Column Rob Schouten

Ik kan soms naar de wereld kijken met de verbazing van het vijfjarig jochie

Op 2 oktober 1959 vond in Nederland, en elders op aarde, een complete zonsverduistering plaats. Ik was vijf. We werden uit het kleuterklasje bij elkaar geroepen om er op de speelplaats naar te gaan kijken, kregen een fotonegatief in handen gedrukt, want anders zouden we blind worden, en keken daardoor met z’n allen naar de hemel. Inderdaad, de zon verdween even helemaal.

Ik zat nog in mijn animistische levensfase en dit was mijn eerste natuurverschijnsel. God, wiens bestaan mij trouwens al met de paplepel was ingegoten, bestónd, daar was geen twijfel aan. En er was niet alleen het heelal met de door Hem geschapen zon, maan en sterren, maar om ons heen heerste ook nog het Eisenhowertijdperk, een Amerikaans verschijnsel dat ook Nederland bereikte, het was voorspoedig en saai: mensen dachten dat de wereld erop vooruitging. Ik weet niet hoe ik er zelf in 1959 over dacht, ik had nog geen idee over de toekomst, niet wat er zou gebeuren, niet wat ik wilde worden. Ik leefde in het nu en mijn gemoedsrust werd niet aangetast door wereldgebeurtenissen en innerlijke strijd.

Uit slik opborrelde

Du Perron heeft het over ‘de leugen van de kindertijd, de leugen/ van wat wij zouden doen en nimmer deden’. Maar goed, leugens of niet, het is ooit werkelijkheid geweest en ik heb het meegemaakt. Ik sta er nog altijd van te kijken dat je zoveel meemaakt tijdens een heel leven. Ook dat moet sinds het eerste eencellige wezen uit het slik opborrelde enorm veel rijker zijn geworden: de ervaringswereld.

Ik kan soms naar de wereld kijken met de verbazing van het vijfjarig jochie: naar het vragenuurtje van de Tweede Kamer, naar het programma ‘Bommetje’, naar joggers in het Vondelpark, naar een vluchtende haas. Soms zelfs met lichte paniek: gaat dat allemaal wel goed, zo vanzelf, buiten bij om? Het moet een oude reflex zijn, die van het verbaasde kind om de wereld om hem heen.

 Sublieme abstractie

Onlangs beluisterde ik het tweede deel van Beethovens Zesde Symfonie, de ‘Pastorale’: ‘Szene am Bach’. Het zou na de zonsverduistering niet lang duren of ik werd gewonnen voor de klassieke muziek en de Pastorale is een jeugdliefde van me. Of het nu door de naam van dat stukje kwam of iets anders weet ik niet, maar ik moest ineens aan Bach denken. In 1808 toen Beethoven de Pastorale schreef was die nog maar een dikke vijftig jaar dood, laten we zeggen zoals Kennedy nu. Maar wat een wereld van verschil: dáár Bachs sublieme abstractie, hier Beethovens aardse, romantische lyriek.

En iemand die in 1808 een jaar of vijfenzeventig was (Haydn bijvoorbeeld) kon het allebei hebben meegemaakt, het ontstaan van Bachs suites uit 1738 en dat van de Pastorale. Zo staar ik naar mijn kindertijd, de foto op de kleuterschool genomen, waarop ik met mijn zusje voor de fotograaf een kopje thee drink, nog geen idee wat er van ons allebei terechtkomt. En inmiddels grijs en overtuigd dat het na ons niet ophoudt en dat we ‘werken en niet het eind van je werk zien’ zoals ontdekkingsreiziger Stanley ooit zei, je achterachterkleinkinderen bijvoorbeeld. Heel, heel erg raadselachtig.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden