OpinieNatuur

Het WNF keert fantastische ontwikkelingen de rug toe

Het gaat niet over de hele linie slecht met de Nederlandse natuur, stelt Kor Goutbeek. Wat in het boerenland verloren ging, werd ruimschoots gecompenseerd in nieuwe wildernis. 

‘De Nederlandse natuur is er slecht aan toe’ kopt Trouw (6 februari). Die conclusie was gebaseerd op het Living Planet Report van het Wereld Natuur Fonds (WNF), met de titel ‘Natuur en Landbouw verbonden’. Het is een lezenswaardig rapport waarin veel rake analyses staan. Maar het negeert één grootschalige en fantastische ontwikkeling volkomen. Dat is des te merkwaardiger omdat het WNF zelf aan de basis stond van die ontwikkeling.

Het rapport hanteert 1990 als ijkjaar voor het toetsen van de toestand van de Nederlandse natuur. Precies in dat jaar verscheen de Nota Natuurontwikkeling. Daarin werd de Ecologische Hoofdstructuur gelanceerd. In de jaren daarna ging het WNF aan de slag met ‘Levende Rivieren’: het omzetten van landbouwgrond in natuur. Sinds 1990 kwam er maar liefst 100.000 hectare natuur bij. Dat is meer dan de hele Veluwe. Daarnaast zijn onze bossen sinds 1990 veel natuurlijker geworden: rechte rijtjes dennen maakten plaats voor variatie aan inheemse loofbomen en liggend en staand dood hout.

Vier vogelsoorten verdwenen, tien erbij

Toegegeven, er zijn ook negatieve ontwikkelingen: de kaalslag op het platteland is evident. Ook een rozebrildrager als ik is geschokt bij het zien van oranjegele akkers door glyfosaat. Als ik door de Ooijpolder fiets, doet het ook pijn dat grutto’s, zomertortels en grote karekieten inmiddels zijn verdwenen.

En toch, als we de nationale balans opmaken: sinds 1990 verdwenen er vier vogelsoorten uit ons land, maar er kwamen er ook tien bij. Wat in het boerenland verloren ging, werd ruimschoots gecompenseerd in de nieuwe wildernis.

Zeearend, visarend, oehoe, kraanvogel en raaf zijn bijna mystieke soorten van uitgestrekte, nevelige bossen en meren. Sinds kort komen ze weer voor in ons kleine kikkerland, soms na eeuwen van afwezigheid. De terugkeer van de wolf is wel de kroon op onze nieuwe natuur, het ultieme symbool van ongerepte, ongetemde wildernis.

Het lijkt erop dat het WNF met dit rapport deze fantastische ontwikkelingen de rug toekeert en vol heimwee mijmert bij het boerenland, waar de natuur al vijftig jaar achteruit hobbelt. Natuurlijk zijn er verbeteringen nodig en mogelijk in de landbouw, maar we kunnen van boeren niet vragen om natuur te produceren of de Nederlandse flora en fauna te redden.

De natuur levert ons niet voldoende voedsel, de landbouw levert ons niet voldoende biodiversiteit. Dat lijkt me reëel.

Lees ook:

De Nederlandse natuur is er slecht aan toe. Nog steeds.

De Nederlandse natuur staat er slecht voor, blijkt uit een omvangrijk onderzoek van het Wereld Natuur Fonds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden