OpinieRuimtelijke ordening

Het versterken van dorpen gaat ons niet helpen

Onuitvoerbaar en de ongelijkheid blijft, reageert stedenbouwkundige Bohdan Malisz, op het pleidooi van Maarten Koreman om te investeren in dorpen, waar het prettiger en goedkoper wonen is.

Terecht maakt Maarten Koreman zich zorgen over de groeiende ongelijkheid in Nederland maar zijn advies om de voorzieningen te versterken in dorpen in plaats van steden is, hoe goed ook bedoeld, volstrekt onrealistisch. In zijn artikel (Opinie, 13 oktober) wijst hij op het steeds duurder wonen in grote steden. De oorzaak daarvan ligt volgens hem in de aantrekkingskracht van de daar geconcentreerde voorzieningen. Door spreiding daarvan over het land zouden mensen naar de dorpen trekken, waar wonen goedkoper is.

Het idee van de spreiding van werkgelegenheid en overheidsinstellingen als tegenwicht voor de Randstad is niet nieuw. De Tweede Nota Ruimtelijke Ordening wees over het land verspreide groeikernen aan, gekoppeld aan de nodige woningencontingenten. Ze werden echter gelokaliseerd bij de grote steden. Nieuw in het pleidooi van Koreman is de versterking van de voorzieningen in dorpen.

Maar de door hem genoemde voorbeelden zoals universiteiten, overheidsinstellingen en grootschalige culturele centra zijn daarvoor niet geschikt. Ze kunnen zonder massaal, grootstedelijk publiek niet func­tioneren. En kleinschalige voorzieningen – winkels, scholen, bibliotheken – zijn sterk afhankelijk van het plaatselijke draagvlak. Eerst moet daarvoor het nodige aantal bewoners aanwezig zijn. Zo komt zijn wens om te beginnen bij de decentralisatie met de voorzieningen in een vicieuze cirkel. Dit is ook precies hoe de krimpende regio’s zijn ontstaan.

Minder rendabele lijnen en haltes in het ov worden opgegeven

Anders was de situatie van het openbaar vervoer. Zolang de staat verantwoordelijk was voor de aanleg en de exploitatie van de infrastructuur kon de ontwikkeling van woonkernen rond stations en bushaltes worden gestimuleerd. Sinds de privatisering is de winstgevendheid echter doorslaggevend en worden de minder rendabele lijnen en haltes, zoals vaak in dorpen, simpelweg opgegeven. De privatisering, kenmerk van het heersende neoliberalisme, heeft niet alleen het functioneren van openbaar vervoer getroffen, mede door bezuinigingen is de zich terugtrekkende overheid ook verantwoordelijk voor de problemen bij zorg, ­onderwijs, volkshuisvesting en cultuur. Dit is de ware reden van de groeiende ongelijkheid in de grote steden. Zo zien financieel gekorte en zonder staatstoezicht opererende woningcorporaties, die winst moeten maken, geen kans om de zo nodige, goedkopere huur- en koopwoningen te bouwen terwijl speculanten op de krappe woningmarkt domineren.

Het versterken van de voorzieningen in de dorpen is in de huidige situatie niet alleen moeilijk uitvoerbaar, maar zal ook niet helpen tegen de groeiende ongelijkheid. De coronatijd en de daarmee ontstane gelegenheid tot bezinning biedt een kans om het beleid structureel te herzien.

Lees ook:

Investeren in steden vergroot alleen maar ongelijkheid. Ga voor de dorpen

Maarten Koreman hekelt een recent advies om te investeren vooral in de bereikbaarheid van stadswijken. Want die zijn al bevoordeeld ten opzichte van dorpen. Koreman promoveert aan de TU Delft op de toekomst van het platteland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden