Column

Ik ben dood- en doodmoe van die huidskleurobsessie

Beeld Trouw

Wat mij betreft zou cabaretière Jetty Mathurin tot aan haar negentigste levensjaar moeten blijven optreden. Wat een fijn en talentvol mens! 

Begin deze eeuw ging ik naar haar voorstelling ‘Welopgevoed’ en Jetty las mijn laatste boek. Vervolgens gingen we op Radio 1 elkaar recenseren. Wat ik me van die voorstelling kan herinneren, is het formidabele acteertalent van de Surinaamse cabaretière, die in staat was hilarische typetjes als Taante en neef Stanley neer te zetten.

Ze spaart niemand met haar humor. Niet de saaie blanke Hollander en ook niet de luidruchtige Surinaamse die naast hem ergens in de zaal moest zitten. Gisteren in de Verdieping zei Mathurin: “Mijn publiek is altijd gemêleerd geweest. Er was altijd een enorm saamhorigheidsgevoel in de zaal.”

Dit kan ik beamen, saamhorigheid en gemêleerd, hoewel ik me de samenstelling van het publiek in die Haagse zaal niet goed meer kan herinneren. Meer wit dan zwart, of andersom? Het komt waarschijnlijk doordat in die tijd de focus niet, zoals nu, op identiteitspolitiek werd gelegd. Het perspectief werd niet door je eigen huidskleur bepaald en vervormd. Toen was Zwarte Piet nog heel gewoon en werd Sylvana Simons niet hangend tussen KKK-volk afgebeeld.

In de Verdieping zei Jetty verder dat ze te veel energie kwijt is, in deze tijd van ‘institutioneel racisme en onderbuikgevoelens’. Maar Jetty, waar is dan dat (door de Nederlandse overheid?) geïnstitutionaliseerde racisme? Waar zijn die bijzondere wetten die zwarte medelanders de toegang tot bepaalde plekken verbieden? Die hen uitsluiten voor bepaalde functies? Net als een columnist mag een cabaretière best chargeren, maar spreken van racisme als een institutie in Nederland is niet alleen onjuist maar ook gevaarlijk, en het zal de gemoederen niet echt kalmeren.

Verder in het stuk staat dat het tijd wordt dat dingen gaan veranderen, want ‘wie in een schouwburg om zich heen kijkt, ziet een overwegend wit publiek (...) Zelfs in steden waar de straten allang een divers publiek laten zien.’ 

Ik krabde op mijn hoofd. Wat is de ratio blank/zwart in Nederland? Dat witte publiek dat het theater bezoekt, is al een piepkleine minderheid uit een groot wit reservoir. Is het dan zo verwonderlijk dat er minder zwarte toeschouwers zijn in de schouwburgen? Of moet je nu met een zwaard in zijn rug de potentiële zwarte toeschouwer dwingen naar De Meervaart en de Kleine Komedie te gaan? 

En als we toch op die onheilige weg staan: waarom zie ik op de Trouw-redactie een overwegend wit volk? Waarom ook, wanneer ik Trouw-abonnees op het Lezersfestival toespreek, zie ik praktisch alleen bleke gezichten? Moeten we ons dan per se afvragen of we schuldig zijn aan die schaarste aan gekleurde lezers? En waarom zie ik bijna geen witte voetballers in het Franse elftal en zwarte speelsters in het Nederlandse dameshockeyelftal? Ik ben dood- en doodmoe van die huidskleurobsessie. En als media deze aberratie blijven faciliteren, voorzie ik een toekomst vol argwaan en raciale polarisatie.

Lees ook: Zwarte acteurs zijn klaar met het witte theater

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden