null Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

Het was de week van de doden en ik, hoewel gevaccineerd, had een virus opgelopen

Sylvain Ephimenco

Ik zat nog geen minuut tegenover mijn huisarts toen haar definitieve oordeel al klonk en, als een zweepslag, het plastic scherm dat ons scheidde bijna kliefde. Ik zag eerst haar mondkapje bollen, alsof een giftige luchtbel het masker ging wegblazen. Daarna sprong uit haar onzichtbare mond het goed gearticuleerde V-woord: “Virus!” Ik besefte onmiddellijk dat deze openbaring mij misschien niet voor niets in de week van Allerzielen werd gegund. Vanzelfsprekend voelde ik er weinig voor hierin een voorteken te zien.

Op Allerzielen, de dag waarop de overledenen worden herdacht, ben ik altijd gevoeliger dan normaal voor existentiële overpeinzingen. Tijd voor bezinning. Ook al zijn mijn meest dierbare gestorvenen niet hier begraven, toch moet ik per se een kerkhof bezoeken. Als een stuk metaal dat door een magneet wordt aangetrokken.

Een stoet hoofden en zwarte hoeden

Als kind al, op weg naar school, stopte ik geregeld bij de gemeentelijke begraafplaats om in stilte al die graven te bevragen. Tegenwoordig hoef ik daarvoor niet zoveel moeite te doen. Vanuit mijn werkkamer heb ik zicht op de groene heggen van een kleine begraafplaats. Zomaar, midden in de polder. Soms, al tikkend, zie ik een stoet hoofden en zwarte hoeden achter de heggen schuifelen. En soms ook, op schouders gedragen, een kist die tussen die hoeden schommelt.

Dinsdag trotseerde ik een paar buien om op graven van onbekenden een eerbiedige gedachte te deponeren. De laatste drie, helemaal achterin, waren in de laatste dagen van oktober gestorven, hun graven waren vers aangelegd. Alle drie doden boven of rond de tachtig. Nog niet door marmer bedekt, maar met alleen een tijdelijk plastic naamboordje dat in een strook omgewoelde aarde was gestoken.

Maar goed, het was de week van de doden en ik, hoewel gevaccineerd met Janssen, had een virus opgelopen. De arts nam de tijd om mijn handpalmen en de voetzool van mijn rechtervoet nauwkeurig te inspecteren. Daarop had zich een constellatie van pijnlijke blaasjes en rode vlekjes genesteld. De arts werd concreter: “HMV, hand-, voet- en mondziekte.” Ik schrok: weliswaar geen corona, maar wel een virus dat doorgaans bij evenhoevige dieren voorkomt. Ho, ho, ik was toch geen geit en bij mijn beste weten ook geen rund.

Maar ik twijfelde wel: had ik in het weekeinde niet alweer een delicieuze ragout met vlees van wilde zwijnen gekookt? Nee, zei de arts, ik moest deze aandoening niet verwarren met MKZ, mond- en klauwzeer. Mijn HMV is een virus dat zich door de lucht verspreidt en meestal bij peuters en baby’s voorkomt. Daar werkte geen inenting tegen en ook geen medicijn. Hooguit een paracetamol tegen dit onschuldige ongemak; de blaasjes en vlekjes verdwijnen meestal na een week.

Peuters en baby’s! Ik voelde me meteen een stukje jonger. Eenmaal thuis hief ik mijn armen in de lucht, trok mijn knie zo hoog mogelijk op en als een wilde trekpop begon ik aan een opgeluchte vreugdedans: dansen met Janssen! Mevrouw Ephi keek me aan en vroeg ietwat verontrust: “Weet je zeker dat je geen gekkekoeienziekte hebt opgelopen?”

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden