null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnNelleke Noordervliet

In de wieg begint de achterstand. Is dat mijn schuld?

Weer een ongemakkelijk gevoel van schuld. Het lijkt wel of over geen enkel probleem meer een gesprek kan worden gevoerd zonder er daders en slachtoffers bij te zoeken. Een onderzoek van Erasmus School of Economics liet op welhaast verwijtende toon weten dat baby’s van arme ouders met vier maanden al een achterstand hebben op hun gelukkigere leeftijdgenootjes.

Ongelijkheid begint in de wieg, dat is al sinds mensenheugenis een feit. Waarom maakt zo’n onderzoek me dan ongemakkelijk? Kan mij de achterstandspositie van die baby’s niets schelen? Natuurlijk wel. Ik gun ieder kind de beste kansen en een goed leven. Ik zal alle maatregelen steunen die dat voor armere kinderen naderbij brengen.

Maar de alarmistische toon waarop tegenwoordig feiten worden vermeld, alsof een schande is ontdekt, ergert me. Alsof ik erop word aangesproken: Jouw schuld! Jij hebt meer kansen gekregen. Geef terug! Alsof er een eindige hoeveelheid gelijkheid is, onrechtvaardig verdeeld.

Beschuldiging

Een beschuldiging aan arme ouders zit er ook in. Ze praten niet tegen de kinderen! Ze geven ze te veel en te vet eten! Ze roken en drinken!

Moet ik mijzelf verontschuldigen voor het feit dat ik de kans kreeg naar gymnasium en universiteit te gaan? Mijn eenvoudige afkomst draag ik als een banier voor me uit: jongens, mijn ouders hadden alleen lagere school, ik ben niet schuldig, ik ben juist een rolmodel! Moeten alle arme ouders zich schamen omdat ze arm zijn en omdat sommigen van hen niet zo veel weten? Veel arme ouders doen het heel goed. Hoe kunnen we praten zonder een ondertoon van schuld?

De nationale wetenschapsagenda heeft vragen verzameld op het thema ‘ongelijkheid’. Een ervan luidt: ‘Is ongelijkheid erg?’ Dat lijkt me een uitstekende vraag. Ik ben geneigd die te beantwoorden met: soms wel, soms niet. Of: dat hangt ervan af. Een tweede vraag is: wat kunnen we doen aan ongelijkheid? Ook daar is een emmer vol antwoorden op te geven. Het is ingewikkeld.

Diversiteit

Bij het gesprek over ongelijkheid worden we soms in de war gebracht door een andere eis in onze samenleving: diversiteit.

Diversiteit benadrukt de verschillen tussen mensen, we zijn niet gelijk, maar dat geeft niemand het recht op een voorkeursbehandeling. De bevoordeling van een toevallige eigenschap, bijvoorbeeld wit en man zijn, is fout. We moeten dus ook voorkomen dat non-binaire roodharigen het voor het zeggen krijgen. Alleen talent en geschiktheid tellen. Maar die zijn toevallig ongelijk verdeeld. En dat is niet eerlijk. Hoe nu?

Ik snap waar de alarmistische toon van de onderzoekers vandaan komt. Naar het schijnt nam na de oorlog de gelijkheid toe. Iedereen blij. Ieder zou meer en meer het zijne krijgen. De laatste tijd is de tendens omgekeerd: de verschillen nemen toe. Er gaat iets fout. Dat roept de vraag op naar de minimale ongelijkheid. Wanneer kunnen we niet nóg gelijker worden? Op een gegeven moment is het potentieel uitgeput.

Renteloze voorschotten

Na de oorlog waren er meer hoogopgeleide werknemers nodig in de nieuwe kenniseconomie. Het potentieel van de arbeidersklasse werd aangeboord. Zou ik voor de oorlog bestemd zijn geweest voor werk in de confectiefabriek of voor eenvoudige administratieve handelingen, passend bij mijn klasse en afkomst, nu bevorderde de overheid via renteloze voorschotten mijn deelname aan het middelbaar onderwijs, daarbij geholpen door de ambitie van mijn ouders, die zelf hun talenten niet hadden kunnen ontplooien.

Het is denkbaar dat het potentieel langzamerhand is uitgeput. Vanuit de ‘lagere’ regionen van de maatschappij komen nog steeds wel talenten bovendrijven, maar misschien niet meer zo verrassend veel als vroeger. De grote gelijkwording hapert. Dat de tendens keert is uiteraard een complex verschijnsel. Het hangt samen met de eisen van een steeds ingewikkelder maatschappij. Het is van groot belang er alles aan te doen om een kind de kansen te geven die elk jong mens verdient, maar helemaal gelijk wordt het nooit. Het wordt zo gelijk mogelijk. Het wordt: gelijkwaardig. Iedereen draagt naar vermogen bij. En niemand heeft schuld, maar we hebben wel een collectieve verantwoordelijkheid.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden