Column

Hoe Defoe en Fleming in het afvalputje van de geschiedenis belandden

Beeld Trouw

We zien in een donkere kerker een spookachtige man die in een hoek zit te jammeren. De gevangene lijkt uit een vaal gas te bestaan waarin vlokjes zweven. Hij is bijna doorzichtig. Plotseling gaat de deur van het cachot open en wordt een tweede transparante creatuur naar binnen gesmeten.

“Wie bent u, als ik vragen mag?”, snikt het spook. “Ik ben Daniel Defoe, antwoordt de nieuwkomer, gestorven op 24 april 1731 in Londen en u, wat doet u hier?” “Ik ben Victor Fleming, Cottonwood 6 januari 1949, hartinfarct. Ik ben in dit gevang, dat ze het Afvalputje van de Geschiedenis noemen, een paar weken geleden beland. Ach, laat ik het kort samenvatten: ik ben de onfortuinlijke regisseur van een film die in 1939 acht Oscars won en de succesvolle film aller tijden werd. Wat ik toen niet wist, is dat ik met ‘Gone with the Wind’ een schandelijk racistische film had gemaakt die slavernij ‘romantiseerde’. Althans volgens de nieuwe maatstaven van een groep uitslovers die aan identiteitspolitiek doet.”

Spook Defoe strijkt met zijn hand door zijn golvende pruik: “Wie zijn die extremisten dan?” Spook Fleming maakt een wegwerpgebaar: “Ze bestaan uit twee soorten. De eersten zijn blanken die de hele dag in hun spiegel roepen dat ze zelfs in een ver verleden oerslecht zijn geweest en daarom nu moeten boeten. De anderen zijn zwart, kijken ook in de spiegel, maar dan heel erg boos, en schreeuwen dat ze voor altijd slachtoffers zijn. Kijk, natuurlijk was mijn film beïnvloed door het toen gangbare racisme in Hollywood. Maar mijn actrice Hattie McDaniel werd wel de eerste zwarte die een Oscar kreeg. Mijn film is nu door een bioscoop, na een onafgebroken vertoning van 34 jaar, uit de roulatie gehaald. Weet u waar ik bang voor ben?” Het tweede spook schudt nee en zijn pruik komt scheef te zitten. “Dat ze ook mijn andere kraker ‘The Wizard of Oz’ door hun plee trekken. Omdat de heksen in die film niet genderneutraal zijn. Maar u, meneer Defoe, ik las ooit uw prachtige boek ‘Robinson Crusoe’, niets op aan te merken toch?” Het bepruikte spook zucht: “Toch wel. Zelfs in het hiernamaals krijg ik dreigmails. Ik zou inheemse bevolking op mijn verzonnen eiland zwaar discrimineren door ze als wilde kannibalen te hebben neergezet. En omdat Robinson zijn nieuwe vriend Vrijdag Engels leert en wat beschaving probeert bij te brengen, wordt hij nu als een witte supremacist gezien die inboorlingen onderdrukte. Mijn hoofdpersonage wordt zelfs als prototype van wrede kolonisatie neergezet: hij zou 28 jaar lang, zonder toestemming, op een onbewoond eiland hebben verbleven dat hij zich illegaal had toegeëigend.”

Op dat moment hoort men een waar kabaal achter de zware eikendeur van de kerker die ruw wordt opengegooid. Een derde transparant spook, maar dan met een snorretje, wordt hardhandig naar binnen gewerkt. Hij kijkt de twee andere ectoplasma’s verbaasd aan en zegt: “Walt Disney. Ik ben de maker van Sneeuwwitje.”

Lees hier meer columns van Sylvain Ephimenco.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden