SchrijverscolumnGerbrand Bakker

Huilen om ‘Confettiregen’

Beeld Trouw

Ik heb de hele tijd een man van 54 jaar in gedachten. De man zag ik op tv, in het programma ‘M’. Margriet was die avond niet de talkshowhost maar een lesbische vrouw. Naast haar zat Splinter Chabot, niet de oud-JOVD-voorzitter, niet de zoon van de Rotterdamse BN’er Bart Chabot, niet de broer van de debutant Sebastiaan Chabot, maar de homo Splinter Chabot. ‘Confettiregen’, zijn boek, was onderwerp van gesprek.

Ik kreeg het onlangs in handen. Ik begon te lezen en ontdekte dat het een soort kinderboek is. Het is nogal krukkig geschreven en het is nogal saai. O, ja, de lagere school en dan die ene speciale jongen, en daarna nog driehonderd bladzijden. Al voordat ik het boek onder ogen kreeg, dacht ik: niet zeiken, ga toch gewoon leven, jongen!

Dat denk ik wel vaker, over allerlei mensen die allerlei ‘problemen’ hebben en daarover op de tv praten. Iedereen heeft problemen. Maar waar bemoei ik me mee? Als die jongen zo’n boek wil schrijven, laat hem. Als mensen er op de tv over willen praten, laat ze praten.

Maar we leven, let wel, in het jaar 2020. In 1946 werd de Shakespeareclub opgericht, de voorloper van het COC. Al 74 jaar aandacht en advies en belangenbehartiging voor homoseksuelen. Duizenden en duizenden boeken, films, toneelstukken, balletten over gelijkgeslachtelijke liefde. Albert Mol, Henk Molenberg, Jos Brink, Ben­no Premsela, Gordon, Gerard Joling, wacht, ik moet er nu nog even minstens één vrouw tussen frommelen, Gerda Verburg, Kajsa Ollongren.

Iets aparts

Allemaal wegbereiders, rolmodellen (al dan niet positief), mensen die er open over waren of zijn. En dan komt Splinter nog eens aankakken met zijn ‘worsteling’, terwijl zijn ouders en omgeving nergens last van hebben. Zou dat behulpzaam zijn? Lijkt mij niet. Homoseksualiteit als thema van een boek máákt het een the­ma. En dat is juist wat het niet zou moeten zijn. Iedereen is gelijk, toch? Door er een kwartier over te praten in een talkshow, denken al die hetero’s thuis op de bank dat het iets aparts, iets speciaals is. Maar het is niet speciaal, toch? Het is er.

Misschien dacht Splinter dat hij iets goeds gedaan had, het leek wel alsof er een ta­boe werd besproken. Dat hij, Splinter Chabot, de boel opengooide, dat (jon­ge) mensen zich erin konden herkennen. Maar dat konden ze allang in ‘De dagen van de bluegrassliefde’ van Edward van de Vendel, om maar eens één boek van de duizenden te noemen.

En daar zat dan die man van 54 bij. Ach, zo herkenbaar, hij moest huilen toen hij het boek uit had. Het herinnerde hem aan zijn ‘eigen wond’ en o ja, hij vond het boek ‘heel goed geschreven’, hij wilde er graag reclame voor ma­ken.

Ik wist niet wat ik hoorde. Heeft die vent onder een steen geleefd? Heeft hij nooit ‘L’homme blessé’ van Patrice Chéreau (1983) gezien, om maar eens één film te noemen?

Sowieso zat iedereen daar aan die tafel alsof het wiel werd uit-­gevonden, maar het zij de rest ­vergeven, want ze waren jong. Een man van 54 die huilt om ‘Confettiregen’. Zo blijft homoseksualiteit wel een ‘probleem’, ja.

Gerbrand Bakker en Franca Treur schrijven om beurten over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden