Coronavirus

Hoe corona de grote thema's van nu op hun kop zet

De coronacrisis stelt ons voor vragen: over globalisering bijvoorbeeld. Hans de Bruijn zet de thema’s op een rijtje. Wacht ons een grote omslag?

We hebben het de afgelopen weken veel gehoord: het zal later gaan over vóór en na de corona-crisis, zoals we over voor en na de oorlog spreken. Daarbij gaat het natuurlijk niet alleen om de crisis zelf. Grote crises kunnen tot een omslag in ons denken leiden.

Wat die omslag zal inhouden, weten we niet. We weten nog niet eens hoe we uit de crisis komen – verdeeld of verenigd, diep gewond of opgelucht, met veel of heel veel economische schade. Desondanks drie reflecties: 
(a) wat worden de grote thema’s?
(b) hoe gaan we daar mee om?
(c) gaan we heus anders denken?

A. Wat worden de grote thema’s?

Volgens de econoom Milton Friedman brengen alleen crises echte verandering. Hoe? Iedere samenleving kent sluimerende ideeën, die beperkte steun genieten. Door een crisis kunnen die opeens mainstream, vanzelfsprekend worden. Wat zijn thema’s waarover we anders kunnen gaan denken? Vijf kandidaten – in de wetenschap dat er meer te noemen zijn.

Kandidaat 1: Globalisering als probleem

Globalisering wordt vaak als een natuurlijk proces gezien, aangejaagd door economische en technologische factoren. Het is win-win, iedereen wordt er beter van.

Het corona-virus maakt ons gevoelig voor een ander verhaal. Voor cruciale goederen zijn we te afhankelijk van andere continenten (mondkapjes!). Lombardije is nauw vervlochten met China, en dus een brandhaard van het virus. Wereldwijde productieketens maken ons te gevoelig voor gebeurtenissen-ver-weg. Globalisering betekent nu eenmaal vervlechting, en vervlechting betekent kwetsbaarheid. We zagen het in 2008: een bank die omvalt in de VS, veroorzaakt een wereldwijde kredietcrisis. We zien het nu: een virus in Wuhan veroorzaakt een wereldwijde gezondheidscrisis. En dus kan óntvlechting zo maar een sterk sentiment worden.

De mogelijke gevolgen: minder vrijhandel, meer protectionisme, meer belemmeringen voor massa-toerisme, minder studenten-mobiliteit – of een afkeer van wat goedkoop is en van ver komt. Het zijn gevolgen die op elkaar ingrijpen en tot volstrekt onvoorspelbare effecten kunnen leiden. 

Kandidaat 2: Belasting, belasting, belasting

Overheden besteden miljarden aan belastinggeld, om hun samenlevingen draaiende te houden. Tegelijk zijn er grote internationale bedrijven, die voor miljarden belastingen weten te ontwijken, ook in Nederland. De opkomst van de data-economie heeft geleid tot een gigantische cumulatie van geld bij bedrijven als Facebook, terwijl ze onze data kosteloos verkrijgen.

Over sluimerende ideeën gesproken: introduceer een data-taks en stort de opbrengsten daarvan in een investeringsfonds, zo is regelmatig voorgesteld. Waarom ook niet? In verarmde samenlevingen die duizenden miljarden nodig hebben, is het ondenkbaar dat grote bedrijven zo sterk uit de wind worden gehouden.

Tegelijk, lastenverhoging voor bedrijven tijdens een diepe recessie, klinkt niet voor iedereen logisch. Dus dat wordt nog wat.

Kandidaat 3: Meer overheid

Voor de huidige generaties bestuurders geldt dat ze hun vormende jaren ergens in de jaren tachtig of negentig beleefden. Het is een tijdperk waarin de opvatting domineert dat de overheid het probleem is, niet de oplossing.

Nieuwere generaties zijn door heel andere jaren gegaan: twee diepe crises, waarbij de overheid drastisch moest ingrijpen. Tel daarbij de enorme opgaven op voor de komende decennia: klimaatverandering, werkloosheid, het voorkomen van opnieuw een pandemie – en de conclusie kan zo maar zijn dat we een ambitieuze en sturende overheid nodig hebben.

Dat zal niet een overheid zijn die de samenleving wil veranderen met blauwdrukken en ontwerpen-van-bovenaf – daar gelooft niemand meer in. Maar wel een activistische overheid, die door haar interventies het innovatieve vermogen van de samenleving kan aanspreken. Bovendien, en heel belangrijk: we ervaren nu allemaal hoe afhankelijk we zijn van mensen in overheidsdienst – in de zorg, het onderwijs, het openbaar vervoer. Een sterkere overheid, het zal voor velen een U-bocht in het denken zijn.

Kandidaat 4: Data, surveillance – en de rechtsstaat

Na de crisis zal de grote vraag zijn hoe we een volgende pandemie kunnen bestrijden. Een belangrijk antwoord laat zich raden: meer surveillance-technologie, waaronder met name gezichtsherkenning en meer data – over de gezondheid en locaties van burgers. En we weten: technologie om burgers te monitoren kan verworden tot technologie om burgers te manipuleren.

Het levert een tweeslachtig beeld op van dit soort nieuwe technologie: cruciaal in de strijd tegen epidemieën, maar ook een enorme inbreuk op onze autonomie. De positieve rol die surveillance-technologie kan spelen bij de bestrijding van epidemieën, kan de hele discussie over technologie versus autonomie en privacy herdefiniëren – en kan ook raken aan fundamentele vragen over rechtsstaat en democratie.

Het antwoord op die vragen kan in Europa heel anders zijn dan in China, met zijn staats­almacht, of de VS met zijn slecht gereguleerde markten. En dat kan weer gevolgen hebben voor de richting van nieuwe technologische ontwikkelingen. Ook hier geldt: dat wordt nog wat.

Kandidaat 5: Europa

Als het gaat om Europa, vechten vaak twee frames om de voorrang. Het eerste is Europa versus de lidstaten. De framing is dat meer macht voor Europa, minder macht voor de lidstaten betekent. Het voelt voor velen niet goed.

Het tweede is dat van de drie globale machtsblokken: de VS, China en de EU – waarbij de framing is dat we dankzij de EU geen speelbal zijn van de VS en China.

De vraag is welk frame na de crisis zal gaan domineren. Dat kan het eerste frame zijn – corona heeft het belang van nationale grenzen bewezen, een crisis moet je niet door Brussel laten bestrijden. Het kan ook het tweede frame zijn. Een afkeer van globalisering, kan het belang van een interne Europese markt doen toenemen. Hogere belastingen? Die moet je met z’n allen regelen, dat kan een EU-lidstaat niet in z’n eentje. Europa kan ons beschermen tegen de risico’s van surveillance-technologie – door te investeren in de ontwikkeling van surveillance-technologie, die niet tot manipulatie kan verworden.

B. Hoe gaan we met deze thema’s om?

Vergelijk corona eens met de aanslagen in 2001 in de VS op 9/11 . Toen vielen er doden door terroristen met een foute ideologie. “We will hunt them down”, zei president Bush direct na de aanslagen. Er was een roofdier op ons afgekomen en er konden er meer volgen. Het was wij versus zij.

Vandaag gaat het om een virus. Er is geen ‘wij-zij’, het is ‘wij’; het virus treft iedereen. Gouverneur Cuomo van New York formuleert het mooi:

We zijn met elkaar verbonden.
We zijn van elkaar afhankelijk.
Ik ben jou van afhankelijk,
jij bent van mij afhankelijk.
Dat noem je een samenleving.
Als samenleving van New York,
zijn we op ons best.
Ik moet op je kunnen vertrouwen
en dat betekent dat jij je intelligent en
verantwoord moet gedragen,
bij alles wat jij doet.
En jij moet op mij kunnen vertrouwen,
dus ik moet me intelligent en verantwoord
gedragen,
bij alles wat ik doe.
Dat is het sociale contract tussen ons.

Het is het verschil in reactie tussen het roofdier en het virus. En het is een belangrijke vraag wat de politieke cultuur na 2020 zal definiëren: het wij-zij of het sociale contract.

Het antwoord op die vraag doet er toe. Het kan leiden tot een heel andere agenda voor de komende jaren. Kenmerkend voor de corona-crisis is dat we een groot collectief probleem hebben en dat ieder individu daar verantwoordelijkheid voor draagt – de keten van besmettingen kan doorbreken.

Dat is in essentie niet anders bij de problematiek van klimaatverandering. In het frame van het socialecontractdenken kunnen we dat soort problemen aan – wordt ieder individu aangezet tot het nemen van verantwoordelijkheid. In het wij-zij frame kunnen we die problemen niet aan, kunnen we altijd weer zeggen dat ‘zij’ niks doen aan het klimaat en wij dus gekke Henkie zouden zijn, als we wel wat doen.

En daarmee wordt ook iets anders duidelijk – het sociale contract denken ‘empowert’ burgers, maakt ze verantwoordelijk. Ieder individu wordt aangesproken. Het zal leiden tot een heel andere respons op de hiervoor geschetste vijf ontwikkelingen, dan het wij-zij denken – of het nu gaat om ons nationale of internationale samenleven.

Het sociale contract betekent overigens niet dat we aan naïeve kumbaya-politiek gaan doen. Als je samen moet optrekken, kan dat harde onderhandelingen vereisen – maar uiteindelijk geldt: we’re in it together.

C. Gaan we heus anders denken?

Na de oorlog hoopt koningin Wilhelmina op een heel ander Nederland, maar ze ziet de instituties en gewoonten van het vooroorlogse Nederland terugkomen. Dat kan natuurlijk ook de reactie zijn na de corona-crisis: we willen terug naar normaal. Natuurlijk, er moet een task force komen die zorgt dat we een pandemie de volgende keer beter en sneller onder controle krijgen. We gaan de economische processen weer vlot trekken, die in een grindbak zijn vastgelopen. Natuurlijk, het is allemaal heel ernstig geweest. Maar we willen dat het weer wordt zoals het was. 

Hans de Bruijn is hoogleraar bestuurskunde in Delft en columnist voor Letter&Geest. Hij ziet in de nadruk op leiderschap in de coronacrisis een blinde vlek: die voor ‘volgerschap'.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden