Het Songfestival heeft niets te maken met politiek? Onzin

Beeld Trouw

Het Eurovisie Songfestival kan mij niets schelen, maar het fascineert me wel. Het zal snobistisch zijn, maar de muziek is aan mij niet besteed en het nationale sentiment ook niet: ik heb donderdagavond niet nagelbijtend gevolgd hoe onze Duncan het er vanaf bracht. Als thermometer van tijdgeest en actualiteit vind ik het Songfestival daarentegen heel geslaagd. Je zou de ontwikkeling ervan in alle geschiedenisboekjes moeten opnemen.

Niet dat ik geloof dat het festival de val van de Muur heeft bespoedigd, zoals de Britse expert Chris West maandag beweerde in deze krant; van die gedachte zouden Michail Gorbatsjov en Lech Walesa nogal opkijken. Maar dat het festival weerspiegelt wat er in de wereld gebeurt, dat geloof ik wel. West noemt 1982 als voorbeeld: in die doemdagen, waarin het wachten was totdat de bom zou vallen, kwam ‘Ein bisschen Frieden’ voor velen als geroepen - hoe betreurenswaardig ook in muzikale zin.

Natuurlijk zeggen de organisatoren dat het festival niets met politiek te maken heeft. Dat kennen we uit de sport, en daar klopt het ook niet. Voor landen die iets te verhapstukken hebben met de buren (Rusland, Oekraïne) of die zich ernstig miskend voelen, is het organiseren van een internationaal evenement onvermijdelijk een kwestie van nationaal prestige. En altijd is de boodschap: hier is niets aan de hand, hier schijnt altijd de zon. Dat geldt voor Israël extra sterk, al kan zelfs de focus op de verrukkelijke strandcultuur van Tel Aviv de realiteit niet geheel verdrijven. Zelfs de meest onnozele deelnemer zou hier niet durven aankomen met iets als ‘Ein bisschen Frieden’.

Anderhalve week geleden vlogen er nog raketten over en weer tussen Israël en Gaza, en deze week herdachten de Palestijnen de Nakba, ofwel de ‘ramp’, waarmee ze stilstaan bij het verlies dat ze leden in 1948, bij de oprichting van de staat Israël. De lokatie waar het festival wordt gehouden, ligt boven de restanten van een Palestijns dorp - zo werkt de geschiedenis, zou je kunnen zeggen, maar het beroerde is dat die geschiedenis hier nog steeds gaande is. Was het om die reden beter geweest het Songfestival dit jaar te boycotten? Dat geloof ik niet, maar het negeren van de Israëlische bezettingspolitiek is het andere uiterste. AVROTROS roept gewoon dat het festival ‘mensen samenbrengt en hen via de muziek probeert te verbinden’, alsof de Palestijnen met zo’n bezwering kunnen worden weggewapperd.

Wie Israël bezoekt zonder oog te hebben voor de bezette gebieden, doet zichzelf bewust een blinddoek voor. Dat geldt voor toeristen en ook voor festivalgangers, inclusief artiesten. Terwijl het helemaal niet moeilijk is om een beetje belangstelling te tonen. Zeker nu niet: de Israëlische vredesorganisatie Breaking the Silence, die bestaat uit voormalige militairen, biedt speciaal voor het Songfestival dagelijks tours aan van Tel Aviv naar Hebron op de Westelijke Jordaanoever. Om te laten zien wat de bezetting betekent. Ik ben ooit met zo’n tour meegeweest en ik kan het Duncan en zijn team van harte aanbevelen.

Drie keer per week schrijft redacteur Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees hier meer van zijn columns. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden