'Ik zeg toch ook niet dat álle bruine mensen onaardig zijn?'

Sleur ik die donkere jongen ongevraagd mijn opvoedkundig momentje binnen?Beeld thinkstock

Je dochter opvoeden zonder vooroordelen valt niet mee als je in een witte buurt woont en ze op een witte school zit, ondervindt Trouw-redacteur Eric Brassem. "Die jongen heeft vast gehoord wat je zei", leg ik uit, "dat bruine mensen meestal niet aardig zijn. Hoe denk je dat die jongen dat vindt?"

Aardige man!" zegt mijn dochter. En ik voel trots dat ze dat zegt, zo binnen gehoorafstand van de geadresseerde. Man is aardig. Dochter signaleert dat. En ze uit dat gevoel. Leuk voor die man ook. Hij glimlacht.

Idyllisch tafereel. We, mijn dochter (7) en ik, zijn aan het frisbeeën naast het voetbalveld. De frisbee zeilt over het manshoge hek. Een donkere jongen met rastahaar, op weg naar de uitgang, reikt haar de frisbee aan door de spijlen van het hek.

"Alsjeblieft."

"Dank u wel."

"Aardige man", zegt mijn dochter tegen mij. En ze vervolgt: "Zo aardig zijn bruine mensen meestal niet."

Ik kijk naar de jongen. Die loopt verder. Heeft hij het niet gehoord? Of doet hij of hij het niet gehoord heeft? De zon schijnt, de merels zingen, vrolijk gooit mijn dochter de frisbee naar mij. Dadelijk zal de jongen langs ons heen lopen, op weg naar de auto achter ons waar zijn maten al staan. Ik moet handelen, nu. Waar begin ik?

Ik vang de frisbee, loop naar mijn dochter en zeg: "Sorry, maar dat was echt heel dom, wat je net zei." Krak, zegt haar gezicht.

"Die jongen heeft vast gehoord wat je zei", leg ik uit, "dat bruine mensen meestal niet aardig zijn. Hoe denk je dat die jongen dat vindt? Dat is toch helemaal niet leuk om te horen als je bruin bent? Als hij straks voorbijkomt, ga je maar even sorry zeggen."

Wat ik niet zeg, maar wel denk: straks denkt die jongen nog dat ze dat van mij heeft. Wat ben ik aan het doen? Wil ik de klap in het gezicht van die jongen verzachten? Of sleur ik die jongen ongevraagd mijn opvoedkundig momentje binnen? Daar is hij al. "Heb je gehoord wat ze net zei?" vraag ik hem, terwijl mijn dochter tegen mijn rug opkruipt. "Aardige man..."

Ja, dat had hij wel gehoord.

"Enne... wat ze daarna zei?"

Nee, dat had hij niet gehoord. Zegt hij. "Oké", zeg ik. "Gelukkig maar. Dan ga ik het niet herhalen ook." Als die jongen het echt niet gehoord heeft, kan hij het nu wel ongeveer raden, en dan is hij misschien nu pas op zijn ziel getrapt. Dochter verraden. Papa voor paal. De jongen en ik wensen elkaar nog een fijne avond verder.

Thuis stort mijn dochter zich op de bank en kruipt met haar gezicht in de kussens. Ze huilt.

"Ik ben niet boos. Ik weet dat je het niet gemeen bedoelde", probeer ik te troosten. En ik begin te preken. De casussen Sylvana Simons en Typhoon, vrij vertaald naar kinderniveau: bruine mensen krijgen wel vaker lelijke dingen te horen, dat is heel naar voor ze, dat kun je je toch wel voorstellen?

"Ik zeg toch ook niet dat álle bruine mensen onaardig zijn?" snikt mijn dochter. Ik stel haar de hamvraag. "Waarom denk je dat veel bruine mensen wel onaardig zijn?"

"Omdat ze altijd zo stoer doen."

"Alleen bruine mannen, of ook vrouwen?"

"Nee, vrouwen niet natuurlijk, alleen mannen."

Mijn dochter observeert wat ze ziet: donkere voetballertjes op het veld voor ons huis, donkere rappers op tv. Ze legt verbanden: bruine mannen doen stoer. Ze zegt wat ze denkt: aardig, die bruine man, eentje die niet stoer doet. Observeren, verbanden leggen, zeggen wat je denkt: dat wil ik niet ontmoedigen. Ik moet haar aan het verstand peuteren dat bruine mensen niet allemaal stoer doen, en dat mensen die stoer doen niet allemaal ook onaardig zijn. Voorbeelden heb ik niet: we wonen in een witte buurt, mijn dochter zit op een witte school.

Ik begin over cultuurverschillen. In sommige landen vinden de meeste mensen het helemaal geen probleem om hard tegen elkaar te praten, bijvoorbeeld, terwijl wij dan al gauw denken: kan het wat zachter? En in sommige landen doen mannen wat stoerder dan in andere culturen, terwijl wij denken: pffft, aansteller! En dat is oké, dat we dat denken. Maar dat je niet meteen moet denken dat iederéén uit die landen zo schreeuwt of stoer doet.

Hoe meer ik preek, hoe zekerder ik weet dat ik mijn dochter bevestig in haar vooroordeel, en haar nog een nieuwe aansmeer ook: bruine mensen zijn zielig.

Zodra je je vooroordelen kent, moet je je ertoe verhouden. Toen ik eens een zwarte intellectueel in Zuid-Afrika sprak, betrapte ik me erop dat ik dacht: zie je nou wel dat zwarten niet dom zijn? Dat zei ik in gedachten tegen een Afrikaner Boer. Maar die imaginaire Boer zat wel in mijn hersenpan.

De preek hakt erin. Tot negen uur 's avonds ligt ze wakker. "Lieverd, je hebt alleen maar een foutje gemaakt. We maken allemaal wel eens een foutje", zeg ik. Net zo goed tegen mezelf als tegen haar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden