null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnStevo Akkerman

Ik verontschuldig me een ongeluk als ik vertel dat ik ga vertrekken uit Rotterdam

Het is niet dat ik weg wil uit Rotterdam, maar ik ben dozen aan het pakken, er gaan boeken naar de kringloop, kleren naar de textielcontainer, prullaria naar de prullenbak – dat doet toch iets vermoeden. 4,5 jaar geleden kwam ik hier aan op een maartse dag van koude regen, en het duurde even voordat ik met mijn ov-fiets de Erasmusbrug over was en het adres had gevonden.

Ik wist meteen dat ik in deze stad wilde wonen. Veel keus had ik ook niet, maar waarom zou ik mezelf daaraan herinneren? Die brug, dat was het, en het nieuwe station, de Maas en de brutale torens op de Kop van Zuid. Later zou ik ook de minder voor de hand liggende plekken leren kennen, en die bleken net zo geschikt om van te houden.

Dit is heel verdacht

Het is niet dat ik me eigenlijk verplicht voel om in Rotterdam te blijven, maar toch betrap ik mezelf op iets dat alleen maar schaamte kan zijn. Ik verontschuldig me een ongeluk als ik vertel dat ik ga vertrekken. Ik kom met argumenten die begrip moeten opwekken, ik zeg dingen als ‘pijn in het hart’ en ‘zal altijd blijven missen’. Wat is dit? Denk ik dat ik de stad en haar bewoners iets aandoe door het verderop te zoeken? Heel verdacht.

Het is niet dat Rotterdam een mooie stad is, maar geen stad kan zo verleidelijk lelijk zijn. In het begin betreurde ik nog wel eens iets, maar het bleek veel vruchtbaarder om te kiezen voor de verbazing: dat ze zulke dingen bouwden! En zulke, en zulke!

Vandaar was het niet zo’n grote stap om te begrijpen wat er gebeurd was, zowel in de oorlog als daarna, toen gekozen werd voor modern en efficiënt, nieuw en zakelijk. Inmiddels maken de echte liefhebbers zich zorgen; zal de stad haar lelijkheid niet verloochenen? Onder het motto ‘Keep Rotterdam Ugly’ wordt gestreden voor behoud van de architectuur uit de magere jaren, voor trespa en beton, en terecht.

Het is niet dat ik geloof hecht aan het uitzonderlijke karakter van de Rotterdammers. Zoals in alle grote steden bestaat de bevolking hier voor een groot deel uit import, binnenlands dan wel buitenlands, en om eerlijk te zijn vind ik het hele idee dat in Nederland om de vijftig kilometer andere menssoorten leven ietwat overdreven. En die lekker ongepolijste types dan, die ruwe bolster, blanke pit, niet lullen, maar poetsen, dat zijn toch wel echte Rotterdammers? Dat wel. Maar die vind je elders net zo goed, alleen noemen ze zich dan echte Amsterdammers of weet ik veel wat.

Het is gretigheid

Dat neemt niet weg dat elke stad een verhaal nodig heeft, en Rotterdam hoefde daarvoor niets te verzinnen; dit is onmiskenbaar de stad van de wederopbouw. Daar heb ik de voorbije jaren dankbaar bij aangehaakt. Meetbaar is het niet, aantoonbaar ook niet, maar als maar genoeg mensen geloven dat ergens iets in de lucht hangt, dan wordt de lucht er vanzelf anders, zoiets heb ik ervaren, geloof ik, misschien. Moet ik specifieker zijn? Dan is het woord ‘gretigheid’ het beste dat me te binnen wil schieten.

Nu is het tijd er even tussenuit te gaan, en als ik terugkom, zal het zijn vanaf de oevers van een andere rivier, wat meer naar het oosten.

Tot dan, beste lezers.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden