null Beeld
Beeld

ColumnNelleke Noordervliet

Ik kijk uit naar de geweldige resultaten van de inspanningen van jongeren, al zal ik tegen die tijd dood zijn

David Rijser schreef in De Nederlandse Boekengids een fijn artikel over de noodzaak van eigentijds cynisme. De wetenschapper klassieke taal en literatuur riep op tot een nieuw Ecrasez-l’infame! zoals Voltaire die de ‘schandelijke vroomheid’ wilde vermorzelen. Rijser: “Hekel de hypocrisie door hem bloot te leggen, geestig want eerlijk. Zonder fundamentalisme, want zonder geloof. Maar vooral zonder zelfgenoegzaamheid.” Schrijver Philip Huff kamde in NRC Handelsblad het eigentijds cynisme af van een aantal columnisten, juist omdat ze naar zijn idee zelfgenoegzaam zijn en het progressieve vuur van jonge idealisten met ironisch dedain belachelijk maken.

David Rijser geeft een historisch overzicht van de veranderende rol van het cynisme in tijden van crisis, om uit te komen bij de constatering dat hedendaagse schrijvers te braaf een vaag midden houden uit angst om voor ‘fout’ te worden versleten. Als voorbeelden noemt hij Ilja Pfeijffer en Arnon Grunberg die ironie en zwartgalligheid vaarwel hebben gezegd om een serieus en zachtaardig soort verbinding te prediken. Philip Huff neemt een groepje columnisten de maat omdat ze geheel tegen de roeping van de columnist in de zittende macht steunen met hun zogenaamde nuchterheid. Het ­gevaar van zelfgenoegzaamheid onderkennen beiden. Daarmee overhandigen ze hun geloofsbrieven: ik ben niet zelfgenoegzaam.

Daar moest ik een tijdje over nadenken. Niemand zal zichzelf zelfgenoegzaam vinden. Waarom hebben we er zo’n hekel aan dat we het als ultiem argument gebruiken om een tegenstander te diskwalificeren? Het is geen argument, het is een onweerlegbare opinie. Vindt iemand mij zelfgenoegzaam, ik zal nooit een overtuigend bewijs van het tegendeel kunnen leveren. Kan ik mezelf de opdracht geven niet zelfgenoegzaam te zijn? Dat kan wel. Dan moet ik mezelf en mijn opinies in twijfel trekken. Het probleem van opiniestukken is dat de auteur dat liever niet al te opzichtig doet. Zo ook David Rijser en Philip Huff. Ze vinden dat ze gelijk hebben.

Generatiekloof

Het aardige van Rijsers essay is dat hij twee reacties op een crisissituatie bespreekt: de stoïcijnse en de cynische. Hij illustreert het met historische voorbeelden. De stoïcijnse reactie is de zelfgenoegzame. Wie geen reden tot klagen heeft, kan makkelijk een crisis met grote kalmte en afstandelijkheid tegemoettreden. Wie werkelijk getroffen wordt, moet zich teweerstellen met woede, verdriet, keiharde kritiek. Lees ik Philip Huff goed, dan is hij het daarmee eens, maar de vorm die voor hem de ‘niet-zelfgenoegzame’ reactie aan moet nemen is niet zozeer de kritisch-cynische houding. Hij pleit voor een ­stralend en jong geloof, dat met woede en harde actie antwoordt op het falen van de zittende macht. Daar scheiden de wegen van de oudere en de jongere intellectueel. Een geloof of een ideologie is voor de zestiger Rijser de basis van zelfgenoegzaamheid. Voor de dertiger Huff is het de voorwaarde voor vernieuwing.

De generatiekloof wordt zichtbaar. Maar laten we alsjeblieft geen overeenstemming bereiken. Dat hoeft helemaal niet. Laten we minimaal elkaar proberen te begrijpen. Qua leeftijd en opvattingen sta ik dicht bij Rijser. Ik vind dat er ongemakkelijke waarheden gezegd moeten worden maar liever niet vanuit een gestaalde ideologie die het individu overheerst en diens opinies dicteert. Hypocrisie is vrijwel onvermijdelijk wanneer een mens idealen verabsoluteert. Maar ik heb zeker sympathie voor de standpunten en de actiebereidheid van Huff en zijn generatiegenoten.

Ontwikkelingsfase

Waarom botsen de generaties? Er liggen andere systemen ten grondslag aan hun overtuigingen, of liever gezegd: de systemen ­bevinden zich in een andere ontwikkelingsfase, maar zijn onderling sterk vergelijkbaar. Wij ouderen hebben geprobeerd de wereld te verbeteren, ’t is niet gelukt. Nu zijn de jongeren aan de beurt. Ik kijk uit naar de geweldige resultaten van hun inspanningen, al zal ik tegen die tijd dood zijn.

Wel zie ik al één verbetering: Rijser noemt uitsluitend dode of levende, maar in ieder geval oudere witte, mannelijke auteurs. Huff richt zijn pijlen ook op zeker een stuk of drie levende oudere witte vrouwen. Tellen we in ieder geval eindelijk mee, zij het in ­negatieve zin.

Nelleke Noordervliet

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden