Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In de reeks zinloze verkiezingstradities presenteer ik u: het televisiedebat!

Opinie

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman © Trouw
Column

Lieve kijkers, in de reeks zinloze verkiezingstradities presenteren wij u: het televisiedebat! Gewoon omdat het zo hoort. Zondag opende WNL de dans door zes lijsttrekkers voor de Eerste Kamer tegenover elkaar te zetten. 

Eigenlijk een beetje bedenkelijk omdat niemand op deze ‘lijsttrekkers’ kan stemmen; het zijn de Provinciale Staten die de Eerste Kamer-leden kiezen. Maar goed, dat is Prinzipienreiterei. Gezien het politieke gewicht van de Eerste Kamer is het niet zo gek de partij-kopstukken met elkaar in discussie te laten gaan. De vraag is alleen of de manier waarop dat op televisie gebeurt wel een debat mag heten.

Lees verder na de advertentie

Nadat ik de zes politici – drie dames en drie heren – een uur lang door elkaar heen had horen kakelen en even op mijn balkon was gaan zitten om bij te komen, restten mij slechts raadsels. Wat was de gedachte achter deze uitzending? Wat het doel? Zou iemand er iets wijzer van geworden zijn?

Eén ding stond van meet af aan vast: op geen enkele manier zou recht worden gedaan aan de onderwerpen

WNL had het gesprek verdeeld in zes delen, steeds aan de hand van een stelling. Zo kwamen beurtelings onderwerpen als Europa, klimaat, criminaliteit en onderwijs aan de orde. Het betrof een extra lange uitzending, waarin na aftrek van wat tierlantijntjes een uur overbleef voor het debatteren: tien minuten per deelonderwerp. Ofwel anderhalve minuut per gesprekspartner om de voors en tegens te behandelen van het functioneren van de Europese Unie, de kosten en baten van de klimaatmaatregelen, de armoede in het onderwijs afgezet tegen de winstbelasting voor het bedrijfsleven en wat dies meer zij. Krankjorum.

Ongeschikt format

Er werden natuurlijk af en toe best verstandige dingen gezegd, en ook best onverstandige dingen, maar één ding stond van meet af aan vast: op geen enkele manier zou recht worden gedaan aan de onderwerpen, noch aan de standpunten van de verschillende partijen, noch aan de opvattingen van de lijsttrekkers. Laat staan dat ze naar elkaars argumenten zouden gaan luisteren, tegenargumenten zouden inbrengen, standpunten overwegen en heroverwegen, om zo tastend, redenerend en discussiërend zichzelf en de kijker dichterbij de dilemma’s van onze tijd te brengen. Ik formuleer het nogal idealistisch, dat geef ik toe, niet alle politici zijn in staat of van plan om te luisteren, laat staan tastend te redeneren. Maar het zou aardig zijn om hen te dwingen het eens te proberen.

Het format van het televisiedebat is daar, zeker bij een stelsel met zoveel politieke partijen, ten enenmale ongeschikt voor. In een strijd tussen twee kandidaten, zoals in de eindfase van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, ligt dat anders. Dan kan er, in elk geval in theorie, doorgevraagd worden en kunnen de kemphanen uitgebreid op elkaar reageren. Dat zouden we in Nederland kunnen doen door verschillende kandidaten één op één tegenover elkaar te zetten, maar wie dan? Die keuze zal altijd arbitrair en omstreden zijn. Dan is het journalistieke interview – een uur lang, nieuwsgierig, geïnformeerd, vasthoudend, kritisch – helemaal zo gek nog niet. Of ben ik nu te ouderwets?

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Deel dit artikel

Eén ding stond van meet af aan vast: op geen enkele manier zou recht worden gedaan aan de onderwerpen