Opinie

In de verstilling van de Veertigdagentijd horen we de zee

De Franse mysticus Antoine de Saint-Exupéry schreef: „Als je een schip wil bouwen, trommel dan geen mensen bij elkaar om voor hout te zorgen, orders te geven en het werk te delen, maar roep in hen het verlangen wakker naar de uitgestrekte, eindeloze zee.”

Laat de kerk nu het tegenovergestelde doen. In het kerkelijk jaar naderen we de Veertigdagentijd, een tijd bedoeld om tot inkeer te komen. Een periode van verstilling om (wie weet) het ruisen van de eindeloze zee te kunnen horen. Maar de kerk lijkt in deze tijd wel drukker dan ooit bezig om mensen bij elkaar te trommelen, geld op te halen, maaltijden voor goede doelen te organiseren, enzovoorts.

Dat geeft een goed gevoel. Geliefd onder kerkelijke voormannen is de vergelijking van de kerk met Albert Heijn. Ze zien die als een bedrijf met klanten die tevreden gesteld moeten worden, compleet met een mission statement, beleidsplannen, projecten voor gemeenteopbouw en veel vergaderingen. Er wordt heel wat hout aangedragen, orders gegeven en werk verdeeld om het schip van de kerk te bouwen.

Maar hoe blijven de werkers gemotiveerd? Waar halen ze hun bezieling vandaan? Bekend is het verschijnsel dat menig kerkenraadslid, als hun ambtstermijn erop zit, zich niet meer laat zien. Zodra ze stoppen met bouwen aan het kerkelijke schip, blijkt dat voor hen persoonlijk weinig betekenis meer te hebben. Dat lijkt opmerkelijk maar is het niet. Als je zelf nooit echt iets hebt opgesnoven van de uitgestrekte zee, hoe kun je dan het belang van een schip inzien?

De kerkdienst richt zich (inderdaad als een soort supermarkt) eenzijdig op het stillen van de behoeften van mensen. Hij troost, bemoedigt, vermaant en onderricht. Aan het eind word je als predikant bij de uitgang hartelijk bedankt: ’Dat was een fijne dienst, dominee.’ Klant tevreden.

Maar wek je daarmee het verlangen naar de eindeloze zee? Nee. Behoeften zijn eindig. Wie verzadigd is, blijft voldaan in zijn of haar kleine bestaantje zitten, met een volle buik op de bank.

Alleen het verlangen naar de eindeloze zee bevrijdt van de slavernij aan onze behoeften, de bevrediging waarvan – zo zijn we gehersenspoeld – het hoogste goed zou zijn. Dat verlangen opent ons werkelijk voor de ander. Die beoordelen we dan niet langer meer naar wat die voor ons op kan leveren. Hier ligt het geheim van persoonlijke groei en een leven dat zinvol is. In zijn boekje ’De kleine prins’ vertelt Saint-Exupéry over een vos die verlangt naar een ongrijpbaar prinsje uit de hemel. Dat verlangen plaatst voor hem de wereld in een heel nieuw licht. Zo betekende een korenveld vroeger niets voor de vos, maar nu zingt het gouden graan van de blonde haren van de prins.

Een kerkdienst die het verlangen naar de Eeuwige wekt, staat regelmatig dwars op wat mensen instinctief wensen. Er zit iets weerbarstigs in de prediking en liturgie, iets wat spot met onze behoeftige greep op de dingen, op onszelf en op God. Zoals stilte. Of een stroeve psalm. Of een preek die een onverteerbare bijbeltekst niet verdunt: een kameel gaat gemakkelijker door het oog van een naald dan dat een rijke (wij westerlingen dus) het koninkrijk van God binnengaat. Dat klopt. Laat dat maar eens staan, zonder direct oplossingen aan te dragen.

Bij de gemeente kan dat in eerste instantie verwarring en weerstand oproepen. Maar wie volhoudt, kan op een gegeven moment verrast worden door de prikkelende lucht van die lichtende zee die leven geeft en leven neemt. Wat eerst onbegrijpelijk of saai was, blijkt een venster te openen naar het oneindige, ja te kunnen inspireren en ontroeren.

De zondagse viering is een verlangenvergroter. Het stukje brood en slokje wijn van het avondmaal vullen onze maag niet, maar smaken naar meer, veel meer. En als eenmaal het verlangen naar de Eeuwige is gewekt, komt het met het schip van de kerk vanzelf goed. Het zal zeewaardiger worden dan ooit. Immers, je weet pas echt wat je bouwen moet als je zelf het zilte nat op je tong hebt geproefd.

Omdat de Eeuwige eindeloos is, kent ook het verlangen naar hem geen einde. Het raakt nooit bevredigd maar wordt groter en dieper bij elke vleug zeewind die je verkwikt, elke golf die je bestaan verder openslaat. De diepte van de zee roept tot onze eigen diepte die even oneindig blijkt te zijn als die zee.

En wat gebeurt er met onze behoeften? Die verliezen hun dwingende kracht, zodat we voor het eerst voluit kunnen genieten van eten, troost, seks, bevestiging, gezelschap. De slavernij aan onze behoeften verandert, met een uitdrukking van de filosoof Levinas, in een ’gelukkige afhankelijkheid.’

De Veertigdagentijd moet weer een dwarse oefening in versobering worden waarin we het leven aandachtig, als een schelp, tegen ons oor drukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden