Opinie

Iets wordt pas overwonnen als er aan geleden is

In 1862 zegt de zeventienjarige Nietzsche in een voordracht voor zijn literatuurclub Germania: „Zodra het mogelijk zou zijn door een sterke wil het hele verleden van de wereld omver te werpen, zouden we terstond opgenomen worden in de gelederen van de onafhankelijke goden."

Jan Greven

Ik ontleen dit citaat aan een biografie, die Peter Claessens in 1994 schreef en die onlangs herdrukt is. Claessens ziet Nietzsche’s leven als een magistraal scenario. Terecht. Nietzsche leefde theatraal. Wat wil je anders, als je als zeventienjarige al praat over het omverwerpen van het verleden van de wereld en opname in het gelid der goden?

Nietzsche leefde in de negentiende eeuw. Een eeuw waarin wat mij betreft twee denkers er uit springen. De een is Nietzsche, de ander Kierkegaard. Ook Kierkegaards leven, zij het zonder goddelijke ambities, had als project het omverwerpen van het verleden. Zij het niet het verleden van ’de wereld’, maar van kerk en christendom.

Bij geen van tweeën was dat een theoretische exercitie. Het verleden moest op hen zelf veroverd worden. Nietzsche vereerde Richard Wagner, voelde zich Pruisisch patriot en bewonderde wat Duits was. Van alles nam hij later theatraal en vernietigend sarcastisch afstand. Kierkegaard beschrijft een levensweg, zijn levensweg, waarop hij zijn lezers via de dialoog meevoert. Hij schrijft onder pseudoniemen. Het zijn alter ego’s van hemzelf die laten zien wat authentiek en wat niet-authentiek bestaan is. Pas aan het eind van de weg durft hij zich christen te noemen en schrijft hij onder eigen naam tien pamflettistische oproepen tot bekering van kerk en christenheid. Nog voor het laatste gepubliceerd wordt, sterft hij. Tweeënveertig jaar oud. Hij was klaar. Zijn leven viel samen met zijn denkproject.

Nietzsche moet niets hebben van het slechte geweten. Hij noemt het een zware ziekte. Een oorlogsverklaring aan de oude menselijke instincten waarop kracht, lust en vreeswekkendheid hadden gesteund. Maar tegelijk heeft dit slechte geweten, ’deze lust om zichzelf een wil, een kritiek, een protest, een verachting, een nee in te branden ook een rijkdom van nieuwe, bevreemdende schoonheid en bevestiging aan het licht gebracht.’ ’Want wat zou ’schoon’ betekenen als het lelijke niet eerst bij zichzelf had gezegd: ’ik ben lelijk’?’. Iets wordt pas overwonnen als er aan geleden is.

Nietzsche stierf in 1900, maar aan zijn denkend leven komt elf jaar eerder al een einde als hij in 1889 psychisch en fysiek instort. Hij is dan vierenveertig. Ook zijn einde valt samen met de voltooiing van zijn denkproject. Zijn laatste boek is een autobiografie. Ecce homo, Zie de mens, heet het. Pilatus zei hetzelfde over Jezus, aan het eind van diens leven. Claessens citeert een brief die Nietzsche kort voor zijn ineenstorting schreef: ’De komende jaren staat de wereld op zijn kop: nu de oude god is afgedankt, zal ik voortaan de wereld regeren.’ Grootspraak van iemand die balanceert op de grens van de waanzin? Of de vervulling van de Germania-voorspelling over opname in de gelederen van de onafhankelijke goden?

Kierkegaard en Nietzsche voorzagen dat de mens er na de dood van God alleen voor staat. Bewust kozen ze voor die eenzaamheid. Voor de eigen keuze. Andere denkers, uit dezelfde negentiende eeuw, kozen juist tegengesteld. Voor de massaliteit van klasse of natie, waarin ze het individu lieten opgaan. Zij stonden aan de wieg van ideologieën als marxisme en nationalisme.

’Word wie je bent’, zei Nietzsche. Kierkegaard zei hetzelfde anders: ’Leef authentiek.’ Wie ernst maakt met wat ze schreven, ervaart dezelfde pijn als zij hebben doorstaan. Wie zijn eigen weg zoekt, kent de pijn van het scheuren als het vertrouwde wordt ingeruild voor het nog niet beproefde.

In sommige vormen van moderne theologie kost loslaten niets. Integendeel, het wordt er zelfs makkelijker op. Dat staat me er zo in tegen. Hetzelfde gevoel had ik bij sommige neomarxisten van eertijds. Ze dachten revolutionair, maar het bleef bij woorden. Er veranderde niks, zelfs in hun uitgavenpatroon veranderde niks. Terwijl ze toch zo opkwamen voor de armen.

Zo’n moed tot lijden als Kierkegaard en Nietzsche heb ik niet. Lang niet. Maar wat ze schreven, helpt me wel mijn angst voor pijn en verlies onder ogen te zien. Als eerste stap om die angst de baas te worden. Daardoor zijn hun teksten een confrontatie, die je niet kunt lezen zonder zelf te veranderen. Daarom springen ze er uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden