Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik heb ook eens een misser gemaakt met nepnieuws

Opinie

Stevo Akkerman

© Trouw
Column

In maart 2016, toen ik nog behoorde tot de ‘senior redacteuren’ die commentaren schrijven voor deze krant, boog ik me over de naderende kandidatuur van Donald Trump voor het presidentschap van de VS. Het leek me goed te beginnen met een citaat van Trump zelf, uit 1988. “Als ik me ooit kandidaat zou stellen, dan als Republikein. Zij zijn de domste kiezersgroep in het land. Als ik lieg, slikken ze het nog. Ik wed dat ik enorm zou scoren.”

Nauwelijks was de krant verschenen of ik werd door goed geïnformeerde lezers op de vingers getikt. Wist ik niet dat dit een hoax betrof? Ja, op internet deed een afbeelding met dit citaat uit People Magazine de ronde, in de opmaak van dat blad, maar het was knutselwerk. Tot mijn chagrijn bleek dat het citaat inderdaad vals was en een dag later verscheen de volgende correctie in de krant: “Onderzoek van FactCheck.org, verbonden aan de Universiteit van Pennsylvania, heeft uitgewezen dat dit veelvuldig opduikende citaat nooit in People Magazine heeft gestaan.”

Lees verder na de advertentie
Er bestaat een lange traditie van verzinsels in de journalistiek

Ik had wel eens vaker een domme fout gemaakt – iemand tbc gegeven in plaats van tbs, bijvoorbeeld – maar nu had ik een misser in een commentaar op mijn naam staan. Dat ging veel verder, dat kwam in de buurt van wat nepnieuws begon te heten. Fake, onwaar, broodje aap. Opzettelijk bedrog was het niet, dan zou het fraude zijn, maar ook dat komt in de beste kringen voor: Trouw kan er sinds de kwestie-Ramesar over meepraten.

Schaduwzijde

Heeft het altijd bij het vak gehoord? Als schaduwzijde van? Ik vrees van wel. Bij de krant waar ik begon, werd het werk van de fotograaf soms in de doka gerepareerd en kwam een bal alsnog mooi zichtbaar in het doel te hangen. Ook schreven de redacteuren desnoods zelf ingezonden brieven, bij gebrek aan lezersanimo. Er bestaat een lange traditie van verzinsels in de journalistiek; neerlandicus en nieuwschecker Peter Burger schreef er in Onze Taal een stuk over onder de titel ‘De gestolen grootmoeder’. Vaak gaat het dan om vermakelijke berichten, soms ook tragische, en ze zijn de wereld nog niet uit.

Onlangs brachten verschillende media, waaronder Trouw, een ANP-bericht over de dood van Jean-Jacques van Belle, de kleurrijke oprichter van het KLM-blad Holland Herald. Dat was op basis van een overlijdensadvertentie in NRC Handelsblad. Diezelfde krant deed twee weken later verslag van een bezoek dat de 88-jarige Van Belle bracht aan de Nederlandse ambassade in Albanië. Hij had er een einde aan willen maken, plaatste die advertentie, nam pillen, en was toch in leven gebleven.

Het zijn ingrediënten voor een schelmenroman, bedrog lijkt hier een te groot woord. Dat ligt anders voor de oplichterij die Peter Blasic dan wel Mertens pleegde; deze Roermondse ambtenaar schreef zich als freelancer een slag in de rondte (onder meer voor Nieuwe Revu, HP/DeTijd, Elsevier) en fabuleerde er lustig op los. Sommige van zijn opdrachtgevers wisten daarvan en hadden hem eerder al de laan uitgestuurd. Maar ze deden dat in alle stilte. Dat is een fout maken zonder te rectificeren.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Deel dit artikel

Er bestaat een lange traditie van verzinsels in de journalistiek