null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnStevo Akkerman

Iedereen is dol op vrije meningsuiting, maar dat een ander er ook gebruik van maakt is echt een nadeel

In 2005 steunde Geert Wilders een motie waarin het Openbaar Ministerie werd opgeroepen om haatzaaien, racisme en discriminatie intensiever te vervolgen. Afgelopen vrijdag werd hij zelf in hoger beroep schuldig bevonden aan groepsbelediging – een ‘totaal onacceptabel’ vonnis, zei hij. “Nederland is een corrupt land geworden. De vrijheid van meningsuiting is bij het grofvuil gezet.”

Het verschil tussen 2005 en 2020 laat zich gemakkelijk verklaren: de motie die hij indertijd steunde, nam het moslim-extremisme op de korrel. Maar het was natuurlijk niet zijn bedoeling dat ook zijn eigen uitlatingen beoordeeld zouden worden door Justitie. Dat hij met zijn ‘minder Marokkanen’-oproep een hele bevolkingsgroep door de plee spoelde, beschouwt hij als zijn politieke en persoonlijke recht. Het illustreert het ergerniswekkende van de vrijheid van meningsuiting; iedereen is er dol op als het hemzelf betreft, maar dat een ander er ook gebruik van kan maken is soms echt een nadeel. Toch is het van tweeën een: of deze vrijheid is absoluut, en dan voor iedereen, of zij is begrensd, ook voor iedereen.

Lech Wales: ‘Ik ben ervoor, sterker nog: ik ben er tegen!’

Welke optie de voorkeur verdient, is nog niet zo makkelijk. Ik kan me wel vinden in een uitspraak waarmee Lech Walesa ooit opzien baarde: “Ik ben ervoor, sterker nog: ik ben er tegen!” Maar uiteindelijk geloof ik dat begrenzing beter is, vooral ter bescherming van onderliggende partijen. Het is niet toevallig dat het begrip ‘groepsbelediging’ in het jaar 1934 werd toegevoegd aan het Wetboek van Strafrecht. Aanleiding vormde het opkomende fascisme in Duitsland, en de noodzaak ‘de excessen van het antisemitisme’ te bestrijden. Het ging minister van Justitie Josef van Schaik expliciet om de bescherming van ‘onze Israëlitische medeburgers’, al legde hij dat niet in de wettekst vast. Anderen konden ook onderwerp worden van ‘een gruwelijke hetze en campagne’.

De vraag blijft natuurlijk waar de bescherming van de een eindigt en de beknotting van de vrijheid van de ander begint. Iemand als Forum-senator Paul Cliteur, die in de rechtszaal getuigde ten faveure van Wilders, mag zich graag beroepen op de liberale filosoof John Stuart Mill: het is in de botsing van ideeën dat de waarheid boven komt. Niemand zal dat betwisten.

De samenleving kan niet zonder scheidsrechter om de botsing der ideeën in goede banen te leiden

Maar, zoals Denker des Vaderlands Daan Roovers memoreerde in de Volkskrant, Mill wees ook op de noodzakelijke mores van het botsen: “Wij moeten iedereen veroordelen, aan welke kant hij ook staat, in wiens manier van argumenteren gebrek aan eerlijkheid, kwaadwillendheid, dweepzucht of onverdraagzaamheid tot uiting komt”. Dat mag Wilders zich aantrekken, lijkt me, en zo denkt de rechter er dus ook over.

Ik geef toe: eerlijkheid, kwaadwillendheid, dweepzucht en onverdraagzaamheid zijn subjectieve begrippen. We kunnen ze, vertaald in hedendaagse bewoordingen, opnemen in de wet, maar er zal altijd debat blijven over hun betekenis. Er is geen objectieve maatstaf om dit debat te beslechten, daar zullen we als samenleving mee moeten leven. En dat kan niet zonder een scheidsrechter die de botsing der ideeën in goede banen leidt. Bij grove overtredingen hoort dan een rode kaart.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden