COLUMN

Ik vind, als migrant, dat je in de publieke ruimte Nederlands hoort te praten

Sylvain EphimencoBeeld Trouw

Ik herkende gisteren veel in de strip van Pieter Geenen. Zijn uitgangspunt was de Herzberg­lezing van minister Kaag, waarin ze de stilte hekelde als antwoord op Wilders. 

Een geeuw, wat schouderophalen en een verpletterende onverschilligheid leken me ook het beste antwoord op de man die sinds twaalf jaar zijn isolement met krankzinnige voorstellen heeft verstevigd. Van een speciale belasting op hoofddoeken tot het verbieden van de Koran en gedwongen sluiting van alle moskeeën in Nederland. Allemaal ongrondwettelijke hompen rood vlees die Wilders regelmatig in de arena mietert. 

Dat diezelfde arena met een ongeïnteresseerde stilte de onzin van Wilders begroet, lijkt me winst. Dat minister Kaag haar overigens zeer leesbare ­lezing met dit zwakke punt ontsiert, heeft waarschijnlijk te maken met politiek opportunisme: niets beter, moet ze hebben gedacht, om je weggelopen kiezers te mobiliseren dan een vijandbeeld zwaar aan te zetten. Ook Wilders doet dit.

Klein bier

In 2007 ben ik opgehouden stelselmatig op Wilders te reageren. Ik schreef toen een lange en harde open brief aan Wilders in het weekblad Opinio, waarin ik hem verweet een legitieme discussie met grove provocaties en karikaturen in gijzeling te nemen en te vervuilen. Geen antwoord. Kennelijk is Wilders ook voor de AIVD klein bier, want hij komt in het onlangs gepubliceerde rapport over rechts-extremisme niet voor.

Merkwaardig trouwens dat bij gebrek aan een stevig nazi-bataljon in Nederland, de AIVD zich met de agressieve toon op internet tevreden moet stellen. De dienst kwalificeert het verschijnsel als ‘ongeorganiseerd’ rechts-extremisme. Internet is een fantastische bron van kennis en vrijheid. Maar in de krochten en het riool van het web kun je ook naar hartelust beledigen en trompetteren. Dat doen niet alleen mensen met rechts-extremistische waanbeelden, maar ook links-radicalen of racisten die de blanke medemens voortdurend criminaliseren.

Wel geeft de AIVD toe dat echt extreem-rechts op sterven na dood is in dit land. Goed nieuws, en laat ik de laatste cijfers van de Anne Frank Stichting ­(juni 2017) hier geven: 31 organisaties met tussen de 200 en 300 leden op een bevolking van 17,2 miljoen. Gemiddeld nog tien leden per organisatie.

Spijt betuigd

Toch vond hoogleraar Joep Leerssen het nodig, gisteren in Trouw, om het rechts-extremisme als ‘communicerende vaten’ aan parlementaire partijen te linken. Hij noemde een tweet van Wilders en ook de opmerking van Baudet over ‘homeopathische verdunning’: “Als je dit soort stellingen maar blijft herhalen, worden ze normaal.” Herhalen? Baudet heeft bij ‘Pauw’ in maart vorig jaar spijt voor deze opmerking betuigd en beloofd hem nooit meer te gebruiken. 

Verder vond Leerssen, je moet durven, dat ook de VVD een rechts-extremistisch communicerend vat is door zijn poster ‘In Rotterdam spreken we Nederlands’. Maar ik sta hier voor 100 procent achter en vind, als migrant, dat je overal in Nederland in de publieke ruimte Nederlands hoort te praten. Wist ik veel dat ik hiermee een neonazi werd.

Lees meer columns van Sylvain Ephimenco in ons dossier.

Lees ook:

'Ik maak me zorgen over stemmingmakers, die polariseren tot het gewoon wordt'

De AIVD ziet een nieuw soort ongeorganiseerd rechstextremisme, dat zich via sociale media richt tegen ongeacht welke migrant. Het toont aan dat er spelregels voor internet nodig zijn, zegt hoogleraar Joep Leerssen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden