null

ColumnMaddy Hulshof

Ik noemde haar ‘mama', en hoopte dat ze het zelf ook weer ging geloven

De moeder van columnist Maddy Hulshof is goed van geest, maar oud en haar dagen zat.

Het was maandagmorgen amper 7 uur en ik had een telefoongesprek gemist van mijn zus. Dit kon maar één ding betekenen: er was iets met onze moeder. Ze woonde nu bijna een maand in het tijdelijke verzorgingshuis en samen met de medewerkers hadden we haar behoedzaam weer op de rails gekregen. Tegen haar zin begon het toch al wat te wennen. Althans ze mopperde alweer hevig over de koffie. Te heet, te koud, het verkeerde kopje (koffie drinkt ze uit haar ‘liefste-oma’-kopje), te sterk, te slap en de mooiste van allemaal ­‘hebben ze de suiker weer helemaal onderin gedaan’.

Waarschijnlijk was ze gevallen, dat kon ze heel goed zonder ooit iets te breken. Wat er ook aan de hand was met onze moeder, het zou de boel weer in de achteruit zetten. Ik belde mijn zus en die was er kort over: “Mama heeft corona”. Er viel iets hard op de grond en ik wist niet wat. Door het verzorgingshuis werd nu snel geschakeld. Wat wilden wij als het slechter met haar zou gaan? Ik was net wakker en de dood meldde zich alweer. Eerst moest ik op zoek naar haar wilsbeschikking en de niet-reanimerenverklaring. Onze moeder wilde iedere kans om dood te gaan aangrijpen, maar zonder te lijden of te verstikken, en met ons aan haar zijde. Dat laatste kon nu niet, zei het verzorgingshuis, maar de rest was duidelijk.

Niemand die haar nog bij haar naam noemde

De afdeling ging op slot, we mochten niet meer bij haar. De zussen en ik telden de dagen, ­sliepen slecht en belden haar iedere dag. “Ze zeggen dat ik corona heb, maar ik ben alleen verkouden. Ik ben zo alleen.” Dat was erger dan het eten dat naar kool smaakte en de koffie die verkeerd was. Ze herkende de verzorgsters niet meer door de beschermende pakken en gezichtsmaskers. Niemand die haar nu nog bij haar naam, mama, oma of omi noemde. Het leven, dat zijn de anderen en niet de onherkenbare verzorging die haar ‘mevrouw’ noemde. Een mevrouw was ze nooit ­geweest.

Ik geloof niet in wonderen, maar ik weet ook niet hoe je het dan moet noemen. Na een dag of tien was ze ­alweer klachtenvrij, het duurde nog even voor we weer op bezoek mochten. Beschermende kleding aan, mond- en gezichtsmasker op, handschoenen aan. Ik was nerveus om haar weer te zien, we zouden de afgelopen ­weken door moeten praten en daar was weinig leuks aan. Ze keek op toen ik de deur opende, haar mama noemde en mijn naam zei. Haar armen strekte ze uit en ik wist dat het niet mocht, maar ik hield haar stevig vast. We konden er niets aan doen. “Wat heb ik dit gemist”, zei ze, “het was zo erg en alleen. Ik wil dit nooit meer.”

En wat telefonisch niet kon, lukte oog in oog wel. Ze sprak over het gevoel vergeten te zijn, een afstand tussen haar en de rest van de wereld. De paniek die haar uit de slaap hield, het constante denken aan dingen die ze liever zou vergeten. Haar eenzaamheid was van haar ­alleen. Hoe vaak we ook belden, ze dacht dat ze on­bereikbaar was. Ik hield haar vast, ieder dierbaar botje, en noemde haar wie ze was, ‘mama’, en hoopte dat ze het zelf ook weer ging geloven.

De moeder van columnist Maddy Hulshof is goed van geest, maar oud en haar dagen zat. Ze moet verhuizen en heeft daarover niets te zeggen. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden