null Beeld

ColumnHans Goslinga

In het liberale land regeert het wantrouwen

Hans Goslinga

Een kleine eeuw geleden schreef de dichter Jan Greshoff een ‘liefdesverklaring’ aan de liberale burgerheren: ‘Op aarde valt voor hen niets meer te leren, zij zijn volkomen gaaf en afgerond, oud-liberaal, wantrouwend en gezond’.

Het was dus niet zo vreemd dat de liberaal Bolkestein in de jaren negentig de beuk zette in het minderheden­beleid, dat uitging van ‘integratie met behoud van eigen identiteit’. Immigranten moesten zich aanpassen aan onze, in zijn ogen superieure westerse cultuur. Het CDA en de PvdA gingen vrijwel zonder slag of stoot mee in deze verschuiving, die vergaande gevolgen heeft gehad voor het karakter van de publieke sfeer en de politieke mores.

Het wantrouwen van Greshoffs burgerheren is stilaan de instituties van de overheid binnengeslopen, sinds de liberalen hun dominante positie hebben heroverd. Dat treft niet ­alleen migranten en burgers met een kleurtje, zoals de toeslagenaffaire heeft laten zien, maar ook minder­heden van eigen bodem, vooral de orthodox-protestantse gemeenschappen in de Bijbelgordel, die bij de geringste misstap een golf van publieke verontwaardiging over zich heen krijgen. Het laatste sprekende bewijs van toege­nomen wantrouwen is de hernieuwde aanval van seculiere partijen op de ­vrijheid van onderwijs.

‘Onbetwistbare morele waarheid’

Bolkestein legde, zonder twijfel ­ongewild, voor dat wantrouwen een ideologische basis door de tolerantie tegenover andere culturen en religies ondergeschikt te maken aan de zelf­beschikking van het individu. In 2003 riep hij deze waarde uit tot kern van het liberalisme en zelfs tot ‘onbetwistbare morele waarheid’. Daarmee maakte het ‘leven en laten leven’ van de liberalen, het vertrouwen in de goede wil van anderen, plaats voor een bijna wezensvreemde verbetenheid, die zijn politieke kinderen Hirsi Ali en Wilders tot een ‘liberale jihad’ tegen de islam bracht.

Hoewel liberalen zeggen een groot vertrouwen te hebben in het vrije spel der maatschappelijke krachten, huist er in hun ziel ook een kracht gericht op culturele eenheid, bepaald uiteraard door al wat in hun ogen ‘wijs en waar’ is. Geheel wezensvreemd is die kracht dus niet. Bij Bolkesteins tovenaarsleerling Wilders is de zienswijze van de meester doorgeslagen in een wonderlijk amalgaam van absolute individuele vrijheid binnen een collectief bepaalde nationale identiteit. Maar ook in de VVD zelf is de oude Adam die mensen wil bevrijden van godsdienst of hen ­althans met hun religieuze hebben en houwen achter de voordeur wil terugdringen, nog altijd levend. De leer van de individuele zelfbeschikking is wel selectief.

De Nederlandse politiek heeft zich in de afgelopen honderd jaar ontwikkeld op basis van het grote compromis uit 1917, gesmeed door een liberaal van ander kaliber, Cort van der Linden. Dat compromis voorzag in algemeen kiesrecht, een stelsel van evenredige vertegenwoordiging en financiële gelijkstelling van het bijzonder onderwijs aan het openbare. Dit compromis is vaak smalend als een ‘politieke koehandel’ afgedaan, maar dat leidt af van de ­vergaande betekenis. Het betrok alle burgers bij het politieke leven (al moesten de vrouwen nog twee jaar op het actieve kiesrecht wachten) en drukte krachtig de verscheidenheid als kernwaarde van ons democratisch stelsel uit.

Met de verabsolutering van de individuele zelfbeschikking en de heiligverklaring van de westerse cultuur heeft Bolkestein dit stelsel in wezen aan het wankelen gebracht.

Het is fysiek en mentaal geen lolletje meer om politicus te zijn

Hij rekende als het ware af met wat de historicus Huizinga noemde ‘het geestelijke erfdeel van het ontzag voor de afwijkende mening’, dat ten diepste de basis is van ons democratische bestel. ­Erkenning van de verscheidenheid van overtuigingen en religies noopt tot zelfbeheersing en relativering. Op die basis kon onze typische coalitiepolitiek in de afgelopen eeuw vorm krijgen en effectief zijn in termen van vrijheid, welvaart, veiligheid en sociale bescherming. De doorvretende wantrouwigheid brengt deze praktijk van regeren steeds meer in het gedrang en vergiftigt het DNA van ons bestuur; het is zelfs al fysiek en mentaal geen lolletje meer om politicus te zijn.

Dat is vanzelfsprekend niet allemaal op het bordje van Bolkestein te schuiven. Hij heeft dertig jaar geleden wel een geest uit de fles geroepen, die heeft geleid tot verruwing, zo niet vergiftiging van het politieke debat en de publieke sfeer. Dat maakt het lastig een open debat te voeren over het dilemma dat de vrijheid van onderwijs oproept als een individuele leerling met een afwijkende geaardheid wordt gediscrimineerd of vernederd. Het wederzijdse wantrouwen is vermoedelijk al te groot om hierop te kunnen rekenen. De democratie als kunst om met verschillen om te gaan wordt in deze tijden zwaar beproefd.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden