Column Nelleke Noordervliet

Ik ben zo'n boomer, maar voel ik me tekortgedaan als ik zo word genoemd?

Het is een nieuwe manier om de bijdrage aan een debat van een 65-plusser (vitalo of niet) dood te meppen. ‘Oké boomer’, zeg je dan, waarna je je weer tot de andere deelnemers wendt, die je wel serieus wenst te nemen. De boomer is kaltgestellt en houdt zijn mond. Het hele verleden dat hij als een geurvlag achter zich aansleept, wordt vakkundig genegeerd. ‘Jij hebt je beurt gehad, jij hebt geen recht van spreken meer, jij moet nou eindelijk je grote mond eens houden. Het wordt nog erg genoeg als jullie met z’n allen – en jullie zijn sowieso met veel te veel – mantelzorgbehoevend worden. Heb dus maar geen praatjes.’ Zo klinkt de gevoelswaarde van het wegwerpende ‘Oké boomer’, waar inmiddels veel over te doen is. Mag je wel zo onbeleefd zijn? Tegen oude mensen? Is dit echt een interessante discussie? Gaat dit nou alweer over identiteit en uitsluiting?

Zelfvoldaanheid

Ik ben zo’n boomer. Een echte, vroege boomer, geboren eind 1945. Ik heb de soberheid gekend van de naoorlogse tijd en mijn vader hard zien werken om mij de kansen te kunnen geven die hij niet had, ik heb mijn partijtje meegeblazen in de jaren zestig en zeventig, ik heb de vruchten geplukt van een goede opleiding, en mijn best gedaan – voor zover ik daartoe in staat was via mijn stemgedrag – zoveel mogelijk mensen mee te laten profiteren van de welvaart die we met ons allen opbouwden, ik heb me betrokken betoond bij het wel en wee van Nederland en Europa. Tot op de dag van vandaag. Voel ik me tekortgedaan door het ‘Oké boomer’ en het gebaar waarmee mijn inspanningen naar de vuilnisbak worden verwezen? Verwijs ik met trillende vingers van verontwaardiging naar de eerbied die in Azië aan de oudere generatie wordt betoond? Welnee. Ik moest er eigenlijk hartelijk om lachen, en mag het zelf graag gebruiken als ik een generatiegenoot met overslaande stem hoor betogen hoe veel beter en creatiever en ludieker en politieker wij waren, hoe wij alle hete hangijzers van vandaag al hebben aangekaart. Het is een probaat middel om zelfvoldaanheid en opgeblazenheid te temperen. Het is een lakmoesproef voor het gevoel voor humor en tolerantie die de boomergeneratie zo graag voor zichzelf claimt.

Moeten we ons werkelijk de mond laten snoeren door ongeoefende jongeren die onze levenservaring zo kortzichtig negeren? Dat nou ook weer niet. Het is wel een aansporing wat meer te luisteren naar de volgende generaties­­. We hebben ze per slot van rekening zelf opgevoed, we mogen dus weleens goed testen of we daarvan het gewenste resultaat zien.

Harde werkelijkheid

Als ik onze boomerpedagogiek goed interpreteer hebben we vanaf de anti-autoritaire crèche via tal van experimenten met het onderwijs en onder permanente begeleiding van psychologen en medisch-opvoedkundige bureaus geprobeerd een warme relatie met onze kinderen te onderhouden terwijl we hen tevens klaarstoomden om een eigenwijze en autonome en vrije en verantwoordelijke generatie te worden. Niet altijd en niet overal gelukt natuurlijk, maar ik weet bijna zeker dat er nooit eerder zoveel tender loving care werd gegeven aan het nageslacht. Zoveel zelfs dat onze bewondering voor onze voortreffelijke kinderen hen soms in conflict bracht met de harde werkelijkheid, waarin ze toch geen prinsen en prinsessen bleken te zijn.

Ik heb alle vertrouwen in de volgende generaties. De honger naar jong en nieuw is groot. Ze zullen het anders doen dan wij. Beter in sommige opzichten, slechter misschien in andere. En het is waar, wij ouderen worden naar de uitgang begeleid. Oké boomer, geniet van je zwitserleven. Word onzichtbaar. De strijdkreet van onze generatie Forever Young, klinkt wat wanhopig nu. Maar gaan we terug naar de basis ervan, de song van de superboomer Bob Dylan, dan is het een ontroerende wens van de jonge vader voor zijn zoon: dat hij rechtvaardig zal zijn en oprecht, dat hij de waarheid zal kennen en de liefde om hem heen zal zien, dat hij altijd ‘courageous and strong’ zal zijn. ‘May you stay forever young’. 

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelle’s en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden