Column

Ik hoef de moslimvrouw niet op te leggen dat ze zich moet bevrijden

Beeld Maartje Geels

Enkele weken geleden ontving ik een e-mail van debatcentrum De Balie: of ik met ­Mona Eltahawy, prominent feministe, in gesprek wilde gaan. 

Helaas kon ik niet, ik had andere afspraken. Intussen heeft De Balie het programma ook nog eens afgeblazen. Maar treur niet, u kunt op vele filmpjes op internet terugzien hoe Eltahawy optreedt: rappe tong, taboes met de voeten tredend, radicaal.

Mona Eltahawy gaat door het leven als een radicale feministe. Ze is een van de meest uitgesproken stemmen in het debat over de emancipatie van de Arabische vrouw. Enkele jaren geleden maakte ze furore met een prikkelend essay getiteld ‘Waarom haten ze ons?’. Het ging over de Arabische man en zijn vermeende haat voor de vrouw. Sindsdien voert Eltahawy een felle strijd tegen misogynie in de Arabische wereld, tegen de achterstelling en de onvrijheid van de vrouw, tegen de vernederingen, die ze volgens haar zowel thuis als op straat ondergaat. Eltahawy roept op tot een seksuele revolutie onder Arabieren. Om haar vurigheid kracht bij te zetten, verft ze haar haar rood.

Of ik met haar in gesprek wilde gaan. De Balie vroeg mij, omdat ik juist een zachte stem ben in het debat. Wat is beter? Fel of zacht?

Ooit was ik veel scherper in mijn uitlatingen dan nu. Ik begon te schrijven over de emancipatie van de Arabische vrouw net na ‘9/11’. De stemming was uiterst kritisch jegens moslims. Ik deed daaraan mee. ‘Bevrijd jezelf van het patriarchale juk!’ was mijn credo. Ik werd ‘kritische moslima’ genoemd. Ik kreeg bijval, veelal uit de westerse feministische en liberale hoek, want ja, de Arabische vrouw was natuurlijk onderdrukt, vanuit deze hoek bezien.

Slechte naam

Vanuit mijn eigen achtergrond kreeg ik maar weinig steun. Veel gelovige immigrantes, over wie ik schreef, vonden me te fel. Ze vonden dat het debat hen een slechte naam gaf, hen inderdaad neerzette als onderdrukt, terwijl zij juist veel moois zagen in hun tradities, waar ze zelf voor kozen.

Ik herinner me een debat over de maagdencultus in de Arabische wereld, waar ik als panellid een paar stevige meningen uitte. Er zaten veel moslima’s in de zaal. Na het debat kwamen er velen naar voren om met de ­panelleden te praten. Niemand stapte op mij af. Een ­publieke afwijzing, duidelijker kan niet.

De laatste jaren ben ik veranderd. Ik hoef de ander niet op te leggen dat die zich moet bevrijden. Ik geloof niet dat dat juist is. Het leven is complexer dan dat, zeker dat van moslimvrouwen. Nu probeer ik de complexe levens van die vrouwen beter te doorgronden. Ik schrijf erover: waarom houden moslimvrouwen vast aan hun tradities en waarom wijzen ze de volledige individuele vrijheid af?

Ook dat wordt niet door iedereen gewaardeerd. Begrip tonen voor gelovige vrouwen? Niet de individuele vrijheid op een voetstuk plaatsen? Dat kan niet!, krijg je uit feministische en liberale hoek gauw te horen. Ik ben zo een aantal van mijn liberale en feministische vrienden kwijtgeraakt.

Of je nou een radicale aanklager bent, of iemand probeert te zijn met begrip, je kunt het nooit goed doen in dit debat.

Naema Tahir is jurist en schrijver. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Al haar columns leest u hier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden