null Beeld

CommentaarMilieu

Het toezicht op de naleving van milieuregels is te vaak een lachertje

Redactie Trouw

De vuurwerkramp in Enschede liet zien dat de controle door gemeenten op naleving van milieuregels tekort schoot. Daarop zijn er 29 regionale ‘omgevingsdiensten’ ingesteld, waarin gemeenten en provincies samenwerken. Maar ook dit stelsel moet op de helling: de omgevingsdiensten moeten weer haar op de tanden krijgen.

Want een ondernemer die het niet zo nauw neemt met de milieuregels, heeft weinig te vrezen, blijkt uit cijfers over de controle van milieuvergunningen. Het toezicht op bijvoorbeeld de opslag van chemische stoffen of stankoverlast is ronduit slap. Natuurlijk is het begrijpelijk dat milieu-inspecteurs bij controles grotere risico’s zwaarder laten wegen dan kleine en dat dus niet iedere ondernemer met een milieuvergunning jaarlijks wordt gecontroleerd. Maar het controlestelsel wordt een lachertje als het evenwicht zoek is tussen het aantal milieuvergunningen (280.000) en het aantal controles (in 2019: 55.000). Of als je als ondernemer in de ene regio elke drie jaar een inspecteur op bezoek krijgt, terwijl een concurrent in een ander deel van het land de kans heeft van een bezoek eens in de veertien jaar. Daar heb je dus weinig van te vrezen.

Dodelijk voor de geloofwaardigheid

Ook komt het voor dat milieu-inspecteurs aan de leiband gelegd worden door gemeenten. ‘Motiveringsgesprekken’ hebben bij bestuurders nog al eens de voorkeur boven een juridisch aanpak. Logisch dat zo het aantal boetes beperkt blijft. In 2019 zijn er slechts 362 opgelegd, voor 17.000 geconstateerde overtredingen. Zoiets is niet alleen schadelijk voor het algemeen belang waarvoor bestuurders pal voor horen te staan, het is ook dodelijk voor de geloofwaardigheid van het hele toezichtstelsel en fnuikend voor het zelfvertrouwen van milieu-inspecteurs.

Veelzeggend is ook dat omgevingsdiensten vaak zelf niet eens goed weten hoe ze presteren: cijfers blijken moeilijk boven water te krijgen en het is dan ook terecht dat de Algemene Rekenkamer eerder opmerkte dat dat anders moet. Ook de commissie-Van Aartsen deed goede aanbevelingen, waaruit de toenmalig staatssecretaris van milieu, Stientje van Veldhoven concludeerde dat de inspectie niet onafhankelijk genoeg is van bestuurders en politiek. Een taak voor het nieuwe kabinet om dat te regelen, vond zij.

Een basisvoorwaarde voor een geloofwaardig toezichtstelsel is in ieder geval dat lokale en provinciale bestuurders op afstand worden gezet – en dus ook niet meer over budgetten gaan. Daar kan het natuurlijk niet bij blijven. Het toezicht moet intensiever, de controlefrequentie moet omhoog, zo ook de kans op boetes of vervolging. Zo is pas écht indruk te maken op lakse of kwaadwillende ondernemers. Dat kost wat extra. Maar een rijk land met 280.000 vergunningplichtige ondernemingen, groot en klein, moet dat echt kunnen opbrengen.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden