OpinieRechtspraak

Het wordt tijd het zwijgrecht te schrappen

Vrijspraak voor de zwijgende ‘tattookillers’ die betrokken zijn bij moord, kan niet de bedoeling zijn, meent Pieter van der Kruijs.

Na een eis van levenslang heeft de rechtbank Rotterdam vier leden van een club met de lugubere naam ‘tattookillers’ vrijgesproken van de moord op een medebendelid. Het bewijs is door de rechtbank niet sluitend bevonden, dus moest vrijspraak volgen, hoewel alle vier ‘in meer of mindere mate’ zijn betrokken, zo is vastgesteld.

Het is ongebruikelijk dat een rechtszaak uitloopt op twee uitersten: levenslang en vrijspraak, alles of niets. Dit kan niet de bedoeling zijn. De betrokkenheid staat vast, we weten niet hoe. De enige reden waarom we dat niet weten, is omdat de verdachten weigeren openheid te geven. Het is een verworven recht om geen verantwoording te hoeven afleggen.

Een misdrijf, zeker een moord, ontwricht de samenleving. We willen geen mentaliteit van: laten ze elkaar maar uitmoorden, opgeruimd staat netjes. Dat is een vorm van wildwest waarbij uiteindelijk niemand zijn leven meer zeker is.

Maar wat dan wel? Willen we een rechtsvorm waarbij vermoedelijke daders geen verantwoordelijkheid toekomt voor de ontwrichting die teweeg is gebracht?

In artikel 29 (Wetboek van Strafvordering) staat het recht van de verdachte om geen antwoord te geven op aan hem gestelde vragen, het recht om te zwijgen. Dat een verdachte bij een verhoor drie posities kan innemen, bekennen, ontkennen en zwijgen, dat is nogal wiedes. Dat behoort tot de vrije wil en daar mag geen oneigenlijke druk op worden uitgeoefend, wil er sprake zijn van een in vrijheid afgelegde verklaring. Iets anders is of aan zo’n proceshouding door de rechter consequenties mogen worden verbonden.

In graniet gehouwen

Aanvankelijk was het zwijgrecht in graniet gehouwen: aan dat recht mag niet worden getornd. Het is in de wet gekomen, omdat we de verdachte wilden beschermen tegen fysieke en zware psychische druk. Kort gezegd, verklaringen verkregen door marteling passen niet in een fatsoenlijke samenleving. We hadden de Tweede Wereldoorlog in ons achterhoofd en hoe toen verklaringen met geweld werden verkregen.

Van zo’n situatie is geen sprake meer. Onze verhoorders worden behoorlijk opgeleid en de verdachte mag zich bij elk verhoor laten bijstaan door een advocaat, die toeziet op een correct verloop van het verhoor. Bovendien worden bij zwaardere delicten alle verhoren opgenomen. Het zou overigens goed zijn dat alle verhoren altijd worden opgenomen.

Met andere woorden, er is voor de verdachte voldoende bescherming dat er niets op papier komt wat hij niet wil. Dat is een juiste rechtsbescherming. Maar zodra de wet een recht formuleert heeft dat consequenties. In geval van een recht om te zwijgen betekent dit dat het zwijgen zelf geen bewijsmiddel is. Natuurlijk kan het zwijgen van de verdachte wel eens – aanvullend – door de rechter worden meegenomen in de bewijsvoering, maar een zelfstandig bewijsmiddel kan het nooit zijn, omdat de wet de verdachte dat recht toekent.

Een overdreven voorbeeld: als voor de verdachte een lijk ligt en hij heeft een rokend vuurwapen in zijn handen, dan heeft hij wat uit te leggen. Doet hij dat niet, dan zal de rechter dat meenemen in zijn bewijsmotivering. Maar als de vier verdachten onder andere met hun auto zijn gesignaleerd op de plek waar het lijk wordt aangetroffen en de verdachten zwijgen, dan kan de rechter op basis daarvan niets zeggen over hun schuld. Het kan voldoende zijn voor voorlopige hechtenis, omdat dan volstaat dat er tegen de verdachte ernstige bezwaren bestaan, maar het kan onvoldoende zijn om een veroordeling op te baseren. Ik zou hiervan af willen.

Als we een samenleving leefbaar willen maken en houden, dan heeft ieder de verantwoordelijkheid te nemen voor zijn daden. Ik beperk mij hier tot degenen die rechtstreeks zijn betrokken, maar die weigeren vragen daarover te beantwoorden. Indirect kunnen er veel meer mensen verantwoordelijk zijn. In mijn idee mag uiteindelijk de weigering om vragen te beantwoorden als bewijsmiddel meewerken, omdat wordt geweigerd verantwoordelijkheid te nemen voor daden waarvan de samenleving dringend wenst dat verantwoordelijkheid wordt genomen. Je zou kunnen zeggen dat het evenwicht wegvalt dat nodig is om een samenleving te laten functioneren.

Geen onrechtvaardigheid

Het bezwaar zal zijn dat het risico wordt vergroot op onterechte veroordelingen. De druk onder de vier op elkaar zal groot zijn. Die druk is met name zwaar voor degene die het minst heeft gedaan of die misschien niet echt heeft gewild. Toch is voor mij de consequentie dat alle vier worden veroordeeld voor medeplegen van de moord. Als rechter kan ik geen verschil maken, omdat de verdachten weigeren mij te informeren over de onderlinge taakverdeling. Dan kan het zijn dat er iemand zwaarder wordt gestraft dan overeenstemt met zijn werkelijke aandeel.

Toch zie ik hier geen onrechtvaardigheid in. Wij zorgen voor bescherming van degene die wel wil verklaren. We kennen getuigenbescherming.

Tegengeworpen zal ook worden dat de vier wellicht niets hebben gedaan, maar een ander of anderen in bescherming nemen. Er valt voor dit soort misse daden geen bescherming te bieden, want dan wordt de maatschappelijke verantwoordelijkheid miskend.

De uitspraak van de Rotterdamse rechtbank klopt. De raadsman, Sander Janssen, was terecht verontwaardigd hoe het OM erbij kwam om bij gebrek aan wettig bewijs in ons huidig bewijsstelsel levenslang te eisen. Datzelfde OM kon zien dat het wettig bewijs ontbrak. Met de eis van levenslang worden in de samenleving verkeerde verwachtingen gewekt.

Waar het OM, nota bene namens de samenleving, levenslang vraagt, legt het de bal van vrijspraak neer bij de rechter: de rechter inzetten als duvels­toejager, waarmee het vertrouwen in de rechtspraak wordt ondermijnd. Niemand ziet immers graag dat wordt vrijgesproken waar ‘daders’ wel kunnen worden aangewezen.

Het wordt tijd het zwijgrecht te schrappen.  

Lees ook:

Geen levenslang, maar vrijspraak voor vier ‘tattookillers’

Aanwijzingen dat vier verdachten betrokken waren bij de moord op Onno Kuut in 2009 zijn er zeker, stelt de rechtbank Rotterdam. Maar op basis van aanwijzingen kun je iemand niet veroordelen, er is wettig en overtuigend bewijs nodig. En dat ontbreekt, vindt de rechter. Met het gevolg: viermaal vrijspraak, waar het Openbaar Ministerie vier keer levenslang had geëist. 

OM verzwaart verdenking tegen Jos B.

Het Openbaar Ministerie wil de verdenkingen tegen Jos B. verzwaren van doodslag naar gekwalificeerde doodslag. Dat laatste wil zeggen dat iemand is gedood om een ander strafbaar feit te verdoezelen.

Zwijgen, spreken of liegen. Waar kiest Jos B. voor?

Het DNA van Jos B. is aangetroffen op de onderbroek van de in 1998 dood gevonden Nicky Verstappen (11). Dat schreeuwt om een verklaring van de man, zei misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die de familie van de jongen bijstaat, eerder. Maar B. houdt zijn mond over de fatale nacht. Wel gaf hij aan niets met de dood van de jongen te maken te hebben. Menselijk gezien is dat evident, juridisch ligt het een stuk genuanceerder. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden