Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik ben financieel analfabeet en ik vrees dat het historische wortels heeft

Opinie

Marjolijn van Heemstra

Marjolijn van Heemstra. © Jörgen Caris
Column

Als het over geld gaat schakel ik uit. Het is een fysieke reactie; een dicht oor, een zoem in mijn hoofd, een vermoeidheid die het onmogelijk maakt me nog te concentreren.

Volgens mijn boekhouder behoor ik tot de groep financieel analfabeten. Hij ziet het vaker, hij noemt het een combinatie van cijferblindheid en ongeduld voor de praktische kanten van het leven. Hij stelde deze diagnose toen ik voor de derde keer in zijn kantoor zat om te vragen hoe het nou zit met aftrekposten en of mensen dan echt serieus hun bonnetjes bewaren. Met een boekhoud-app sleep ik me inmiddels zonder al te veel blunders van aangifte naar aangifte, maar mijn allergie voor financiën is er niet minder om geworden.

Lees verder na de advertentie

Soms vrees ik dat het historische wortels heeft, een erfenis van voorouders voor wie geld een ordinaire bijzaak was. Ik ken verhalen van familieleden die het als een nederlaag zagen om een betaalde baan te hebben, omdat ze daarmee afzakten tot de werkende klasse. Dat is honderd jaar geleden en ik werk met plezier voor mijn geld, maar wie weet hoe de dingen doorsijpelen.

Armoede werkt door

In ‘Het pauperparadijs’ beschrijft Suzanna Jansen hoe armoede op volgende generaties doorwerkt. Gebrek aan geld is vaak ook gebrek aan ruimte, aan invloed, aan zekerheid en vertrouwen; een negatieve nalatenschap van behoeftigheid die zich zomaar een eeuw kan herhalen.

Ergens in het boek zet Jansen twee verhalen tegenover elkaar. Dat van haar straatarme overgrootvader en dat van de adellijke rechter die hem veroordeelde tot drie jaar bedelaarskolonie. ‘Representanten van twee verschillende werelden.’ Ze vraagt zich af of hun blikken hebben gekruist, ze denkt van niet want er werden die dag 34 armoedzaaiers tegelijkertijd veroordeeld door die ene rechter. Met een schok las ik zijn naam. Het was mijn betovergrootvader. Een man voor wie status en bezit net zo vanzelfsprekend waren als vernedering en kou dat waren voor de overgrootvader van Jansen.

Er werd mij geen geld of land nagelaten, die tijden zijn allang voorbij, en toch kan ik me niet bevrijden van de ongemakkelijke gedachte dat mijn financieel analfabetisme tot op zekere hoogte bepaald is door eeuwen van voorspoed en de vanzelfsprekendheid van leven die daar zo vaak mee gepaard gaat.

Suzanna Jansen kwam ik later tegen op een borrel van de uitgeverij. Ik vertelde over de rechter en bood haar een biertje aan. Het leek me het minste wat ik kon doen, maar mijn herstelpoging was vergeefs. De drank was gratis die avond.

Marjolijn van Heemstra onderzoekt elke week hoe ze in de wereld staat sinds ze twee zoons heeft. Lees hier al haar columns terug.

Deel dit artikel