Column Stevo Akkerman

Ik verzamel dictators

Het kan beroepsdeformatie zijn of een nog ernstiger afwijking, maar zelf houd ik het op een gezonde historische belangstelling: ik verzamel dictators. Dat wil zeggen, als ik op reis ga, mag ik graag de mausolea, graven en monumenten bezoeken van de massamoordenaars, tirannen of al te sterke mannen die hele landen hebben bestuurd als hun privébezit. Vaak is er ook nog een tempel voor hen opgericht, meestal ‘museum’ geheten en volgestouwd met persoonlijke prullaria om te bewijzen dat de halve god toch ook echt mens was.

Zo zag ik in Boekarest een hele afdeling van het Nationaal Museum gewijd aan Nicolae Ceausescu en zijn echtgenote Elena, beiden toen nog aan de macht. De oudere vrouwen die dienst deden als suppoost, haastten zich om de lichten aan te doen, er was duidelijk niet op bezoek gerekend; wij waren de enigen. In de vitrines vol eerbetonen uit binnen- en buitenland stond ook een model van de Fokker ‘Friendship’, een cadeau van Juliana en Bernhard.

Langs de dode kuieren

Lenin heb ik zien liggen in zijn mausoleum op het Rode Plein, Georgi Dimitrov in zijn mausoleum in Sofia (nadien in twee bedrijven opgeblazen), en Mao in het zijne op het Plein van de Hemelse Vrede. In al die gevallen zagen erewachten erop toe dat je niet met je handen in je zakken langs de dode zou kuieren – wat ik bij Mao probeerde – en ook dat je enige haast maakte.

Het is niet zo dat ik een bucketlist van dode dictators bijhoud. Maar onlangs ben ik nog wel bij Tito geweest en omdat ik met vakantie naar Georgië ga, hoop ik binnenkort het Stalin Museum te bezichtigen, gevestigd in zijn geboorteplaats Gori. Maar waarom eigenlijk? Om de geschiedenis binnen handbereik te krijgen, denk ik. Om te bevatten hoe het mogelijk is dat eenlingen zo bepalend zijn, met miljoenen doden tot gevolg. En des te intrigerender: hoe nog meer miljoenen in de ban konden raken van deze eenlingen.

Zoon van een schoenmakerskecht

Het merkwaardige is dat de betovering nog altijd niet is uitgewerkt. Stalin, die zich als Sovjet-leider nauwelijks interesseerde voor zijn geboortegrond, liet 400.000 Georgiërs deporteren, de meesten van hen overleefden dat niet. Maar zijn museum in Gori is het bestbezochte van het land en het bevat, als ik het goed begrijp, geen enkele kritiek op deze zoon van de plaatselijke schoenmakersknecht.

In Rusland doet zich hetzelfde voor, daar wordt Stalin ‘witgewassen’, zoals historica Irina Sjerbakova dinsdag schreef in The Guardian. Sjerbakova heeft zich uitgebreid beziggehouden met de Goelag en is een van de oprichters van ‘Memorial’, de Russische mensenrechtenorganisatie die is ontstaan uit de behoefte om de geschiedenis en de omvang van het stalinisme bloot te leggen. In 2016 werd de organisatie door het bewind van Vladimir Poetin gebrandmerkt als ‘buitenlandse agent’, tekenend voor wat er gaande is in het land. “Als we Stalin en zijn systeem niet veroordelen, is een terugkeer naar de democratie onmogelijk”, schrijft Sjerbakova.

Misschien iets om in gedachten te houden bij de Poetin-liefde van onze eigen rechtse populisten.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden