Column

Ik erger me aan ieder die op 4 mei doorloopt, doorpraat, doorlacht, doorgaat

Nelleke Noordervliet.

Hoe zorgen we ervoor dat alle kennis over de Tweede Wereldoorlog die er is, wordt gekoppeld aan emotie bij de jongere generatie, vraagt Nelleke Noordervliet zich af. We moeten ze leren hoe nationalistische superioriteitsgevoelens werken, hoe ontmenselijking werkt en wat vernedering is, stelt zij voor.

Ooit, in het nog vrijwel televisieloze tijdperk, luidden de klokken en gaf de radio het sein dat het acht uur was. De tram stopte waar hij was, auto’s stonden stil midden op de weg, wie nog op straat was bleef staan, met de fiets aan de hand. In de huizen zwegen de mensen. Je hoorde een duif koeren, een merel zingen, een hond blaffen. Tot het Wilhelmus klonk.

Zo stil is het niet meer. Ik erger me aan ieder die in gelukzalige onwetendheid of botte onverschilligheid doorloopt, doorpraat, doorlacht, doorgaat. Toch zal het er een keer van komen dat de praters in de meerderheid zijn, dat de Dodenherdenking verschrompelt tot een clubje mensen op de Dam, een handjevol op de Waalsdorpervlakte en een enkeling in de duinen bij Overveen. Het heeft zin je telkens af te vragen waarom en waartoe we herdenken. En hoe dat dan moet.

De levende ervaring van oorlog en bezetting zit nog maar bij een kleine groep ouderen in de botten. Ik ben van november 1945. Ik heb niets meegemaakt maar alle verhalen uit de eerste hand gehoord. Op verjaardagen werden herinneringen opgehaald en ervaringen uitgewisseld, tot het een vast repertoire werd van herhaalde anekdotes, soms grappig, vaak tragisch. Die anekdotes sleten af tot een paar kernwoorden, gevolgd door ‘tja...’

Toch sta ik nog dicht bij de oorlog, omdat de jaren van wederopbouw en verwerking ervan doordrenkt waren. Langzamerhand werden de verhalen samengevoegd tot geschiedenis. In feite weten we nu meer van die tijd dan onze ouders tijdens de bezetting wisten. Zit je ergens middenin en ben je verstoken van betrouwbare gegevens dan krijg je nooit overzicht, dan reageer je primair op wat zich in je omgeving voordoet zonder te weten waartoe iets leidt en wat de consequenties zijn. Sommigen waren sterk in het analyseren van de beschikbare kennis en handelden ernaar, anderen staken de kop in het zand en probeerden het gewone leven zo goed en zo kwaad als het ging voort te zetten. Voor een latere generatie was dat iets opmerkelijks: dat het gewone leven doorging, terwijl intussen de schoorstenen in Auschwitz rookten.

Door de strot duwen

‘Het Dagboek van Anne Frank’ verscheen in 1947. Door ‘Ondergang’ van Jacques Presser, dat in 1965 verscheen, werd pas goed duidelijk wat met de Nederlandse Joden was gebeurd. De dagboeken van Etty Hillesum werden in 1981 gepubliceerd. ‘De Bezetting’ van Loe de Jong hield ons intens bezig tussen 1960 en 1965 en van diens monumentale geschiedwerk ‘Het Koninkrijk der Nederlanden’ kwam het eerste deel in 1969 uit en het laatste deel in 1991. De bibliotheek over de Tweede Wereldoorlog is inmiddels onafzienbaar. Ik weet er veel meer van dan mijn ouders ooit hebben geweten, terwijl zij het beleefd hebben.

Voor mijn kleinkinderen is het een onderdeel van de geschiedenisles op school, van min of meer gelijk gewicht als Nederland in de Gouden Eeuw of de industriële revolutie. De voor mij nog levende verhalen zijn voor hen hooguit interessant, maar ze emotioneren niet meer echt, of maar heel even, een klein beetje. Als een heel oude mevrouw of meneer achter een rollator in de klas komt vertellen wat ze als jonge kinderen hebben meegemaakt, zijn ze even onder de indruk. Maar ze kunnen zich niet voorstellen dat die oude mensen ooit kind zijn geweest, en dat er toen geen mobiele telefoon bestond en zelfs geen televisie. En dat die mevrouw in een kamp heeft gezeten en haar hele familie werd vermoord is onvoorstelbaar. Een kamp heeft toch altijd iets van spelletjes doen en zingen.

Wat doen we met die enorme hoeveelheid kennis en verhalen, dat complete beeld van een verschrikkelijke verwoesting, die al begon in 1914? Hoe koppelen we kennis aan ervaring en emotie? Moeten we die bibliotheek langzaam laten vergelen en verkruimelen? Of moeten we de kennis de jongere generaties door de strot duwen? We moeten ze leren hoe verdwazing werkt, hoe nationalistische superioriteitsgevoelens werken, hoe ontmenselijking werkt, wat vernedering is. Herken het en laat het niet toe. Elke oorlog is geschikt om dat te leren. En voorlopig zijn we nog niet van oorlogen af.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelle’s en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden