null Beeld

ColumnHans Goslinga

Hoekstra is met zijn bleke profiel voor alle geledingen van het CDA acceptabel

Het kan snel gaan in de politiek. Jan Peter Balkenende kwam uit de paleisrevolutie van 2001 met onbevlekte handen als winnaar tevoorschijn, maakte acht maanden later van het CDA met 43 zetels de grootste partij en werd de premier die gedurende acht jaar de nationale politiek zou beheersen.

De tijd na de paleisrevolutie tegen Hugo de Jonge tot aan de verkiezingen is korter, maar Wopke Hoekstra zou dat kunststukje kunnen herhalen, als lijsttrekker of, misschien zelfs als premierskandidaat op het ticket van Pieter Omtzigt, zij het dat die weg allesbehalve koninklijk is. Het kan. De laatste kwarteeuw zijn uitschieters niet ongewoon en vrijwel alle verkiezingen produceren een held.

Noot van de redactie: deze column is geschreven net voordat Pieter Omtzigt zijn steun uitsprak voor het leiderschap van Wopke Hoekstra.

Voorwaarde voor een geslaagd aanvoerderschap

Hoekstra kan door zijn nog vrij bleke politieke profiel voor alle geledingen van het CDA acceptabel zijn, net als Balkenende destijds. Dat is een belangrijke voorwaarde voor een geslaagd aanvoerderschap, anders begint direct weer, al dan niet anoniem, het gewroet waarvan Hugo de Jonge nu het slachtoffer is geworden – een lot dat hij met nogal wat voorgangers (Brinkman, Heerma, De Hoop Scheffer) deelt. Daarom ligt het niet voor de hand Omtzigt voor te dragen.

Voor Hoekstra kan het een voordeel zijn dat hij niet zo nodig hoeft. Het vermogen af te zien van de macht, een zekere onthechtheid van het Haagse wereldje, brengt een prettige relativering mee en heeft niet de slechtste politici op het voorste plan gebracht. Wat je wel vaak ziet, is dat ook de bescheiden figuren snel gevoelig worden voor de smaak van de macht. Na een tijdje nemen in hun omgeving pluimstrijkers de plaats in van kritische geesten, dwars tegen de wijsheid van Machiavelli in dat je als machthebber altijd een paar mensen om je heen moet houden die zich vrij voelen je tegen te spreken.

Het gevoel van verplichting

Ik blijf nog even de gesprekslijnen van de (thans denkbeeldige) Haagse bittertafels volgen. Zou het een nadeel zijn als Hoekstra zich beperkt tot meeliften op het ticket van Omtzigt? Ja, dat is te vrijblijvend. Als iets nauw luistert in de politiek is dat het gevoel van verplichting. Het Engelse ‘commitment’ drukt deze voorwaarde nog wat sterker uit. Zelfs de antipoliticus Van Agt ontkwam daar niet aan toen het premierschap op hem afkwam.

In 2002 vonden nogal wat CDA-kopstukken dat Balkenende geen premier moest worden. Daar viel iets voor te zeggen. Hij had geen ministeriële ervaring en liep nog maar vier jaar als Kamerlid mee. Bovendien is het premierschap, zoals Willem Aantjes destijds zei, geen stageplaats. Er stond tegenover dat Balkenende aan zijn coalitiepartners, vooral de aangeslagen VVD die fors had verloren, moest laten zien dat het kabinet hem menens was. Al hadden velen daar, kijkend naar de politieke non-valeurs en ijdeltuiten van de LPF, een hard hoofd in.

Van het CDA-bestuur wordt nu hoge-schoolpolitiek gevraagd om de ontstane puzzel op te lossen. De aftocht van De Jonge laat zien dat de druk van de coronapandemie ook het midden van het krachtenveld heeft bereikt. Dat partijen op de flanken geen stand houden, hoeft geen verbazing te wekken. Zij bestaan uit los zand dat onder een storm snel verwaait. Van het midden, de harde kern in onze nationale politiek, wordt verwacht dat het tegen de omstandigheden is opgewassen.

Kalme beslistheid in het leiderschap

Stabiliteit is meer dan ooit het sleutelwoord. Niet voor niets greep PvdA-aanvoerder Asscher in deze week in zijn Den Uyl-lezing terug op de jaren vijftig, een periode die lang is verguisd maar nu een herwaardering ondervindt vanwege de kalme beslistheid in het leiderschap, dat je toen zag bij Drees en nu vooral bij bondskanselier Angela Merkel. Bij ons is Rutte een stabiele factor, meer dan zijn partij die in Den Haag op een duiventil lijkt, maar de vraag is of hij onder de druk van de pandemie en de naderende verkiezingen de boel bij elkaar kan houden.

Normaal geldt voor ministers ‘hoe dichter bij de verkiezingen hoe minder dienaar van de Kroon, hoe meer partijman of -vrouw’, maar dat kan het landsbestuur zich nu nauwelijks permitteren. Niet voor niets vond De Jonge in het landsbelang het excuus voor zijn terugtreden als partijleider. Elegantie in de vuurlinie die de messen in zijn rug aan het oog onttrokken. Tegelijk valt aan de dynamiek van verkiezingen, de harde strijd om de macht, niet te ontkomen.

Voor het CDA is de existentie niet direct in het geding, maar het is wel zaak de interne crisis snel en adequaat op te lossen, wil de partij van betekenis blijven. Hoekstra zou zich verplicht kunnen voelen aan het CDA, dat hem drie jaar terug voor het invloedrijke ministerie van financiën voordroeg.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden