column

Hoe de egalitaire hervormingsgedachte tot slechter onderwijs leidde

Nelleke Noordervliet Beeld -

Op 15 maart gaan ze staken, leraren in basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Meer geld, meer waardering, minder werkdruk, minder bureaucratie. 

Ouders eisen intussen slimmere kinderen en makkelijkere toetsen. Het onderwijs is blijkens artikelen in NRC van 19 en 21 januari meer een cursus ‘hoe maak ik een toets’ dan de plaats waar kinderen kennis, vaardigheden en sociale deugden worden bijgebracht. De cijfers spreken klare taal: de prestaties van Nederlandse kinderen gaan er internationaal en vergeleken met eerdere generaties op achteruit. Ze lezen slechter en ze rekenen slechter. Ze zijn waarschijnlijk stukken beter in het presenteren van die minder goede resultaten, want dat kunstje krijgt veel aandacht.

Zou het nu werkelijk zo zijn dat die twee zaken corresponderen? Zijn de Nederlandse leerlingen slechter gaan presteren omdat de leraren slecht betaald worden, omdat de werkdruk hoog is en de groepen te groot zijn, omdat de bureaucratie en de eisen van de ouders het onderwijs gek maken? Ik geloof niet dat die relatie zo simpel is.

In het onderwijs is de afgelopen vijftig jaar meer veranderd dan in de vijfhonderd jaar daarvoor. De egalitaire hervormingsgedachte was: iedereen moet gelijke kansen krijgen. Dat wil zeggen: de opleiding krijgen die bij zijn talenten past ongeacht zijn achtergrond. Heel goed idee. Maar in de praktijk werd dat anders geïnterpreteerd: iedereen moet toegang krijgen tot de opleiding waarvoor hij net niet geschikt is. De eisen werden telkens weer naar beneden bijgesteld om een zo groot mogelijk deel van de bevolking aan een (te) hoog gewaardeerd havo/vwo-diploma te helpen. De stress nam toe bij iedereen. Het streefgetal was dat 50 procent van de bevolking hogeropgeleid moest zijn. Wie nog een gedegen schoolopleiding kreeg, de ouderen onder ons dus, kan uitrekenen dat zoiets statistisch onmogelijk is, tenzij je ‘hoog’ anders definieert.

Gedemotiveerd

De afbraak van het lager beroepsonderwijs tot een vergaarbak van leerlingen die zich mislukt voelen, vergrootte de tegenstellingen tussen groepen leerlingen. Onder de scholieren namen de ‘moeilijke gevallen’ toe, kinderen met rugzakjes die niet voldoende aandacht konden krijgen. De onrust die de veranderingen veroorzaakten vrat aan de kwaliteit van het onderwijs. Minder mensen wilden in het onderwijs werken. 

Paboleerlingen bleken slecht te kunnen rekenen en met spellen was het ook niet al te best gesteld: hoe kun je dan veronderstellen dat zij op hun beurt leerlingen de weg kunnen wijzen, hoe goedwillend en hardwerkend die leraren ook zijn? De daling is, eenmaal ingezet, moeilijk te keren. Bevlogenen zijn er nog altijd, maar veel leraren vallen uit of raken gedemotiveerd.

Hoe hou je greep op het onderwijs? De tegenwoordige hysterische concentratie op toetsen is dodelijk. Toetsen meten vooral de vaardigheid om toetsen te maken. Meerkeuzevragen zijn makkelijk na te kijken maar leveren weinig kennis over het niveau op. Ik weet hoe tijdrovend het nakijken van opstellen of van open vragen is. Toch zou een vraag waarop de leerling zelf het antwoord moet formuleren een aantal vliegen in één klap slaan. Omdat hij moet schrijven, moet hij denken. Ieder onderdeel van dat denkproces wordt genadeloos vastgelegd in de taal. 

Leesplezier 

De docent kan dus uitstekend zien waar het begrip tekortschiet. Leesvaardigheid is de grondslag van iedere vorm van kennisverwerving. Ook van rekenen en wiskunde. Leesvaardigheid is de moeder van schrijfvaardigheid. Een kind dat per dag 15 minuten (!) echt intensief leest leert er elk jaar 1000 extra woorden bij. Ik kom hier steeds weer op terug omdat ik zie dat ook de Neerlandistiek lijdt onder teruglopende belangstelling. En als er geen goede docenten Nederlands zijn, zijn we nergens meer.

Alle grote campagnes tegen ontlezing benadrukken het ‘leesplezier’ als belangrijkste element in de verhouding van leerlingen tot een tekst. Dat ‘leesplezier’, hoe prettig ook, staat de ernst waarmee we onze taal en het lezen moeten nemen in de weg. Goed lezen is de basis onder elke vorm van onderwijs, van vmbo tot gymnasium, van basisonderwijs tot universiteit. 

Nelleke Noordervliet, schrijfster van veelgelezen romans, geeft tweewekelijks haar visie op de actualiteit. Lees al haar bijdragen in ons dossier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden