Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In het islamdebat heeft een vergelijking met WOII zeker zin

Home

Jan Jaap de Ruiter

Tunahan Kuzu, partijleider van DENK, schoof 16 februari aan tafel bij Eva Jinek. 'Hij hoorde er niet bij en de tafel had weinig zin om hem de hand te reiken, ook Jinek niet.' © Trouw

Is het verstandig om in het islamdebat vergelijkingen te maken met de Tweede Wereldoorlog? Heeft het zin om de PVV te vergelijken met de NSDAP van eertijds, vraagt arabist Jan Jaap de Ruiter zich af.

Van de PVV heb ik altijd gezegd dat de vergelijking met het nazisme niet nodig is om vast te stellen dat het een racistische partij is waarvan de eventuele uitvoering van haar programma op zeer gespannen voet staat met de rechtsstaat. Het maken van vergelijkingen met de oorlog leidt er bovendien vaak toe dat het debat of te hoog oploopt of eindigt in bitterheid en eigenlijk nooit tot iets zinnigs.

Lees verder na de advertentie

‘Beroepsmoslims’

Mijn insteek was dan ook: niet doen. Maar ik kom erop terug en dat komt door de bijna niet tegen te houden beelden die het huidige debat oproept. Tijdens het beruchte Balie-debat van 24 januari werd gesuggereerd dat het aandeel van moslims in de bevolking terug zou moeten van 5 naar 1 à 2 procent, dat ‘beroepsmoslims’ zouden moeten worden uitgezet, dat de Koran verboden moest worden, dat moskeeën gesloten moesten worden en dat er oplossingen voor het islamprobleem waren ‘die echter vanwege internationale verdragen niet kunnen’. Het deed me denken aan het werk van Raul Hilberg, ‘De vernietiging van de Europese joden, 1939-1945’ waarin hij de administratieve maatregelen beschrijft die de nazi’s in eerste instantie invoerden om een aanvang te maken met de ‘oplossing van het jodenvraagstuk’.

Het zijn met name populisten die ervoor zorgen dat ik die associaties krijg. Zo had PVV-leider Wilders het in het vraaggesprek met Rick Nieman op 12 februari over moskeeën als ‘nazitempels’. De Belgische publicist Wim van Rooy noemt de islam in een interview met de Belgische krant De Morgen ‘het nieuwe nazisme’. Een en ander leidde ertoe dat ik in een opiniestuk in Zaman Vandaag schreef dat het Balie-debat, waar ik bij aanwezig was, me deed denken aan de ‘eindoplossing van het islamprobleem’, waar ik van populistische zijde felle kritiek op kreeg.

Ik dacht toen: kijk, nu maak je zelf dit soort vergelijkingen en die leiden alleen maar af van het debat: niet meer doen.

Het tafereel deed me denken aan de steeds frequenter wordende verhalen die ik van mos­lim-collega’s, -publicisten en -vrienden hoor, die hier soms hun leven lang al wonen: ‘We voelen opeens dat we er niet meer bij horen’.

Maar toen zag ik Denk-leider Kuzu bij Jinek op donderdag 16 februari zijn stinkende best doen om sociabel met de tafelgenoten mee te doen, lachen als iedereen lachte, de bijtende kritiek verbijtend van Jort Kelder die hem verweet eerder Turk te zijn dan Nederlander, en toen viel me de eenzaamheid van Kuzu op. Hij hoorde er niet bij en de tafel had weinig zin om hem de hand te reiken, ook Jinek niet.

Het tafereel deed me denken aan de steeds frequenter wordende verhalen die ik van moslim-collega’s, -publicisten en -vrienden hoor, die hier soms hun leven lang al wonen: ‘We voelen opeens dat we er niet meer bij horen’.

Burenloosheid

En dit alles bracht me het werk ‘Modernity and the Holocaust’ in herinnering waarin filosoof Zygmunt Bauman rabbi Joachim Prinz uit Berlijn citeert waar de laatste het (in 1935) heeft over de ‘burenloosheid’ van de Joden. De naziheersers deden er alles aan om Joden te isoleren, ze ‘burenloos’ te maken. Weer drong zich een ‘oorlogvergelijking’ aan me op: die van de letterlijke burenloosheid van Joden toen en de figuurlijke van moslims nu. En toen besloot ik toe te geven en het taboe van de vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog niet meer te weerstaan.

Zo slaat het taboe het debat niet meer dood, maar verandert het in een krachtig argument om luid en duidelijk stem te geven aan dreigend gevaar en de noodzaak dit te weerstaan.

Deel dit artikel

Het tafereel deed me denken aan de steeds frequenter wordende verhalen die ik van mos­lim-collega’s, -publicisten en -vrienden hoor, die hier soms hun leven lang al wonen: ‘We voelen opeens dat we er niet meer bij horen’.