verzamelde wijsheid was niet genoeg om PvdA en CDA op één lijn te krijgen en alsnog de weg te banen naar een tweede kabinet-Den Uyl. Een nog oudere informateur, de rechtsgeleerde Van der Grinten, bleek daarna nog vitaal genoeg om snel het kabinet-Van Agt/Wiegel in elkaar te timmeren. Zo’n alternatief als uitweg is er nu niet en dat is een van de oorzaken van de lange duur.

Een gemakkelijke schietschijf

Een normaal parlementair meerderheidskabinet moet uit het brede midden (95 zetels) komen, maar door de beduchtheid voor de radicale en populistische flanken lukt dat niet. In de formatie van 2010 streepte de PvdA van Job Cohen een middenkabinet met VVD en CDA bij voorbaat af, bang een gemakkelijke schietschijf te worden, nu doet de VVD van Rutte dat. Het laat opnieuw zien dat niet de jongste, maar de volgende verkiezingen in een formatie bepalend zijn.

In Nederland is het populisme, met als voornaamste kenmerk agitatie tegen de gevestigde ‘elite’ met een beroep op de ‘volkswil’, in de huidige omvang nieuw. In de Verenigde Staten kwam het al op in de negentiende eeuw en, zoals de geschiedenis leert, telkens in tijden van groeiende sociaal-economische ongelijkheid. Het heeft nooit een langdurig overwicht gekregen, maar wel invloed gehad als katalysator van zowel een progressieve, sociale politiek als een sterk nativisme (eigen volk eerst, anti-immigratie, verheerlijking van het verleden).

Beide tendensen zijn in het huidige politieke krachtenveld bij ons sterk herkenbaar. Ze trekken de VVD economisch naar links, zelfs ten koste van haar karakter als partij van het bedrijfsleven, en cultureel naar rechts. Een spagaat, die ook het CDA en de PvdA al jaren parten speelt. Zij maakt een middenkabinet op brede basis onmogelijk en biedt evenmin uitzicht op een levensvatbaar minderheidskabinet als dat, kijkend naar de grote kwesties, al wenselijk zou zijn. Wellicht kan een politiek afstandelijker extra-parlementair kabinet uitkomst bieden. Het zou de partijen enige rust geven voor reflectie, omdat zij niet met huid en haar aan een regeerakkoord zijn gebonden en wat vrijer kunnen opereren. Het kan zo ook een einde maken aan het verstikkende coalitiemonisme, de tomeloze drang alles te willen beheersen, en een gezond dualisme tussen kabinet en parlement kunnen herstellen.

Een laag politiek profiel

Als voorbeeld kan het kabinet-De Jong dienen, dat optrad aan het eind van de woelige jaren zestig, toen het politieke bestel ook op zijn grondvesten beefde. Dat kabinet was weliswaar parlementair, steunend op KVP, ARP, CHU en VVD, maar het trad aan op basis van beknopte afspraken over de financiën en, in dit verband relevanter, met een laag politiek profiel. De partijen konden nadenken over hoe ze zich zouden verhouden tot de grote verschuivingen in de samenleving, het kabinet, zei Piet de Jong, zou wel ‘op de winkel passen’. Een mooie dekmantel om toch heel wat hervormingen in gang te zetten, maar dat drong pas veel later door.

De Jong was weliswaar niet oud (52) toen hij aantrad, maar hij bracht als voormalig onderzeebootcommandant veel wijsheid mee. ‘Als je eenmaal het suizen van de zeis hebt gehoord, kijk je wat anders tegen het leven aan’, zei hij naderhand, verwijzend naar zijn oorlogservaringen.

Vanuit die relativerende houding formeerde hij ook zijn kabinet: ‘Je kunt niet allemaal Piet Heinen krijgen. Een vervelende vent moet je niet nemen.’ In het verbeten en nerveuze politieke klimaat van nu is zo’n premier goud waard. De huidige informateur, Johan Remkes (70), zou geen slechte zijn, geschikter dan de rechtlijnige Henk Kamp.

Het afbreukrisico in Den Haag

In een dualistische constellatie is het mogelijk meer figuren van buiten de politiek voor zo’n kabinet te mobiliseren. Het afbreukrisico in Den Haag is de laatste jaren groter geworden. Dat kan outsiders afschrikken. Maar dat risico kan worden verminderd door waarheidsvinding boven het belang van beeldvorming te plaatsen. In dat opzicht heeft het Kamerlid Omtzigt zich in de toeslagenaffaire voorbeeldig gedragen door steeds het oog te houden op de inhoud, die ook veel dieper reikte dan het lot van welk Barbertje dan ook.

Voorwaarde voor een extra-parlementair kabinet is dat de nog altijd vechtlustige Rutte als daad van elegantie in de vuurlinie een stap terug doet.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden