ColumnJames Kennedy

Ik weet niet meer wie goed en wie slecht is in Syrië

Drie miljoen mensen in trieste nood aan de Turks-Syrische grens. En ik voel me vooral emotioneel uitgehold. En meer mensen met mij, blijkbaar. Want er wordt vrij weinig over geschreven of gesproken. Wat zou er moeten gebeuren? Wat kan er nog aan worden gedaan?

De woorden van vluchteling Khadija Moshen Shaker, een weduwe die met haar kinderen op de vlucht is uit Idlib, troffen me. In de barre kou, zonder uitzicht: “In Syrië kun je niet langer goed van kwaad onderscheiden. Ze zeggen dat het regime slecht is en dat de rebellen goed zijn. Soms zeggen ze dat het regime goed is en dat de rebellen slecht zijn. Ik weet het niet meer. Ze hebben allebei mijn leven verwoest.”

Ik weet ook niet meer wie goed en wie slecht is. Niet alleen lijdt Syrië onder de tragische gevolgen van een oorlog, maar ook onder morele desoriën­tatie.

Net als velen hier in Nederland was ik in 2011 helemaal op de hand van de demonstranten. Assad leidde een corrupt en repressief regime dat af moest treden. Sinds die tijd heeft het regime van Assad laten zien dat het tot elke wreedheid in staat is: helse gevangenissen, gifgas, aanvallen op scholen en ­ziekenhuizen. Volgens schattingen zou 85 procent van de honderdduizenden doden de afgelopen negen jaar zijn omgekomen door toedoen van de regering – gesteund door Rusland en Iran. En het einde is nog niet in zicht – het zal verder oplopen.

Syrië is van Assad en er moet dus met hem onderhandeld worden

Het verschil tussen IS en het regime van Assad is geen moreel verschil, maar ligt in het grotere vermogen van Assad om dood en verderf te zaaien. En toch zal hij – juist door zijn meedogenloze optreden – aan de macht blijven. Syrië is van hem en er zal dus met hem onderhandeld moeten worden, al erken ik dat met de grootste tegenzin.

Maar ik ben ook wantrouwender geworden tegenover de opponenten van Assad. Niet alleen tegenover de jihadisten van Islamitische Staat, maar over ­allerlei groepen rebellen. In de eerste jaren van de opstand steunden Amerika en haar bondgenoten de rebellen die ­democratisch gezind en theologisch ­gematigd waren, maar dat bleek niet eenvoudig.

Het is begrijpelijk dat in het ideologische vacuüm van de Arabische dictatuur de islam een belangrijke bron vormde van populair verzet. Maar de wreedheden en de onberekenbaarheid van sommige rebellengroepen ondermijnden de oorspronkelijke roep om vrijheid. Het is geen wonder dat de ­Syrische vrienden van mijn zoon die naar Nederland waren gevlucht nog ­altijd tegen Assad zijn, maar geen enkele behoefte hebben om zich te afficheren met een rebellengroep. Het lijkt een teken dat de politiek voor hen heeft afgedaan. Het heeft allemaal geen zin, het heeft allemaal niets op­geleverd.

Wat had het Westen kunnen doen? Wellicht heeft een aantal Navo-landen zich te veel bemoeid met de oorlog en daardoor het conflict verlengd. Of heeft het te weinig gedaan en had een stevige interventie misschien tot een standvastig resultaat kunnen leiden. De Amerikanen probeerden heel voorzichtig het een of het ander, totdat ze daar weer van afzagen – vooral ten nadele van de Koerden. Ook de Turken zwalkten.

De Europeanen waren eerst wel ­bereid om vluchtelingen op te nemen, totdat de nationale bevolkingen daar­tegen ageerden. De EU kon de vluchtelingenstroom politiek niet aan. Dat de EU nu vleugellam is betekent dat de grote nood van drie miljoen Syriërs aan de Turkse grens – en de vluchtelingen op de Griekse eilanden – waarschijnlijk niet gelenigd wordt.

De Syrische oorlog heeft vooral het menselijk falen blootgelegd. Dat is niet alleen te zien aan de onbegrensde wreedheden die mensen elkaar kunnen aandoen, maar ook in het gebrek aan moed en solidariteit. De oorlog heeft zo ook Amerika en vooral Europa beschadigd.

Ik weet één ding: dat deze drie miljoen mensen snel hulp nodig hebben en dat wij hen moeten helpen. Maar hoe de politiek dit kan doen, weet ik niet.

James Kennedy is een Amerikaanse historicus en decaan van het University College Utrecht. In Trouw geeft hij  om de week zijn visie op de Nederlandse samenleving.  Lees hier meer columns van James Kennedy.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden