De voorzitter van de Vakbond voor Landarbeiders in Santarém, Manoel Edivaldo

ReportageAmazone

Hoe kleine boeren rond de Amazone-haven moeten vechten voor het behoud van hun land

De voorzitter van de Vakbond voor Landarbeiders in Santarém, Manoel Edivaldo Beeld wies ubags

Kleine boeren vechten rond de stad Santarém in het Braziliaanse Amazonegebied voor het behoud van hun land. Maar hun tegenstanders, grote sojaboeren uit het zuiden en internationale voedselconcerns als Cargill, zijn hen te machtig.

Iedereen kent hem als de Vis. “Omdat ik toen ik geboren werd nog het meest leek op een vis en die bijnaam heb ik mijn leven lang gehouden”, giechelt Manoel Edivaldo, een gemoedelijke zestiger. Hij groeide op op een kleine boerderij aan de oever van de rivier de Arapiuns en leerde daar ook zijn vrouw Edilena kennen. Ze kregen drie kinderen en leefden er van de visvangst, van de vruchten die het woud hun gaf en van de teelt van maniok.

Maar nu speelt zijn leven zich in Santarém af, een paradijselijk Amazoneoord met zo’n 300.000 inwoners, dat bekend is om zijn prachtige rivierstranden. De laatste jaren is Edivaldo de onvermoeibare voorzitter van de Vakbond voor arbeiders en kleine boeren in Santarém. Zijn gemeenschap São Francisco aan de Arapiuns bezoekt hij nog maar af en toe, tot zijn spijt. Aan zijn kleine houten bureautje in het vakbondsgebouw lopen mensen af en aan met vragen over pensioen, gezondheid en andere zaken.

Voedselgiganten

De 8400 arbeiders die bij zijn vakbond zijn aangesloten, zijn net als hij geen werknemers, maar kleine boeren, die bestaan van het telen van gewassen als maniok, rijst en bonen. Maar zij hebben zorgen, sinds internationale voedselbedrijven in Santarém zijn neergestreken. “Er komen sindsdien veel mensen uit het zuiden van Brazilië en uit Mato Grosso om land te kopen. De streekbewoners zelf hebben helemaal geen interesse om soja te telen”, merkt Edivaldo op.

Wie met het vliegtuig Santarém nadert, ziet al vanuit de lucht dat het paradijs snel verandert. Het regenwoud rond de stad maakt plaats voor weilanden en akkerbouw. Midden in Santarém heeft de Amerikaanse voedingsgigant Cargill op de plek waar ooit het mooiste strand van de stad lag een van zijn vele havens in de Amazone gebouwd. Het belangrijkste product dat de haven passeert: soja. 

Moratorium

Die komt uit de deelstaat Mato Grosso, enkele duizenden kilometers naar het zuiden, maar ook steeds meer uit de eigen regio. Want de aanwezigheid van infrastructuur zoals de haven van Cargill stimuleert de teelt. “Sinds ongeveer 2000 is de soja uit Mato Grosso overgewaaid naar Santarém, vertelt Edivaldo, die al sinds net zo’n lange tijd actief is voor de vakbond. Officieel is er sinds 2008 een moratorium op het planten van soja in het Amazonegebied. Edivaldo rolt met zijn ogen en grijnst. “Als je maar geld hebt, krijg je alles voor elkaar.”

Het heeft het leven van de kleine boeren veranderd. Edivaldo: “De sojateelt is heel gemechaniseerd en werkt met grote machines en vliegtuigjes die gif sproeien tegen ziektes. Dat gif is hun wapen tegen ons kleintjes. Onze gewassen gaan kapot en we kampen met onze gezondheid. Onze leden voelen zich gedwongen om hun land op te geven en naar de stad te verhuizen. En daar is geen werk”, verzucht hij.

Tot nu toe rukken de sojavelden vooral op aan de zuidkant van Santarém, maar ook aan de andere kant van het brede stroomgebied van de rivieren Amazone en Tapajós, die bij Santarém bij elkaar komen, wordt al soja geplant. “In Curuá, Alenquer en Monte Alegre”, wijst Edivaldo aan op de grote kaart die aan de muur hangt.

Bij Santarém is een nieuwe weg aangelegd voor de sojateelt, ten koste van het bos. Beeld Getty Images

De metamorfose van het regenwoud is het gevolg van de beslissing van Cargill en andere grote voedingsconcerns in Santarém om hun goederen via een noordelijke route richting de wereldmarkt te verschepen. Tot voor een paar jaar geleden gebeurde dit via de zuidelijke havens van Brazilië, waar chauffeurs soms wel drie of vier dagen moesten wachten op de toegangsweg voor de haven om hun lading te kunnen lossen. 

Nu is er de noordelijke corridor: een route per weg – de Br 163 vanuit Cuiabá, Mato Grosso of de Br 230 vanuit Porto Velho in het westelijkere Rondônia – of via de rivier de Tapajós, die uitmondt in de Amazone en uiteindelijk in de Atlantische Oceaan.

Inmiddels gaat al ruim 22 procent van de handel van Cargill via de noordelijke route, zegt woordvoerster Paula Boracini. Het bedrijf hoopt ook nog op de aanleg van een spoorweg tussen Mato Grosso en de havens aan de Tapajós. 

Dat, vreest Manoel Edivaldo, zal de druk op kleine boeren, die zullen moeten wijken voor de spoorweg en voor nog meer soja, alleen maar doen toenemen. Bestaat zijn vakbond over tien of twintig jaar eigenlijk nog wel?

“Dat is precies mijn zorg”, zegt hij. “Als we nou nog het eindproduct konden maken van de grondstoffen die hier het land uitgaan, dan zou dat meer werk opleveren. Maar nu zien we alleen dat onze natuur kapot gaat en wij ook.”

In het hart van het regenwoud

De Amazone geldt als een beschermd natuurgebied van onschatbare waarde, maar tegelijkertijd is het een wingewest voor het internationale bedrijfsleven. Trouw ging naar het hart van het regenwoud om de lokale effecten van economische ontwikkeling te onderzoeken.

Lees ook: Hoe de transport van soja het leven van Braziliaanse vissers overhoop gooit

Wat is het effect van de groeiende populariteit van soja op lokale gemeenschappen in Brazilië? Verslaggever Wies Ubags ging naar het hart van het Amazonegebied en zag hoe de grote voedingsconcerns, die de soja exporteren en er grote havens bouwen, een bedreiging zijn voor de vissers en andere lokale gemeenschappen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden