Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het seksschandaal bij Oxfam vraagt om bezinning over ontwikkelingssamenwerking

Opinie

Stevo Akkerman

© Trouw
Column

Toen ik gisteren via de site van een Britse krant de zoekterm ‘Oxfam’ invoerde, kreeg ik meteen als resultaat: ‘Oxfam Novib opzeggen? In drie minuten geregeld’. De google-algoritmes kennen geen genade. Sinds het uitbreken van het Haïti-schandaal, waar Oxfam-medewerkers prostituees inhuurden voor seksfeestjes, is dit de trend: opzeggen.

Dat vervult sommigen ter rechterzijde met grote vreugde, maar ik vind het alleen maar droevig. Voor de Haïtianen, die na de aardbeving van 2010 ook al een cholera-epidemie cadeau kregen van VN-militairen. Voor de Oxfam-mensen die overal en nergens het lot van armen proberen te verbeteren. Voor de projecten van Oxfam – en wie weet ook van andere organisaties – waarvan de financiering nu wordt bedreigd. Al moet ik toegeven dat ik op dit punt wel wat aarzel. Als het Haïti-schandaal iets laat zien, dan is het hoe ongezond de factor macht is in de hulpverlening. Dat reikt verder dan de geïmproviseerde bar in het opvangkamp waar lokale meisjes en buitenlandse mannen elkaar treffen.

Lees verder na de advertentie

Vechten of neuken

De internationale directeur van Oxfam, Winnie Byanyima, zei in het Britse parlement dat ‘walgelijke mannen’ de organisatie waren binnengedrongen, en dat was ongetwijfeld waar. Walgelijke mannen heb je overal. Misschien bestaan er zelfs wel walgelijke vrouwen. Maar de vraag is of het decor van rampen en oorlogen, gevoegd bij de ongelijkheid tussen buitenstaanders en getroffenen, niet zodanig is dat iedereen die daar op afkomt ‘een beetje een psychopaat lijkt’. Ik citeer daarmee Koert Lindijer, veteraan onder de Nederlandse Afrika-correspondenten. Hij beschreef gisteren in een kwetsbaar stuk in NRC Handelsblad hoe ‘de dood de zinnen erotiseert’. In 1984 maakte hij de grote hongersnood in Ethiopië mee, en zag hoe elke ochtend honderden lijken op een rijtje werden gelegd. “Na enkele dagen wenste ik dat bedrukte gevoel van dood van me af te zetten. De remedie: vechten of neuken. Aan de frontlijn zijn voor ons de grenzen tussen agressie, compassie en uiteindelijk ook seks diffuus.”

De aanwezigheid van buitenlanders is fnuikend voor de ontwikkeling van arme landen

Wat Lindijer schetst in het extreme (‘In Congo bieden jonge meisjes zich aan bij de poort van de kazerne of de hulporganisatie’), doet zich overal voor waar macht onmacht treft en rijkdom het pad kruist van armoede: er ontstaat afhankelijkheid. En handel. Die kan uit van alles bestaan, ook seks, maar vruchtbare business is het zelden. Met de economische opbouw van een land heeft het weinig te maken. Laat staan met het aanboren en stimuleren van de capaciteiten van de lokale bevolking. Willem van de Put, zelf jarenlang actief voor hulporganisaties, zei zaterdag op Radio 1 dat de aanwezigheid van buitenlanders fnuikend is voor de ontwikkeling van arme landen. Als je de verantwoordelijkheid niet geeft aan de mensen zelf, komt er volgens hem nooit iets van de grond. Waarbij hij wel pleit voor buitenlandse financiële ondersteuning: niet minder, maar meer.

Het is geen nieuwe discussie, maar als het Oxfam-schandaal leidt tot bezinning op het hele ontwikkelingsvraagstuk, kon dat best eens nuttig zijn. 

Lees hier alle columns van Stevo Akkerman

Deel dit artikel

De aanwezigheid van buitenlanders is fnuikend voor de ontwikkeling van arme landen