null Beeld
Beeld

ColumnNelleke Noordervliet

Iedereen moet strijden tegen quasi-democratie

Nelleke Noordervliet

Toen ik op jonge leeftijd eindelijk genoeg verdiende om mezelf iets exorbitants te gunnen, kocht ik binnen korte tijd drie Verzamelde Werken. De vele delen Multatuli, de vele delen Isabelle de Charrière ofwel Belle van Zuylen, en de zeven delen Menno ter Braak, alle uitgegeven door de onvolprezen bewaker van beschaving en cultuur Geert van Oorschot. Voor mij waren de auteurs vanzelfsprekende voorbeelden, die ieder hun eigen vorm van actualiteit en tijdloosheid meebrachten.

Ter Braak was voor neerlandici zoals ik een onontkoombare waarde. Forum, het tijdschrift waarin hij samenwerkte met Du Perron, Vestdijk en anderen, was in de jaren dertig van de vorige eeuw een toetssteen voor wat ertoe deed, hoewel het maar vier jaar bestond en nooit veel abonnees heeft gehad. Als literair criticus werd hij gevreesd en als essayist hield hij de vinger aan de pols van zijn tijd. De ‘vorm of vent’-discussie die hij uitlokte met zijn verzet tegen literatuur waarin enkel de vorm telt en niet de persoonlijkheid van de auteur, werd in de jaren zestig nog eens dunnetjes overgedaan en blijft nog altijd meezingen op de achtergrond van de literatuur. Dat W.F. Hermans hem in zijn polemiekbundel Mandarijnen op zwavelzuur vakkundig om zeep hielp, is typisch een geval van vadermoord. Het heeft de reputatie van Ter Braak wel enige schade toegebracht.

Hoewel ik Hermans altijd heb bewonderd, kon ik ook grote waardering opbrengen voor het denkvermogen en de stijl van Ter Braak. Zijn opvatting dat ressentiment de motor is van de democratie met alle gevaren van dien was voor mij vooral verbonden aan een historisch fenomeen. Er was immers voor eens en voor altijd met het nationaal-socialisme afgerekend en de val van het communisme maakte het feest van de ware, liberale democratie compleet. De vijanden waren verslagen.

Maar de twintigste eeuw was nog niet voorbij of de schaduwen uit het verleden doemden weer op. Onvervalste rancune gaf en geeft voedsel aan ‘volkse’ bewegingen die claimen de volkswil (democratie in hun ogen) te belichamen, maar die niets anders zijn dan extremistische oude wijn in niet al te nieuwe zakken. Het gevaar waarop Ter Braak doelde, kondigde zich weer aan.

Oude reflexen

Kennelijk is de levende ervaring van de catastrofe die het nationaal-socialisme en vergelijkbare systemen veroorzaakten, uitgewerkt. De controlerende functie van historische kennis en historisch besef is geërodeerd. Oude reflexen steken de kop op. Poetin verheerlijkt Stalin als oorlogsheld en verbiedt de kennis van diens massa-executies en verbanningen. De humane instelling Memorial is onlangs in Rusland verboden en weggevaagd. De opvattingen die in Duitsland in de jaren dertig opgeld deden, vinden opnieuw weerklank bij onze buren. De VS zijn hard op weg hun oude democratie op te doeken en het land te splijten. In Nederland klinken geluiden die de rechtsstaat bedreigen, de democratie perverteren, en selectief gebruikmaken van historische feiten.

Ter Braak schreef geen eenvoudige zinnen. Hij nam mensen serieus. Uit het in zijn geheel citeerbare boek Het nationaal-socialisme als rancuneleer dit citaat: ‘Daarom: laat die democratie ons goed geweten zijn! laten wij haar niet vereenzelvigen met parlementarisme of andere ondergeschikte functies, maar laten wij geestdriftig democraten zijn, juist door de democratie als stelsel geen critiek te sparen!’ Ter Braak is van mening dat de aanwezigheid van rancuneuze quasi-democratische bewegingen niet moet worden ontkend of vergoelijkt. Die weeffout in het systeem moet worden benoemd en bestreden. Door iedereen, niet alleen door politici. Met argumenten, met kennis van zaken, met onderwijs, met ruimte voor cultuur en complexiteit. Niet zwijgen, niet lijmen, niet slijmen.

Ter Braak richtte het Comité van Waakzaamheid op. Als hij niet al in mei 1940 de dood had gekozen, zou de bezetter hem zeker hebben vermoord. Zijn ideeën bleven bewaard en worden nu door een nieuwe generatie ontdekt. Historische kennis, besef van cultuur en kennis van de ingebakken zwakke plekken in de democratie zijn broodnodig om een humane samenleving te vormen. Het ministerie van OCW heeft daarin een belangrijke rol. Dijkgraaf, Wiersma en Uslu: ik verwacht veel van jullie. Verkwansel het belang van kennis en cultuur niet. Stijg uit boven de waan van de politieke dag. Lees ook nog eens Ter Braak.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden