null Beeld

ColumnStevo Akkerman

Ik had altijd de neiging om af te haken rond kerst

Stevo Akkerman

Ik kreeg een kerstkaart, digitaal weliswaar, maar toch, zo vaak gebeurt het niet meer. Er stond een regel op van de dichter Ed Hoornik (1910-1970): ‘soms duikt het gerucht op van een heiland, maar de wolven huilen als voorheen’. Laat mij er direct bij vermelden dat dit afkomstig was van een theoloog, en vast niet bedoeld als een anti-kerstkaart. Maar echt Happy Christmas was het evenmin, met die wolven in plaats van een os en een ezel bij een lieflijke kribbe.

Zelf ben ik ook wat ambivalent over kerst – terwijl ik dit schrijf, staat zachtjes Radio 4 aan, maar geregeld wordt het me te veel en draai ik het geluid helemaal weg wegens al te zoetig. Ik herinner me hoe ik altijd de neiging had af te haken in de dagen rond kerst, in de tijd dat ik in Amsterdam de English Reformed Church bezocht. Blijkbaar had ik liever hymns dan carols. Het kan niet anders dan dat ik toch een tik heb meegekregen – ik betreur dit – van de calvinistische gestrengheid van thuis.

We hadden heus wel een rollade

Als jongen liep ik met mijn vader door de straten om hoofdschuddend het aantal kerstbomen te tellen in de huiskamers – wij waren daar tegen, het leidde alleen maar af van de werkelijke betekenis van dit feest. Een beetje gezelligheid was toegestaan, en we hadden heus wel een rollade, maar altijd binnen Schriftuurlijke grenzen.

In religieus opzicht ben ik dit allemaal kwijtgeraakt, maar ik moet constateren dat het me in cultureel opzicht toch heeft gevormd. Tegen wil en dank zat ik gisteren instemmend te knikken bij een citaat van Kierkegaard, dat via Twitter voorbijkwam: ‘Het was een troost voor me om te ontdekken dat het kerstfeest pas uit de derde of vierde eeuw stamt. Met christendom heeft al dat sentimentele geklets over opnieuw-kind-worden, spelletjes doen en pepernoten eten niet veel te maken.’ Alsof het iets uitmaakt uit welke tijd een feest stamt, het is echt niet alsof Jezus zelf al onder de kerstboom moet hebben gezeten om er een in huis te mogen halen, ik wil het gewoon sowieso niet. Noch een ezel noch een os.

Geen wonder dat Hoornik de wolven nog hoorde

Terug naar Ed Hoornik. Hij schreef zijn regels, afkomstig uit het gedicht De Zwaan, in 1948, drie jaar nadat hij was teruggekeerd uit het concentratiekamp Dachau. Geen wonder dat hij de wolven nog hoorde. Je zou kunnen zeggen: zo is onze wereld gelukkig niet meer. Maar het ligt er maar aan hoe beperkt of ruim we dat ‘onze’ definiëren. Hoornik schreef:

Achter de gevangenenverblijven
breek ik, als de maan schijnt, uit het riet,
en ik laat mij naar een plek toe drijven,
waar men niets meer van de wereld ziet,
en dan lees ik wat de sterren schrijven,
en dan schrijf ik wat mijn ziel gebiedt.

Dat zou de kunst zijn: lezen wat de sterren schrijven. Liefst in een kerstnachtdienst in een oude kerk, met middeleeuwse liederen, een kort woord, stilte en kaarsen. Volgend jaar misschien. Zoals de theoloog schreef bij zijn kaart: ‘Moedige feestdagen toegewenst!’

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden