null Beeld

ColumnNelleke Noordervliet

Ik sta open voor het experiment de verkiezingen nu meteen over te doen

De lijsttrekkers blonken uit in platitudes, stelt Nelleke Noordervliet. Het zou niet verkeerd zijn als Nederland nog eens zou moeten stemmen.

We keken wekenlang naar debatten en talkshows waarin politici in een eeuwige carrousel van gelijke schermutselingen ronddraaiden. Het kijken had kenmerken van een verslaving aan pindarotsjes. Ze zijn eigenlijk helemaal niet lekker meer, maar je kunt er niet van afblijven. Je zit wel met een scorebord op schoot om de punten bij te houden, maar dat doe je bij schaatsen ook al niet meer sinds Ard en Keessie. Het circus wordt alleen even spannend als een politicus door een cabaretier in zijn gezicht wordt gespuugd.

Daaronder – en dat is het beroerde – spelen wel degelijk belangrijke kwesties. De vorm waarin de politiek en de politici worden gedwongen door redacties en campagneteams, maakt authenticiteit onmogelijk. Je moet als politicus een begenadigd acteur zijn. Binnen het gladde, theatrale format wordt iedere fout genadeloos afgestraft. Duim omlaag. Laat de leeuwen maar uit hun kooien. Dat is fnuikend voor het serieuze belang van de politiek in de samenleving.

Er wordt tegenwoordig massaal en langdurig gezweefd. De ouderwets religieus of ideologisch geïnspireerde politiek, die mensen binnen de eigen kring vasthield, is op haar retour. We zien het in de neergang van de christendemocratie en de sociaaldemocratie.

Zijn we eindelijk geland bij een partij, die natuurlijk nooit helemaal beantwoordt aan onze eisen en verlangens, dan gaan we na het stemmen de hele tijd achterom kijken en analyseren wat we eigenlijk hebben gedaan. Sommige partijen liggen op apegapen, andere ontdekten het geheim van Lazarus. Achter de impulsieve keuze van de zwevende kiezer wordt een rationele motivatie gezocht: hier wil Nederland dus naartoe!

Maar stel nu dat de Kiesraad zegt: sorry, jullie moeten allemaal opnieuw stemmen want we zijn de stembiljetten kwijt, en we zouden dat braaf doen, zou de uitslag dan dezelfde zijn? Verzamelt Nederland zich dan nog massaler rond de winnende partijen, of haasten we ons uiteen om de verliezers onze steun te geven? Schrikken we van ons eigen gedrag of hebben we juist geen spijt? Ik weet het niet, maar ik sta open voor het experiment de verkiezingen nu meteen over te doen.

Slecht reclamebureau

Als schrijver let ik op het taalgebruik van de kandidaten en de partijen. Ik zit met het rode potlood klaar. Helaas, taal is zeg maar niet hun ding. Taal is sowieso niet het ding van Nederlanders, gezien de gebrekkige lees- en schrijfvaardigheid, niet alleen van leerlingen in het basisonderwijs of studenten aan de universiteit. De liefde voor de taal is een betrekkelijk kleine groep gegeven. Politici en taal? Het is geen gelukkig huwelijk. Ze willen vooral de taal van het volk spreken. Als het volk de eigen taal verwaarloost, zullen politici dat ook doen.

Als Wilders debatteert, horen we boos geblaf vol overdrijving en versimpeling. Dat werkt bij zijn kiezers. Buiten het circus klinkt hij aardiger. Normaler. De retoriek van Baudet is het schoolvoorbeeld van een poëtisch uit de bocht gevlogen puber, verliefd op zijn eigen spiegelbeeld en stemgeluid: er is geen touw aan vast te knopen.

En alle anderen blinken uit in door campagneteams voorgeschreven nietszeggende stopwoorden en platitudes, want ‘dat wil het volk horen’.

Met enige nostalgie denk ik terug aan een politicus als I.A. Diepenhorst, die ondanks een eindeloze hoeveelheid ingebedde bijzinnen nooit het spoor bijster raakte. Tegenwoordig weet bijna niemand meer wat een ingebedde bijzin is. Zelfs Pim Fortuyn, met wiens politieke visie ik het oneens was, doemt uit het verleden op met zijn slimme inzet van soundbites en scherpe ironie.

Over ironie gesproken: Rutte, die over het algemeen zijn teksten bij een slecht reclamebureau betrekt, zei tot ons aller verrassing aan het begin van de coronacrisis, die toen nog tot solidariteit leidde, dat Nederland een diep-socialistisch land is.

Daarmee begon hij volgens sommige analisten een voorzichtige flirt met Lilian Marijnissen. Maar ik weet het nu zeker. Het was geen flirt. Mark flirt niet. Het was ironie. Mark hanteerde het bijna niet meer begrepen stijlmiddel van de ironie. Gelukkig heeft Sigrid dat wel door.

Nelleke Noordervliet

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden