OpinieBlack lives matter

I have a dream, die begint dus bij onszelf

De droom van Martin Luther King is nog steeds geen werkelijkheid, dus ‘moeten we het anders aanpakken’, meent Gerard van de Reep, die tot eind 2019 werkzaam was in het onderwijs.

Het was 28 augustus 1963 toen Martin Luther King bij het Lincoln Memorial zijn memorabele speech ‘I have a dream’ uitsprak. Twaalf jaar later hoorde ik als puber van dertien die speech tijdens godsdienstles op een dorpsschool in de Bollenstreek.

De woorden raakten mij diep. Hij wees op de afspraken over gelijkheid voor iedereen ongeacht afkomst. Dit zorgde voor rechten én verantwoordelijkheden voor alle mensen, vastgelegd in verdragen en wetten. Die afspraken werden niet nagekomen. Kleurlingen waren in de praktijk niet gelijk aan blanken, er was veel discriminatie en achterstelling.

Opvallend was zijn positieve toon en vastberadenheid. Hij wilde simpelweg niet geloven dat er geen recht op gelijkheid was. Er zou gerechtigheid komen voor iedereen, van welke kleur, ras of stand dan ook, er zou echte ­broederschap zijn. Kort daarop werd hij doodgeschoten. Zo onverteerbaar was het dus voor sommigen om zijn droom waarheid te laten worden.

Als blank jongetje in een vrijwel blanke omgeving, op zoek naar de ­belangrijke zaken in het leven, om­armde ik deze gedachten. Arrogant als blank mens? Naïef? Misschien. ­Oprecht? Zeker.

Zeg wat je bent, doe wat je zegt en verplaats je in de ander

Ik groeide op, werd leerkracht, ­remedial teacher en intern begeleider. Problemen rond discriminatie, achterstelling en pesten kwamen regelmatig voor. Naar beste weten nam ik stelling, beseffend dat voorbeeldgedrag heel ­belangrijk is. Zeg wat je bent en doe wat je zegt en verplaats je in de ander.

Het werd 9/11, een studiedag bij een universiteit. Ik kocht een poster met Martin Luther King, mijn collega een van de Twin Towers. Luttele uren later hoorden we in de auto van de verschrikkelijke aanslagen. De wereld verhardde, er werd steeds meer geroepen, maar minder geluisterd. King kreeg een plek in mijn werkkamer en werd zo gespreksstof voor kinderen en ouders. Op die manier probeerde ik mijn steentje bij te dragen aan tolerantie, gelijkheid, samen sterk staan.

Dat is me soms gelukt, en soms sloeg ik de plank mis door te weinig kennis over de ander, gebrek aan lef. De laatste tijd merken we dat mijn acties onvoldoende zijn. Er is nog steeds geen volledige gelijkheid, nog altijd sprake van discriminatie, achterstelling, onverschilligheid en verharding. ‘We cannot walk alone, we cannot turn back!’ We moeten zaken anders aanpakken, openstaan voor verandering, voor wederzijds begrip en voor elkaar opkomen. Het heeft geen zin dat allemaal bij de overheid en/of het onderwijs neer te leggen. Het begint bij onszelf.

Een van ons

Ik droom dat kranten niet meer schrijven dat een jonge Marokkaan is opgepakt, maar een ‘jongere’. Hij is één van ons. Dat kinderen met elkaar leren spelen zonder een ander buiten te sluiten (‘ik wil geen Marokkaan in mijn groep’ heb ik te vaak gehoord). Niet-blanke kinderen leren nu dat ze in hun eigen groep, met de taal van hun voorouders sterker staan. Zo ontstaan de groepen waar onze samenleving zo tegen ageert, maar die ze zelf faciliteert.

Het vraagt dat volwassenen met ­elkaar leren spreken zonder vooroordelen en in dezelfde taal, en daarvoor moet je elkaar leren kennen. Niet door te wijzen naar de ander, maar kijkend naar welke bijdrage we zelf kunnen ­leveren.

Het vraagt dat er geen beelden meer van hun sokkel getrokken worden, want beeldenstormen bieden zelden oplossingen. De hardste schreeuwers winnen, de nuance is het grootste slachtoffer. Bovendien vertellen ze de geschiedenis van een land. Met de inzichten van nu is dat niet altijd een mooi verhaal. We zouden in burgerfora erover moeten spreken (en het niet alleen weer neerleggen bij het onderwijs) om te bekijken hoe we die geschiedenis inhoud en een inclusief karakter geven.

Ik hoop dat ouders hun kinderen niet meer meegeven dat ze door blanken als minder worden gezien. Het vraagt om durf, om een politie, discotheken, cafés die iedereen gelijk behandelen en volwassenen die onrecht bespreekbaar maken en kinderen stimuleren om samen op te trekken en elkaar te steunen.

Als ons dat lukt, als we durven dromen, dan zullen de laatste woorden uit King’s speech uitgesproken kunnen worden door alle mensen: ‘Free at last! Free at last! Thank God, we are free at last!’

Lees ook:

Graaf vooral in dat verleden. Er zijn twee kanten en soms nog meer.

Mijn liefde voor Nederland is als een familiestamboom die buigt maar niet breekt. Net zoals mijn herinneringen aan prille verliefdheid, periodes van ontrouw en de inzet om er samen sterker uit te komen. Hoewel mijn liefde groot is, is deze niet blind en ook niet volmaakt

Zonder wederzijdse erkenning van complexe werkelijkheid stokt racismedebat

Waar het ene kamp racisme bagatelliseert, ziet het andere kamp het overal, ook als er geen sprake van is. Deze uitersten slaan het debat plat, terwijl er wel degelijk kans is op toenadering, stelt Alban Mik, promovendus rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden.

Voel onze pijn: rappers Bizzey en Akwasi over hun protestlied

Racisme komt vaak niet voort uit kwade wil, maar uit onwetendheid, geloven rappers Bizzey en Akwasi. Daarom draait hun protestnummer om begrip en, vooral, verbinding.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden