Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik ben een keurig mens, maar houdt dat stand als het erop aan komt?

Opinie

Ger Groot

© Trouw
Column

In het Nederland van mijn jeugd was iedereen verbijsterd over de rassenrellen die volgden op de de moord op Martin Luther King vijftig jaar geleden. Maar hoe was ik geweest als een blanke Amerikaan in het zuiden van de VS? 

In zijn zojuist in Nederlandse vertaling verschenen boek ‘Als de schaduw verdwijnt’ loopt de Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina door Memphis, Tennessee. In 1968 werd daar Martin Luther King vermoord. De schrijver zoekt er de sporen van James Earl Ray, die de zwarte dominee met één schot het leven benam. 

Lees verder na de advertentie

De moord ging als een schokgolf door de wereld. Ook door het Amsterdam in mijn lagere- en middelbareschooltijd. Hoe ze in dat deel van Amerika zo gek konden zijn een deel van de bevolking systematisch uit te sluiten van een normaal leven, viel buiten ons bevattingsvermogen.

Onze verbijstering over de Amerikaanse segregatie was even oprecht als abstract

Nederland was nog een relatief homogeen land. De verzuiling, die van oudsher de grootste sociale scheidslijnen trok, liep al op de achterste benen. Huidskleur konden we nog als een verwaarloosbaar verschil beschouwen, eenvoudigweg omdat we er geen enkele ervaring mee hadden. Onze verbijstering over de Amerikaanse segregatie was even oprecht als abstract. Dat bleek pas een klein decennium later, toen Suriname onafhankelijk werd en de Bijlmer volstroomde met migranten. 

Zwarte Piet

In ijselijke beelden beschrijft Muñoz Molina de werkelijkheid van de Amerikaanse segregatie. In het Burgerrechtenmuseum in Memphis wordt voor hem het geweld voelbaar dat losbarstte toen de zwarte bevolking zich ging gedragen naar rechten die ze officieel al wel bezat maar toch niet kreeg. De lynchpartijen die volgden waren naar voorouderlijk recept: de vlammende kerken en kruisen, de geblakerde bus waarin activisten levend verbrandden toen die door een razende menigte werd aangevallen en omgeduwd. Het maakt van de huidige opwinding rond Zwarte Piet en 'blokkeerfriezen' een sketch voor tussen de schuifdeuren.

In het museum ontdekt Muñoz Molina tot zijn verrassing de voorwerpen die een rol speelden bij de moord op King en in het verhaal daarover een bijna mythische status hebben gekregen. De moord vijftig jaar geleden is geschiedenis geworden in de dubbele betekenis van het woord: verleden en verhaal. De in Memphis tentoongestelde kogel die King doodde is als het flesje vergif is van Mme Bovary dat plots werkelijk lijkt te bestaan, schrijft Muñoz Molina. Nee, het verhaal was geen fictie, al is de vertelling erover zich gaandeweg gaan schikken naar de wetten van de roman.

Menselijkheid 

Als lezer had zijn verhaal op mij een ander werkelijkheidseffect. De gruwelen uit het Burgerrechtenmuseum zijn te echt om te ontkomen aan de prangende vraag: wat had ik zelf in het Tennessee van de jaren ’60 gedaan? Wiens kant had ik gekozen? Had ik als zuidelijke blanke Amerikaan de verbijstering gevoeld die voor mij als scholier net zo vanzelfsprekend was als voor de hele niet-begrijpende Nederlandse bevolking? En had ik daaruit de consequenties durven trekken?

Heb ik wel de moed om me te verzetten tegen wat iedereen om mij heen evident vindt?

Graag zou ik antwoorden: ‘Natuurlijk wel!’ Vanzelfsprekend zou ik aan de kant van de gewetensvolle gerechtigheid hebben gestaan. Maar een ander stemmetje in datzelfde geweten maant me tot voorzichtigheid. Kan ik wel zo rotsvast voor mijzelf instaan? Zou ik de moed gehad hebben, héb ik wel de moed, me te verzetten tegen wat iedereen rondom mij, met dezelfde kenmerken als ikzelf, evident vindt? Zou ik mij werkelijk kunnen losmaken van het groepsgebonden rechtvaardigheidsbesef dat vandaag de dag, onder de naam van identiteitspolitiek, opnieuw het idee van een universele menselijkheid weerspreekt?

Ik sla het boek dicht en durf die vragen niet te beantwoorden. Want niets is verdachter dan een té snelle en van zichzelf overtuigde bevestiging van de eigen deugdzaamheid. 

Ik ben een keurig mens, maar houdt die keurigheid stand wanneer het erop aan komt? Waar eindigt mijn onkreukbaarheid, waar begint het vooroordeel waaraan ik – hoe dan ook – niet weet te ontkomen? En hoe kwaadaardig is dat vooroordeel? Wanneer vleit het zich neer in een gerust geweten en wordt het pas daarmee echt bedrieglijk?

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril.

Lees ook:

Na een tikje van de toverstok is Kerouac onderweg, als zwarte Amerikaan dit keer

Stel, Jack Kerouac was zwart geweest, zoals hij graag wilde. Arjen van Veelen stuurt de cultschrijver nog eens ‘On the Road’.

Deel dit artikel

Onze verbijstering over de Amerikaanse segregatie was even oprecht als abstract

Heb ik wel de moed om me te verzetten tegen wat iedereen om mij heen evident vindt?