Koers houdenTrea van Vliet

Ik wil het hek platwalsen, de deur omver beuken

Hoe ga je om met een bejaarde vader die psychiatrisch patiënt is, die nog rijk denkt te worden door boten te bouwen en nu in lockdown zit?

Toen de wereld nog gewoon was, checkte ik voordat ik naar mijn vader toe ging ­altijd eerst even of hij wel zin had in mijn komst. Ik wilde hem per se de regie laten houden over zijn tijd. En soms kwam het dan voor dat hij antwoordde dat hij het ‘eigenlijk stikdruk’ had, en of het ook een andere keer kon.

Geweldig vond ik dat, als hij het stikdruk had met zijn botenplannen, zijn rekensommen en zijn mailtjes naar scheepswerven om orders te plaatsen, en ik bleef daar graag om weg.

Druk heeft mijn vader het niet meer. En twaalf weken heb ik hem nu niet gezien.

De eerste twee weken was ik verkouden, we waren bij ‘geen handen schudden’ en ik bleef vrijwillig uit voorzorg bij hem weg.

Toen kwamen de lockdown en het bezoekverbod.

De eerste vier weken daarvan ging alles nog goed.

We skypten en dat vond mijn vader reusachtig. (Zouden scheepswerven ook skypen, wilde hij weten. Ik zei maar dat ik dacht dat Skype meer iets was voor privécommunicatie.)

Daarna drong tot hem door dat hij opgesloten zat en werd hij psychotisch, en dat duurt nu al zes weken.

Zes weken van doodsangst, hallucineren en medicatie voor hem, zes weken van bezorgd, woedend, machteloos en gefrustreerd zijn voor mij.

Dat is niet alleen uitputtend, weet ik nu. Al die razernij brengt ons niets en daarom heb ik mij voorgenomen om wat meer gelijkmoedigheid te betrachten.

Vooralsnog slaag ik daar slecht in; ik ga heen en weer tussen murw zijn en de boel met een tank plat willen walsen.

Ik bel maar weer eens

Vanaf deze week mag de instelling zelf vormgeven aan de versoepeling van het bezoekverbod en het opsluiten van mijn vader. In afwachting van berichten daarover bel ik maar weer eens om te horen hoe het vandaag met mijn vader is.

Elke keer weer een spannend moment, net zoals elke keer wanneer zijn begeleiders mij bellen ik me te pletter schrik als ik ‘papa’ in het scherm van mijn telefoon zie staan. Ik hou er toch steeds rekening mee dat mijn vader het loodje legt.

Dat is vandaag nog niet het geval: “Je vader vraagt of je straks even terugbelt, hij is brood aan het bakken”, zegt de begeleidster van dienst doodnuchter.

Mijn vader blijkt vanochtend goed wakker te zijn geworden en hij vond dat de broodbakmachine maar weer eens gebruikt moest worden.

Lachen en huilen van opluchting.

Maar helaas is onze hoop dat het nu beter zal gaan snel voorbij, want ’s avonds is het alweer mis: mijn vader ziet weer dingen, is weer bang, heeft weer extra medicatie nodig.

En ik, ik wil mijn tank weer pakken.

Het hek voor zijn huis platwalsen, de deur omverbeuken en gewoon bij hem zijn.

Journalist en schrijfster Trea van Vliet schrijft op deze plek over haar vader, die verblijft in een woonvorm voor psychiatrisch patiënten in Zeeland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden