Column

Ik heb weleens begroot dat zo’n tachtig procent in mijn leven nergens toe leidt

Beeld Maartje Geels

Op het gevaar af al persoonlijk te worden wil ik u iets vertellen over de manier waarop ik de dag elke keer opnieuw begin. Ik wil dat als het ware met u delen (over de verwording van de uitdrukking 'íets met iemand delen' graag een volgende keer!). 

Het zit namelijk zo: ik kleed mij na het douchen ’s ochtends geheel en al aan, op mijn voeten na. De sokken (of kousen. Dragen mensen nog kousen? Ik heb de indruk dat alles sok is geworden) trek ik pas aan als ik beneden ben gearriveerd, zittend op de bank, als een soort finishing touch. Ik loop dus in vol ornaat maar barrevoets de trap af naar de woonkamer. Waarom ik dat zo doe weet ik eigenlijk niet, het is een loos ritueel maar een waarvan ik niet graag afwijk.

Volgens de astrologie ben ik Vissen en bij dat teken is het onderste gedeelte, de voeten, het zwakst ontwikkeld (vissen hebben immers geen voeten) en al geloof ik er niet in, misschien biedt het een verklaring, ik doe mijn kwetsbaarste delen het laatst en een beetje apart. Toen ik nog voetbalde scheurde ik geregeld mijn enkelbanden en brak zelfs ooit een paar tenen: het is daarbeneden een beetje een puinhoop maar een echte verklaring biedt het natuurlijk niet, ik zuig het ter plekke uit mijn duim.

Ontbijt

Nog iets, het T-shirt dan wel het overhemd. Stop ik altijd eerst in mijn broek om het er vervolgens direct weer uit te halen. Waarom? Geen idee. Inmiddels ben ik wel zo’n beetje aangekleed en zet ik mij aan de keukentafel voor het ontbijt. Boterham met hagelslag, met pindakaas, met kaas. In die volgorde. Niet anders. Is er een reden voor? Ik zou het niet weten maar het brengt niets goeds als ik van deze regels afwijk.

Zo heb ik vóór ik ook maar iets echt nuttigs heb gedaan, te weten het schrijven van deze ochtendoverpeinzing, al drie tamelijk zinloze rituelen verricht.

Ik vertel u deze misschien ongewenste intimiteiten omdat mij iets opvalt als ik naar natuurseries kijk. Het gedrag van dieren lijkt altijd nuttig, doelgericht. Staat er een weidevogel ergens voor zich uit te sturen dan is het om zo meteen een pier uit de aarde te trekken, krijst er een baviaan dan is het om aandacht te trekken voor de vijand. Alleen in hun jeugd spelen dieren, daarna is alles ernst en overleven geblazen.

Laatst zag ik weer een spitsmuis in Tanzania langs een zorgvuldig door hem van te voren verkend pad rennen, naar men beweerde om een moordlustige varaan voor te blijven. Is er dan nooit rust, vakantie in een dierenleven, kennen ze geen lege rituelen, zinloze acties? Ik heb weleens begroot dat zo’n tachtig procent in mijn leven nergens toe leidt, niets oplevert. ‘En de winst is waar?’ om met de dichter te spreken. Het profijtbeginsel is zo belangrijk dat al die zinloze momenten en gewoontes van niets ons haast beschamen als ijdel nietsdoen.

Ben benieuwd hoe dat later moet als robots de klusjes overnemen en wij alleen nog vrije in plaats van gedwongen tijd hebben. De hele dag bezig met onze obsessies, dwangneuroses en voordegekhouderij. Rare wereld moet dat worden.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden