Stevo Akkerman: Beeld Trouw

Column

Ik ben slechts een liefhebber, mijn vader is de kenner

We gingen met mijn vader naar het Concertgebouw in Amsterdam om het Requiem van Brahms te horen. Dat is een kraakheldere zin van zeventien woorden, maar er liggen hele geschiedenissen in verborgen. Ónze geschiedenissen, met opgaande en neergaande wegen.

De laatste keer dat mijn vader en ik in het Concertgebouw waren, was 44 jaar geleden. Ter ere van mijn verjaardag reden we in een volgeladen Citroën Ami van Den Helder naar Amsterdam. Hoe meer jongens er mee konden, hoe beter, want we gingen hen de klassieke muziek bijbrengen, dat vonden we belangrijk, mijn vader en ik. Ik herinner me nog goed welk werk werd uitgevoerd – ‘De notenkraker’ van Tsjaikovski – en waar we zaten: balkon links. Prachtig was het, dat vonden de jongens ook, en ik was hartstikke trots dat we hen zover hadden gekregen, al mocht ik het woord ‘hartstikke’ van mijn vader niet gebruiken.

Toch duurde het niet lang voordat dit alles tevergeefs bleek. Onder invloed van slechte vrienden viel ik ten prooi aan de popmuziek, en dat ging van kwaad tot erger. Wat begon met Rob de Nijs voerde via The Doors naar Led Zeppelin en The Clash; mijn vader hoorde de poorten van de hel opengaan en vaardigde verboden uit, die ik vol overtuiging overtrad.

Slotakkoord

En nu zit ik op rij 13, stoel 14, podium noord. Dat is de slechtste plaats van de hele zaal. Achter het podium, pal naast het orgel, zonder enig zicht. Dat wil zeggen: ik zie mijn vader, een paar rijen voor me, en mijn broer. En daarachter, als ik me ver uitstrek, het bovenlichaam van een man die even beheerste als besliste armbewegingen maakt: dat moet dirigent Bernard Haitink zijn. Maar ik geniet van de muziek, die overdonderend is – Led Zeppelin is er niets bij. Niet dat ik daar ooit nog naar luister; nadat ik het ouderlijk huis had verlaten, kwam de klassieke muziek langzaam maar zeker weer terug, om te beginnen met een lp van Bachs ‘Wohltemperierte Klavier’, en uiteindelijk kon de rock-’n-roll het daar niet van winnen.

‘Wie lieblich sind deine Wohnungen’, zingt het koor en ik sluit mijn ogen.

Na het slotakkoord en de staande ovatie voor Haitink blijft mijn vader de zaal in zich opnemen tot we worden gemaand te vertrekken; de deuren worden gesloten en er is geen ruimte voor verstekelingen, hoe koud het buiten ook is. We zoeken troost bij zeebaars en sancerre in brasserie Brak, waar we de nabespreking doen. “Wat vond u ervan?” vraag ik.

“Ik vond het hard en langzaam”, antwoordt mijn ­vader. Ik ben alleen maar een liefhebber, hij is de kenner, hij ontleedt, hij vergelijkt, hij oordeelt. En daarin ligt voor hem, weet ik, het genieten. Ik vraag hem of hij zich het verjaardagspartijtje vanuit Den Helder nog herinnert. “Jazeker”, zegt hij. “Ik weet nog wat ze speelden. Tsjaikovski.”

’s Avonds krijg ik een berichtje van mijn broer, om te vertellen wat mijn vader bij het afscheid nog zei: “Dit requiem heeft altijd veel voor ons betekend, omdat we kinderen verloren hebben.” En dan hoor ik het koor weer. ‘Denn alles Fleisch es ist wie Gras.’

Lees ook

Niet alleen de vader van Stevo Akkerman, ook Trouw-recensent Peter van der Lint was niet onverdeeld enthousiast over Haitinks uitvoering van Ein deutsches Requiem: 'Een tegenvaller, maar wel een tegenvaller op niveau'.

Lees hier meer columns van Stevo Akkerman

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden