Column

Het zou mensen als Dijkhoff sieren als ze eerst hun eigen dwanglustigheid onder ogen zien

James Kennedy Beeld Jörgen Caris

Hoe erg is het als in bijzondere scholen ‘minder verdraagzaamheid, dikwijls haat, jegens andersdenkenden, wordt aangekweekt’? De spreker van deze woorden, de sociaaldemocratische senator Carry Pothuis-Smit, vond het spijtig dat naar haar mening de ‘sekteschool’ dit gevaar met zich meedroeg. 

Maar toch stemde ze in 1920 vóór de onderwijswet die de financiële ‘gelijkstelling’ van bijzonder met openbaar onderwijs mogelijk maakte. We zouden haar stemgedrag vandaag, indien we haar mening zijn toegedaan, niet snel volgen. De heibel over de ­Hagaschool heeft de discussie over de grenzen van de vrijheid van onderwijs weer doen oplaaien. Voorstanders van het bijzonder onderwijs willen de Hagaschool (of islamitisch onderwijs als geheel) als uitzondering zien, zodat het huidig bestel niet in diskrediet wordt gebracht. Voor de grootste critici laat de Hagaschool zien dat al het bijzonder onderwijs niet langer bekostigd moet worden. Iets gematigder reacties pleiten voor een aanpassing van artikel 23 van de Grondwet om foute scholen te voorkomen.

VVD-voorman Klaas Dijkhoff schrijft: ‘Als de vrijheid van onderwijs als ongewenst neveneffect heeft dat er scholen worden opgericht die dienstbaar zijn aan segregatie en het in standhouden van parallelle samenlevingen, moeten we dat stoppen’. Daarom is hij voor het verbod – en dus vermoedelijk niet alleen het stoppen van subsidie – van alle salafistische scholen. Dijkhoffs zorg is niet nieuw. Ook in 1920 maakten liberale en sociaaldemocratische politici zich zorgen over het ontstaan van ­‘segregatie’ en ‘parallelle samenlevingen’ na uitvoering van artikel 23.

Voor critici als Pothuis-Smit was het opdelen van kinderen in groepjes geloofsgenoten niet een onvoorzien ‘neven­effect’ van de nieuwe Onderwijswet (zoals Dijkhoff betoogt), maar een van de belangrijkste gevolgen, zo niet doelstellingen van de nieuwe wetgeving. Ze vond het helemaal niet goed dat katholieken alleen andere katholieken leerden liefhebben, in plaats van ‘de liefde tot allen’ op de openbare school. En toch stemde ze voor de wet die het verfoeide katholiek onderwijs bekostigde.

Waarom? De meest voor de hand liggende reden is dat ze geen keus had. Toen dit wetsvoorstel in oktober 1920 in de Eerste Kamer werd behandeld was het eigenlijk een hamerstuk. De wet was onderdeel geworden van de bekende pacificatie van 1917, waarmee de grote partijen zich achter de gelijkstelling schaarden. De partij van Pothuis-Smit werkte daarom mee aan het voorstel.

Geestelijke dwang

De politieke werkelijkheid was dat gelijkstelling zeer populair was, juist omdat het ouders de financiële mogelijkheid gaf hun kinderen te sturen naar de school die aansloot bij hun overtuigingen. Het besluit werd goed ontvangen en de Staten-Generaal bestond vanaf 1918 een halve eeuw lang uit een meerderheid van christelijke partijen. Bijzonder onderwijs zou onder de nieuwe wet uitdijen, totdat deze scholen op hun hoogtepunt in 1945 driekwart van alle Nederlandse basisschoolkinderen zouden onderwijzen. Pothuis-Smit moest buigen voor deze realiteit.

Maar zelf liet ze principes de boventoon voeren in haar stemgedrag: ‘Geestelijke dwang is altijd verkeerd’. Het zou averechts werken om met ouders te strijden over hun eigen voorkeuren. Als zij ‘sektescholen’ wilden voor hun kinderen, dan moest je daarin berusten. Ook al vind je dat deze scholen verwerpelijke standpunten innemen.

Geestelijke dwang is altijd verkeerd. Maar welke dwang? Pothuis-Smit had het over dwang die ouders voelden vanuit de overheid, maar anderen – ook in die tijd – zagen de dwingelandij vooral komen van religieuze instanties. En vandaag wijzen we vaak de dwang die ouders op hun kinderen uitoefenen af. Dwang komt in verschillende kleuren en maten. Mijn zorg is dat Nederlanders, die zichzelf graag zien als voorstanders van de vrijheid, niet goed zien hoe ook zij ertoe neigen anderen te dwingen. Het bestaan van een gewantrouwde minderheid is altijd een verleiding om de vrijheden van die minderheid te beknotten. Het zou Nederlanders als Dijkhoff sieren als ze eerst hun eigen dwanglustigheid onder ogen zien alvorens anderen beperkende maatregelen op te leggen. 

Lees hier meer columns van James Kennedy.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden