Column

Het wringt dat je een geaborteerde foetus mag registreren als doodgeboren kind

Stevo Akkerman Beeld Trouw

Het gebied waar leven en dood elkaar raken is niet alleen schemerig, maar soms ook onherbergzaam. Onbestaanbaar zelfs. Er gebeuren daar dingen die elkaar zouden moeten uitsluiten en dat gewoon niet doen. 

Klinkt raadselachtig, maar waar ik op doel is dit: het blijkt sinds kort wettelijk mogelijk een geaborteerde foetus op te nemen in de Basisregistratie Personen. En wel onder ‘categorie 9’, die van ‘kinderen’, al dan niet levenloos geboren. Ik wou dat ik wist wat ik daarvan vond.

Voor deze registratie van doodgeboren kinderen is lang gevochten. Volgens het Burgerlijk Wetboek werden ze ‘geacht nooit te hebben bestaan’. Er moest een actie van moeders aan te pas komen, gesteund door 82.000 ondertekenaars, om dit gewijzigd te krijgen. Ik schreef er al eens over, want ik heb twee broertjes gehad, een te vroeg geboren tweeling, die na hun dood in verschillende categorieën terechtkwamen. Reint werd onder die naam geregistreerd, omdat hij nog twee dagen geleefd had. Galke, die zijn geboorte niet overleefde, bleef anoniem. Hij verdween in de boeken als ‘levenloos kind’.

Ongeboren vruchten

Toen de regering in 2016 overstag ging, waren de actievoerende moeders zeer gelukkig dat alle levenloze kinderen mochten worden bijgeschreven, ook kinderen van vóór 24 weken. Waarom was dat relevant? Omdat dit de wettelijke abortusgrens is en de overheid dus redenen had gehad om deze ‘ongeboren vruchten’ niet als kinderen te beschouwen. “Door hun toegang te geven tot ‘basisregistratie personen’ lijkt de regering impliciet een uitspraak te doen over hun wettelijke status als persoon”, schreef ik op deze plaats. “Hoe verhoudt zich dat tot de wettelijke mogelijkheid hen te aborteren?”

Die toen nog hypothetische vraag is inmiddels concreet geworden. De nieuwe wet werd afgelopen februari van kracht en sindsdien zijn al vijfduizend doodgeboren kinderen geregistreerd. Onder hen, zo berichtte het EO-programma ‘NieuwLicht’ maandagavond, ook een jongetje dat was geaborteerd. Zijn moeder, anoniem in beeld gebracht, zag vorig jaar geen andere uitweg dan haar kind weg te laten halen, nadat haar partner tijdens de zwangerschap van de ene op de andere dag was verdwenen. “Dag lieve kleine jongen, het spijt me zo dat ik jouw mama niet kon zijn”, hoorden we haar zeggen, een echo-afbeelding van haar kind op de achtergrond.

Ze was na de abortus ernstig depressief geraakt, vertelde ze, en het feit dat ze haar kind had kunnen laten registreren betekende ‘heel veel’ voor haar. Dat is natuurlijk alleen maar goed. Maar wat betekent deze dubbelzinnigheid – wettelijke erkenning van bestaan, wettelijke ruimte voor beëindiging van datzelfde bestaan – op politiek niveau? D66-Kamerlid Vera Bergkamp probeerde de spanning simpelweg te ontkennen: het gaat om heel verschillende wetten, die niets met elkaar hebben te maken. Erg overtuigend vond ik dat niet. Je hoeft geen ‘Schreeuw om Leven’-activist te zijn om te zien dat hier iets wringt. Maar verder kom ik ook niet, al voelt dat wat laf. Het wringt in ons bestaan en dat is onoplosbaar.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden