Opinie Levenseinde

Hulp bij zelfdoding treft ook de achterblijvers

De huiver rond een zelfgekozen levenseinde zonder medische noodzaak is logisch, meent Annemarieke van der Woude, Remonstrantse predikant te Oosterbeek. Daarom moet het wettelijk verbod op hulp bij zelfdoding niet worden aangepast.

Op een congres een paar weken geleden, sprak ik over de Nederlandse euthanasiepraktijk. Toen ik aan mensen uit Zuid-Afrika, Indonesië en Zuid-Korea vertelde dat in Nederland vorig jaar ruim zesduizend mensen zijn gestorven door euthanasie, en dat we nadenken over een juridische mogelijkheid om ook niet-terminaal zieke mensen te helpen sterven, werd ik me plotseling bewust van de beperktheid van onze Hollandse blik.

De titel van mijn lezing luidde, vertaald: ‘Doe je schoenen van je voeten’. Ik heb ervoor gepleit om pas op de plaats te maken in het euthanasiedebat en de vragen die op dit moment spelen (euthanasie bij dementie, psychiatrie, ouderdomsklachten, voltooid leven) met enige terughoudendheid tegemoet te treden. Het is een ander geluid dan dat van Wouter Beekman, die juist stelt dat wij klaar zijn voor een volgende stap: aanpassing van het wetsartikel over het verbod op hulp bij zelfdoding (Opinie, 18 juli).

Natuurlijk heeft elk mens de vrijheid zelf te bepalen wanneer hij sterft. Het artikel uit het Wetboek van Strafrecht gaat daar niet over; het gaat over het verbod op hulp bij het sterven. Dat het wetsartikel 133 jaar oud is en daarmee zou zijn achterhaald, vind ik geen sterk argument. De bijbelse traditie kent de voorstelling van de dood als de ervaring afgesneden te zijn van alles en iedereen.

Niet verbonden

De overeenkomst met de resultaten van het onderzoek van Els van Wijngaarden uit 2016, naar mensen die hun leven als ‘voltooid’ beschouwen, heeft me getroffen. De geïnterviewden vertelden Van Wijngaarden dat zij niet langer in staat waren om verbondenheid te ervaren. Blijkbaar hebben we hier te maken met een antropologische constante: een mens is ‘dood’ van binnen als hij zich met niemand meer verbonden voelt.

Met een zekere regelmaat bezoek ik iemand die geen enkele vreugde aan het leven ontleent. Hij is, schat ik, begin zestig. Een intelligente man, zonder partner, zonder kinderen, zonder werk, met nauwelijks sociale contacten. De omgang met zijn huisdieren valt hem gemakkelijker dan de omgang met mensen. Iemand van de gemeente ondersteunt hem bij het dagelijks bestaan. Toen hij met haar weer eens sprak over zijn gedachten aan de dood, vroeg zij of hij wist dat er consulenten zijn bij wie je informatie kunt krijgen over hoe je je leven kunt beëindigen. Ik was verbijsterd. Is de vraag achter zijn praten over de dood werkelijk een vraag om het levenseinde? Of wil deze man geholpen worden de dag door te komen? En welk signaal geef je af als je iemand, die aan jouw zorg is toevertrouwd, de dood aanbiedt?

Eenzijdig

De visie van Wouter Beekman op zorgvuldige bijstand bij zelfdoding, vind ik eenzijdig. Hij kiest alleen het perspectief van de persoon met een doodswens. Over de mensen die achterblijven, zegt hij niets.

Zelf beschikken over je levenseinde zonder dat je levensbedreigend ziek bent, is niet een variatie op euthanasie bij terminaal ziek zijn, maar is wezenlijk anders. De mensen die je achterlaat, hebben zich dan namelijk te verhouden tot jouw besluit om uit het leven te stappen. En hoe ingewikkeld die erfenis kan zijn, weten we uit de worsteling van mensen die in hun nabije omgeving een niet-geassisteerde zelfdoding hebben meegemaakt.

Het verbod iemand te helpen sterven, beschouw ik ook als een antropologische constante: als er geen medische noodzaak is, zijn we huiverig om iemand bij te staan zich van het leven te beroven. Het wetsartikel brengt die huiver onder woorden. Daarom is het zinvol dat het artikel, ook na 133 jaar, in deze vorm gehandhaafd blijft. 

Lees ook:
De Wet bijstand zelfdoding is nodig als de volgende stap

Een proefproces over hulp bij zelfdoding kan helpen om het 133 jaar oude wetsartikel dat dit verbiedt, te moderniseren, want dat is hard nodig, vindt Wouter Beekman, levenseindeconsulent.

Makers en verkopers van zelfdodingsmiddelen leveren niet langer aan particulieren

Handelaren en fabrikanten zullen particulieren geen chemische stoffen meer verkopen die gebruikt kunnen worden bij zelfdoding. De Coöperatie Laatste Wil reageert kritisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden