Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik lijk wel een jukebox: je gooit er een muntje in en je krijgt wat je vraagt

Opinie

Erik Jan Harmens

Erik Jan Harmens. © Jörgen Caris
Column

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd.

Onlangs haalde de politie van Amsterdam drie toeristen uit Azerbeidzjan van de Ringweg A10. Dat is een snelweg en op de snelweg mag je niet fietsen, maar mij verbaast het dat het zo weinig gebeurt. Elke dag kunnen miljoenen fietsers van het pad afwijken en zich tussen het snelverkeer mengen, ze hoeven alleen maar die kant op te sturen, maar ze doen het nooit en als ze het doen komen ze uit Azerbeidzjan.

Lees verder na de advertentie

Het verbaast me ook dat er zo weinig wordt spookgereden. Ik kan nu stoppen met werken aan deze column, mijn auto in stappen en de afrit van de ringweg als oprit gebruiken. Op Radio 1 hoor je dan: ‘Haal niet in, blijf rechts rijden.’ Elk moment van de dag kan ik dit doen, en u ook, en toch doen we het nooit. Gelukkig maar, er komen vreselijke ongelukken van. Toch fascineert het me dat we het elke dag kúnnen doen en steeds opnieuw weer laten.

Elke dag kan ik vanuit de douche zo in adamskostuum naar buiten lopen

Ik kan nu de straat op lopen en de eerste de beste persoon die ik tegenkom omhelzen, of voor zijn bakkes slaan, maar ik laat het, ik gedraag me, negeer iedereen, bemoei me met mijn eigen zaken. Elke dag kan ik vanuit de douche zo in adamskostuum naar buiten lopen, maar in plaats daarvan droog ik me eerst af, kleed me aan, pas dan begin ik met deelnemen aan het openbare leven.

Ik maak een wandelingetje door het dorp waar ik woon, iemand zegt: “Weertje hè?” en ik knik: “Nou, heerlijk!” Als iemand me een cadeautje geeft, zeg ik: wat mooi, dankjewel. Of als het een praktisch cadeau is, bijvoorbeeld een terugfluitende sleutelhanger: wat handig, dankjewel. Ik lijk wel een jukebox: je gooit er een muntje in en je krijgt wat je vraagt. Nooit wat je niet verwacht.

Mijn lievelingsfilm heet ‘Falling Down’. Michael Douglas speelt een man die de megafile niet meer trekt waar hij in staat. Hij verlaat zijn auto en beklimt het talud, even later bestelt hij in een fastfoodrestaurant waar alle medewerkers de hele tijd lachen ontbijt, maar het is drie over half twaalf en vanaf half twaalf kun je alleen iets van het lunchmenu bestellen. “Ik wil geen lunch, ik wil ontbijt”, probeert hij nog. “Het spijt me”, zegt de lachende medewerker, met haar voornaam op een badge. “Het spijt mij ook ... Sheila”, zegt de man en haalt een machinegeweer tevoorschijn.

Een daad die ik sterk afkeur, maar wat hem drijft begrijp ik.

Auteur en dichter Erik Jan Harmens schrijft wekelijks over wat er gebeurt in zijn drukke hoofd. Lees hier meer artikelen. 

Deel dit artikel

Elke dag kan ik vanuit de douche zo in adamskostuum naar buiten lopen