Column Stevo Akkerman

Het vloekverbod roept ondeugende vragen op

Een schrijver moet zijn personages soms dingen laten doen, waartoe hijzelf nooit in staat zou zijn, en zo moest ik in mijn laatste boek iemand laten vloeken. Dat viel helemaal niet mee. Een volmondig gvd kreeg ik niet uit mijn pen, het bleef bij een bescheten ‘verdomme’ en dan nog kostte het me moeite dat woord niet meteen weer te schrappen.

Nu de gemeente Molenlanden een plaatselijk vloekverbod heeft afgekondigd – de veertiende gemeente die dat deed, las ik in Trouw – wilde ik in het digitale archief van de krant nagaan hoe vaak in onze kolommen de naam des Heren wordt gelasterd. Daarvoor moest ik de zoekterm ‘godverdomme’ intikken – en nu doe ik het dus weer. Met de grootst mogelijke huiver, wat eigenlijk merkwaardig is, want ik geloof niet meer in een God die beledigd zou zijn door deze of gene lettercombinatie. Maar er is duidelijk iets blijven hangen van het ontzagwekkende gewicht dat deze vloek in mijn strikt-gereformeerde jeugd had. Ik weet nog goed hoe ik als puber een tijdje het gvd niet uit mijn hoofd kreeg en vreesde in de greep van Satan te zijn geraakt, hetgeen vanwege mijn voorliefde voor moderne literatuur en popmuziek ook wel voor de hand lag.

Er wordt regelmatig gevloekt in de krant

Wat leverde de zoekactie in ons archief op? Ik heb het niet geteld, maar er wordt regelmatig voluit gevloekt in de krant. Bijvoorbeeld in de Tien Geboden-interviews van Arjan Visser, niet onlogisch gezien gebod nummer drie: ‘Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken.’ Cabaretier Paulien Cornelisse zei daarover: “Op de kleuterschool leerden wij ‘potverblomme’ zeggen en mijn vriend werd op de christelijke basisschool bijgebracht om het woord ‘snotverkoffertje’ te gebruiken. Ik heb ook weleens gehoord dat iemand op de nonnenschool werd berispt. Haar ouders kregen te horen dat ze ‘gadverdamme met o’tjes had gezegd. Best eigenaardig dat je zelfs niet iemand kan quoten, alsof God zich dáár ook nog iets van zou aantrekken.”

In Molenlanden weten ze waarvan God zich iets aantrekt en hebben ze dat vastgelegd in een algemene plaatselijke verordening. Het wonderlijke is dat niet alleen de theocratisch-angehauchte SGP dit wilde, maar ook – in volgorde van wonderlijkheid – ChristenUnie, CDA en VVD. Juridisch is de verordening niet houdbaar, en ik neem aan dat het vloekverbod in geen van de veertien betrokken gemeentes wordt gehandhaafd. Voorlopig zal het nog wel los lopen met de dictatuur in Nunspeet en omgeving. Maar onverstandig en ondemocratisch is het wel, en het roept ondeugende vragen op: mag een boek als ‘God is niet groot’ van Christopher Hitchens worden verkocht in deze gemeentes? Mag je er open en bloot over straat met ‘De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen’ van Karel van het Reve?

Intussen vermoed ik dat het bijbelse verbod op het ijdel gebruik van Gods naam niet zozeer gaat over vloeken, maar over de menselijke neiging Hem te annexeren. Daarom aarzelt het jodendom de naam van de Allerhoogste überhaupt uit te spreken: wat Hij ook is, het is niet in onze taal te vangen.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je ook op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden