Opinie Oorlog

In een ‘schone oorlog’ vloeit net zo goed bloed

De zes Nederlandse F-16’s die actief waren in de strijd tegen IS bij hun terugkeer naar Nederland. Beeld ANP

Een oorlog op afstand verlaagt de drempel voor het gebruik van geweld. Een kritisch debat over steun aan een missie in Irak en Syrië is daarom cruciaal, menen Jolle Demmers en David Snetselaar.

De Tweede Kamer staat niet te springen om troepen te sturen ter ondersteuning van de internationale anti-IS-missie in Syrië en Irak, ondanks recent aandringen van de VS. Lekker veilig – dat wel. Nederland houdt zich liever bij een oorlog ‘op afstand’, via bombardementen.

In deze voorkeur voor een ‘veilige oorlog’ schuilt een paradox. Een risicoloze oorlog verlaagt de drempel voor de inzet van geweld. Lange-afstandsoorlogen ondermijnen de democratische rem op geweld.

Beruchte failed state

Op het eerste gezicht zijn de reacties van de ministers en politici op het verzoek van de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra om grondtroepen naar Noordoost-Syrië te sturen begrijpelijk. Waarom zouden we onze eigen mensen sturen naar Syrië, de beruchte failed state, zonder een duidelijk mandaat? Zoals CDA-Kamerlid Martijn van Helvert beargumenteerde, het verzoek van de VS moet zorgvuldig onderzocht worden. Het is ‘buitengewoon gevoelig’, want ‘je hebt het namelijk wel over of er mannen of vrouwen, voor het vaderland, daar naar toe gaan en hun eigen leven in de waagschaal leggen’.

Deze terughoudendheid om grondtroepen te sturen is terug te zien in het feit dat Nederland de anti-IS coalitie in Syrië en Irak sinds 2014 uitsluitend van een afstand steunt. In de praktijk betekent dit het uitvoeren van luchtaanvallen, het trainen van lokale partners en het geven van ondersteuning aan bondgenoten.

Deze vorm van militaire interventie, ook wel ‘langeafstandsvoering’ of ‘remote warfare’ genoemd, is onderdeel van een bredere trend. Voornamelijk westerse democratische staten kiezen steeds vaker voor een combinatie van precisiebombardementen, transnationale allianties en de inzet van kleine eenheden elitetroepen met als doel het minimaliseren van de menselijke en materiële kosten aan ‘onze kant’. Dat het juist democratieën zijn die het risico op direct geweld schuwen, is niet verwonderlijk.

Remote warfare

Filosoof Immanuel Kant (1724-1804) schreef in de achtiende eeuw al dat de hoge tol die oorlog vraagt van een samenleving, in een democratie juist werkt als een rem op de inzet van militair geweld.

Oorlog voeren op een veilige afstand leidt echter tot een paradox: door het beperken van de risico’s zal het voeren van remote warfare ook de drempel voor het gebruik van geweld verlagen. Het geeft democratieën een uitweg om gemakkelijker en met meer bewegingsruimte geweld in te zetten. We vinden het blijkbaar prima om jarenlang mee te porren in de wespennesten in Syrië en Irak, maar alleen met een hele lange stok, zodat ‘onze jongens’ (m/v) op een veilige afstand kunnen blijven.

Aan deze keuze kleven consequenties. Door remote warfare wordt niet alleen de inzet tot geweld makkelijker, de kans is ook groter dat er vaker met zulke lange-afstandsmissies zal worden ­ingestemd.

Ten tweede, hoewel de risico’s voor Nederland beperkt zijn wil dit niet zeggen dat deze vorm van oorlogsvoering zonder bloedvergieten verloopt. De werkelijke kosten, in mensenlevens en vernietiging, van het conflict worden namelijk gedragen door lokale partijen en burgers. Zoals een conservatieve schatting van onderzoeksinitiatief Airwars aantoont zijn er meer dan 8000 burgerslachtoffers gevallen als gevolg van de bombardementen van de anti-IS coalitie. Hoewel Nederland ongeveer 2300 missies heeft gevlogen, is van slechts vier incidenten bekend dat de Nederlandse overheid onderzoek heeft gedaan naar mogelijke burgerslachtoffers. Na het onderzoek werd geen precieze informatie vrijgegeven en ontkende het ministerie aansprakelijk te zijn voor mogelijke burgerslachtoffers.

Vergeldingsacties

Ten derde, de notie dat remote warfare nul risico’s of geen repercussies met zich meebrengt is niet correct. Juist doordat Nederland zich op een afstand in het conflict in Syrië en Irak mengt maar onaanraakbaar blijft, is er kans op vergeldingsacties. Alles wordt vastgelegd in deze tijd van digitale media, alles wordt gezien, en gedeeld. De kans op een of andere vorm van vergelding, van terugslag (blowback), is daarmee serieus aanwezig.

Met het oog op deze ontwikkeling moeten we als democratie de vraag stellen: hoe kan er ondanks een inperking van voelbare kosten en waarneembare risico’s aan ‘onze kant’ een rem op het gebruik van geweld gezet worden?

Een eerste stap is om te herdefiniëren wat we verstaan onder ‘oorlog’ en dus voor welke handelingen politieke instemming is vereist. Daarnaast moet er meer toewijding komen voor die fundamentele principes die een democratie onderscheiden van een dictatuur: transparantie en het effectief aansprakelijk kunnen houden van de overheid.

Om terug te komen bij Tweede Kamerlid Van Helvert, het gaat inderdaad over mensenlevens, maar niet alleen van Nederlanders. Een open en kritisch ­debat is daarom cruciaal.

Lees ook: 

Stuur geen fregat naar de wateren bij Iran

Nederland is een handelsnatie die sterk afhankelijk is van een vrije doorgang van schepen door internationale wateren. Dan kan ook iets van Nederland worden verwacht, zoals de afvaardiging van een fregat.

Nederland bezorgd over situatie rond ingenomen tanker bij Iran

De Nederlandse regering is ‘ernstig bezorgd’ over de inbeslagname van een Britse tanker door Iran. Dat heeft het ministerie van buitenlandse zaken zaterdag laten weten: ‘Nederland is solidair met de Britten.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden